Jeugdzorg: van verzuiling naar marktwerking

Nieuws

Dit is het tweede deel in een reeks artikelen over de decentralisatiesin van de zorg. Het eerste deel leest u hier en het derde deel leest u hier.

In de serie van 3 informatieve verhalen op deze website over de naderende decentralisaties baseren wij ons op de know how van Divosa, een organisatie die in 1934 werd opgericht als de ‘Vereniging van Directeuren voor Sociale Diensten’ en nu de ‘Nederlandse vereniging van gemeentelijke managers op het terrein van participatie, werk en inkomen’ heet.  In dit deel 2 van de serie gaan we in op de Jeugdzorg, die de laatste jaren van gezinsdrama naar gezinsdrama sloft. Het Wetsvoorstel Herziening Jeugdzorg wordt volgens planning tussen juni en december door de Tweede en Eerste Kamer behandeld. In januari 2015(!) zou het dan al een gemeentelijke taak moeten zijn.

door Louis Bruijnzeels

Divosa is stellig als het om de kwaliteit van de huidige Jeugdzorg gaat: “Die moet anders en beter. Over die conclusie zijn vrijwel alle rapporten en  onderzoeken die de laatste jaren zijn verschenen, eensluidend. Deze rapporten spreken over successen, maar ook over de tekortkomingen. Die zijn kort samen te vatten als: we zien problemen te laat, we handelen niet snel genoeg, het speelveld is te vol en als gevolg daarvan hebben we te maken met veel afstemming- en aansluitingsproblemen”, aldus Divosa. René Paas, voorzitter van de commissie ‘Zorg om Jeugd van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG): “De ingewikkelde wereld van de jeugdzorg is geen natuurverschijnsel, we hebben haar zo gemaakt.”

Mondigheidsrevolutie
Op de Rijksuniversiteit Groningen is zeer uitvoerig onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de Jeugdzorg in Nederland tussen de jaren 1945 en 2010.  Veel aandacht is besteed aan de rol van de Kinderbescherming, die tot diep in de jaren ’60 sterk verzuild was; Katholieke en protestantse tehuizen en pleegzorginstellingen domineerden. De onderzoekers spreken van een ‘stabiele periode’, waaraan door de komst van de Culturele Revolutie een eind kwam. De Kinderbescherming begon te wankelen door de plotse ontzuiling, de mondigheidsrevolutie die z’n intrede deed en de toenemende afkeer onder de bevolking van disciplinerende maatregelen, waaraan ook het onderwijs aan ten prooi viel en het vanzelfsprekend ontzag en respect voor politie en justitie. De trend in de Jeugdzorg werd: ‘als er al hulp moet worden geboden, dan op basis van vrijwilligheid en zonder de band tussen kind en ouder te verbreken’. Het spreekt vanzelf dat men van verzuiling nooit meer wilde horen. Die eisen en pleidooien werden sterk ondersteund door ontwikkelingspsychologen en docenten op de linkse Sociale Academies, universiteiten en linkse groeperingen in de Rechterlijke Macht.  De situatie leidde er toe dat steeds minder ‘uithuisplaatsingen’ werden uitgesproken, als gevolg waarvan het Rijk een kille sanering doorvoerde, met sluiting van vele tientallen tehuizen.

Zorgwekkend
Divosa constateert zorgwekkend dat Nederland enerzijds het hoogste welbevinden onder de ‘doorsnee’ jeugd kent, maar anderzijds een explosieve groei laat zien van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van een vorm van zorg. “Deze ontwikkeling vraagt om verklaringen, maar noodzaakt ook tot grondige bezinning op de bestaande inrichting van de jeugdzorg. De evaluatie van de Wet op de jeugdzorg bevestigt deze conclusie. Het is onvoldoende gelukt om de samenhangende zorg die met de wet werd beoogd, te realiseren. Een omslag is nodig naar een vereenvoudigd stelsel en een nieuwe manier van werken. Het vorige kabinet heeft zich uitgesproken voor decentralisatie van jeugdzorg naar gemeenten.
Het huidige kabinet heeft deze lijn met het regeerakkoord bevestigd: gemeenten worden financieel en uitvoeringstechnisch verantwoordelijk voor de uitvoering van alle jeugdzorg die nu onder het Rijk en de provincies vallen. Er moet één financieringssysteem komen voor het huidige preventieve beleid, de huidige vrijwillige provinciale jeugdzorg, inclusief die voor licht verstandelijk gehandicapte jongeren en de geestelijke gezondheidzorg voor jongeren.

Centra voor Jeugd en Gezin
De nog piepjonge Centra voor Jeugd en Gezin gaan naar verwachting bij de overheveling naar de gemeenten als front office voor alle jeugdzorg van de gemeenten dienen.  De verwachting is dat decentralisatie van de jeugdzorg gemeenten de mogelijkheid biedt om zorg en ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen op een andere manier vorm te geven. Door het samenvoegen van verschillende financieringsstromen en het laten vervallen van het recht op zorg zijn gemeenten naar verwachting beter in staat om een samenhangend aanbod van toegankelijke hulp en ondersteuning te organiseren en gespecialiseerde vormen van zorg efficiënter in te zetten. Maar er zijn organisaties die ernstige bezwaar tegen de nieuwe opzet maken. Max van Weezel in Vrij Nederland: “De jeugdzorginstellingen, nu onder de hoede van de provincies, vrezen op de fles te gaan als de gemeenten hun personeel niet willen overnemen. De kinder- en jeugdpsychiaters vragen zich af of de gemeenten wel enig benul hebben van de ernst van de ziektes waaraan hun patiënten lijden. En dan zijn er nog de wetenschappers en deskundigen die hun hart vasthouden voor de privacy van burgers als straks hun meest intieme informatie op het gemeentehuis ligt”.

Jungleoorlog in het doolhof
Vrij Nederland spreekt in een recent verschenen artikel van Max van Weezel van het ‘enorm complexe veld van de jeugdzorg’ en doet een poging tot een beknopt overzicht van het doolhof te geven: “wie er niet uitkomt met de opvoeding van zijn kind, kan in eerste instantie terecht bij het consultatiebureau in zijn gemeente of, als dat er is, bij het Centrum voor Jeugd en Gezin. Als het om zware opvoedproblematiek gaat, is er het Bureau Jeugdzorg dat onder de provincie valt. Dat Bureau stelt vast welke hulp geboden is en koopt die vervolgens in bij de zogeheten jeugdzorgaanbieders. Voor een kind of jongere met een psychische stoornis is er de jeugd-GGZ, betaald door de zorgverzekeraars. Daar vallen ook de kinder- en jeugdpsychiaters onder. Gaat het niet om een psychische stoornis, maar om een licht verstandelijke handicap – zoals een laag IQ – dan valt dat onder de AWBZ”, aldus Vrij Nederland.

Belangenverenigingen
Max van Weezel wijst er in zijn artikel op dat het hier nog om hulp gaat die op basis van vrijwilligheid is aangevraagd. “Het kan ook voorkomen dat de rechter beslist dat een kind onder toezicht van een voogd wordt gesteld of uit huis wordt geplaatst. Ingewikkeld genoeg moet het Bureau Jeugdzorg, dat ook de vrijwillige jeugdzorg regelt, die maatregel dan uitvoeren. Dan zijn er nog de jeugdreclassering en de jeugdgevangenissen, betaald door het ministerie van Veiligheid en Justitie. Allerlei tussenvormen laten we hier voor het gemak even onbesproken. Geen wonder dat veel ouders zijn verdwaald in de donkere gangen van het Nederlandse jeugdstelsel. Daarbij komt: Nederland zou Nederland niet zijn als alle hierboven genoemde vormen van zorg niet hun eigen belangenvereniging hadden. Allemaal zeggen ze dat het hun alleen om ‘het kwetsbare kind in de knel’ gaat. Maar achter de schermen woedt tussen kantoortuinen in Den Haag, Utrecht, Amersfoort en Zeist al jaren een jungleoorlog over de vraag hoe het ideale jeugdstelsel er nu eigenlijk uit moet zien. Wie waarvoor verantwoordelijkheid draagt en wie zijn handen er van af moet trekken. Want met al die kwetsbare kinderen zijn miljarden euro’s, duizenden banen en allerlei institutionele belangen gemoeid.”

Draak met zeven koppen
Max van Weezel gunt de lezer van zijn artikel ook een kijkje achter de schermen van de voorbereidingen op de decentralisatie van de Jeugdzorg.  ”Legendarisch zijn de botsingen die zich voordeden tussen het Interprovinciaal Overleg (IPO) - dat de Bureaus Jeugdzorg overeind wilde houden - en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) die meer macht voor de wethouders wilde. Allebei stuurden ze legers lobbyisten op Tweede en Eerste Kamer(leden) af. En het kostte de grootste moeite brancheorganisaties als Jeugd­zorg Nederland, de MO-groep Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening, GGZ Nederland, GGD Nederland en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland met elkaar om de tafel te krijgen. Het moge duidelijk zijn: de wereld van de jeugdzorg heeft veel weg van een zevenkoppige draak”, aldus Max van Weezel in Vrij Nederland.  

Meisjes
Het monster heeft overigens een achtste kop in ontwikkeling; in Islamitisch kringen wordt aangedrongen op een nieuwe verzuiling; Islamitische kinderen zouden uitsluitend door organisaties moeten worden behandeld met een Islamitische signatuur. Steeds meer ouders van Islamitische kinderen die met Jeugdzorg te maken hebben  zouden het niet langer toestaan dat meisjes in één - op- één- gesprekken met niet-islamitische hulpverleners geraken. Weet u nog wat Divosa over die complexiteit van de Jeugdzorg zegt? ‘De ingewikkelde wereld van de jeugdzorg is geen natuurverschijnsel, we hebben haar zo gemaakt.’ Nu Rijk en Provincies de grip erop volkomen kwijt zijn, is het vanaf 2015 aan de gemeenten om problemen met kinderen te tijdig te signaleren, snel en doeltreffend te handelen en voor een overzichtelijk speelveld van marktgerichte organisaties te zorgen die ingezet worden om de problemen te bestrijden. Uiteraard voor veel minder geld dan Rijk en Provincies er nu nog aan uitgeven.

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: