Op de Pijp met... Aad Verduijn

Nieuws
Afbeelding
(Foto: TON VAN ZEIJL)

Aad Verduijn (69) kan “goed met mensen omgaan, goed l*llen en weet iets van techniek.” Met dat in zijn achterhoofd begon hij op zijn zestigste nog aan een nieuw avontuur. Inmiddels heeft hij met zijn Westland Horti Tours al duizenden mensen de schoonheid van de kassen laten zien. Aad is al 45 jaar getrouwd met Lia. Samen hebben ze twee kinderen en drie kleinkinderen. Ze wonen (helaas, volgens Aad) niet in Westland maar in Maasland.

Waar kom je vandaan?

Uit Naaldwijk. Geboren als jongste in een gezin van negen kinderen. De laatste zeven jaar was iedereen al het huis uit behalve ik, dus een tikje verwend werd ik wel. Daar heeft Lia nu nog last van (lacht). Mijn vader was schoenwinkelier, eerst in de Rembrandtstraat, later in de Herenstraat. Mijn moeder en mijn zusjes hielpen uiteraard in de winkel en mijn broers in de werkplaats. Dat hoefde ik dus weer niet.

Leek dat jou ook wat? Het schoenmakersvak?

Na de Rehobothschool heb ik er wel over gedacht om naar de schoenmakersvakschool te gaan, maar die in Den Haag werd net gesloten en dus had ik naar Rotterdam gemoeten. En dat was me nou net weer te ver weg. Te spanend. Dus het werd de LTS in Maassluis, gevold door twee jaar autovakschool in Den Haag. Een goede keus achteraf. Ik ben gek op techniek en ook wel een beetje een ‘Willie Wortel’, ik bedenk graag dingen. Mijn eerste baan was bij Brinkman in ‘s-Gravenzande. Tuinbouwmachines en de bedrijfsautogarage. Vervolgens stapte ik over naar Aad de Bruijn, een bollenboer. Onderhoud van heftrucks en dergelijke. Zo leuk! Maar uiteindelijk kwam ik via mijn zwager bij Gebroeders Boekesteijn in De Lier terecht. Daar heb ik 27 jaar gewerkt. Een geweldige tijd waarbij ik alle ruimte kreeg om dingen te verzinnen. Daar was ook budget voor. Het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben.

En wat ben je dan nu?

Een gelukkig mens. Die heeft mogen doen waar hij plezier in had. Die het, met zoveel andere Nederlanders, beter heeft dan een groot deel van de wereldbevolking. Samen met oprichter Teun Boekesteijn en vele anderen heb ik me jarenlang met stichting De Zaaier ingezet voor mensen in Democratische Republiek Congo. Ben er 27 keer geweest. Dat vormt je als mens. Veel ellende gezien en dan besef je dat we hier schat- en schat- en schatrijk zijn. Eigenlijk zou iedereen daar eens een weekje naartoe moeten. De belangrijkste les die ik geleerd heb is dat geluk niet in materiële dingen zit.

Toch is materialisme veel Westlanders niet vreemd….

Zeker niet. Westlanders laten zich vaak voorstaan op wat ze hebben. Daar kan ik me ook niet aan onttrekken,. Ik ben veel materialistischer dan Lia bijvoorbeeld. Lia moet ik aanmoedigen eens wat nieuws te kopen. Ook als ik in Congo geweest was, dan zat ik meestal na een weel alweer in het gareel. En toch. Daar wordt meer gelachen dan hier. Kinderen huilen minder. Wij hebben geld, maar zij hebben tijd. Het is echt een totaal andere wereld.

Heb je dan wel iets kunnen doen?

Zeker. Veel dingen ook die op lange termijn goed zijn. Het principe van een hengel geven, en geen vis. Is het genoeg? Natuurlijk niet. Een druppel op een gloeiende plaat, zeggen ze dan. Maar voor diegene die je kunt helpen maakt het uit. Een druppel op een goeie plááts, zeggen wij dan. En het is het waard.

Inmiddels bestaat De Zaaier niet meer…

Nee. Er was niet genoeg jonge aanwas voor de stichting, en ook de financiën liepen terug. Er zijn gewoon teveel stichtingen die in dezelfde vijver vissen. Ik vond het moeilijk om dat tegen Teun en andere oudgedienden te vertellen. Teun was ooit mijn werkgever, maar inmiddels is hij mijn vriend. We hebben samen bijzondere momenten meegemaakt in Congo. Maar hij was er heel nuchter onder: ‘het is goed zo’. Dus we zijn nu bezig om de stichting op een nette manier af te bouwen.

Waarom ging je bij Boekestijn weg?

Op een gegeven moment zat ik niet lekker in mijn vel meer. Ik kwam op een kantelpunt in mijn leven en een coach, Jan Brusse, inmiddels ook al overleden, raadde mij aan om nu eens op te schrijven waar ik goed in was en waarin niet. De lijst ‘slecht’ was lang. Waar ik goed in was een stuk korter: goed met mensen omgaan, goed l*llen en goed in technische zaken. Kun je daar iets mee? Uiteindelijk is dat wel waar Westland Horti Tours uit is voortgekomen.

Waarom dacht je dat daar behoefte aan was?

Het is meer dat ik vond dat we moeten laten zien wat er gebeurt in de kassen. Hoe de Westlandse, maar vooral Nederlandse tuinbouw in elkaar zit. We zijn de beste ter wereld in wat we doen en worden als zodanig ook erkend, maar in ons eigen land wordt dat op zijn best maar gewoon gevonden en op zijn slechtst bekritiseerd als slecht voor het milieu en noem maar op. Meer openheid kan dat beeld helpen veranderen.

Zijn de Nederlandse tuinders open?

De meeste wel. Denk aan de studieclubs, dat is echt iets wat je nergens anders vindt.
Bij Boekesteijn was altijd iedereen welkom. Toen ze in 1974 begonnen met de bouw van een drie hectare kas. Drie meter hoog, teelt op rolcontainers, allemaal sciencefiction toentertijd, was iedereen welkom. Tegenwoordig zijn veel bedrijven geslotener. Soms voor goede redenen zoals hygiëne, maar soms ook, in mijn ogen, misplaatst. We moeten met elkaar naar buiten treden. De BV Nederland.

Inmiddels ben je tien jaar bezig…

En heb ik in die tijd meer dan 15.000 mensen van overal in de wereld rondgeleid.
Dat was in het begin moeilijk en spannend, want mijn Engels was niet best. Inmiddels wel beter maar zeker niet perfect. Maar ze begrijpen me.

Wat vertel je allemaal?

Ik vertel wat er in de glazen kassen gebeurt. Over teelt, maar vooral ook over techniek. Dat de kassen hoog zijn omdat je dan beter het klimaat kan maken. Over belichting. Over de WKK, in mijn ogen een van de mooiste innovaties in de tuinbouw van de afgelopen dertig jaar. Je stopt er gas in en er komt warm water, CO2 en stroom uit. Fantastisch toch? Ik vertel ook over de ontwikkelingen van geothermie, biologische bestrijding, noem maar op…

Groenteteelt of sierteelt?

Liefst sierteelt, want de groenteteelt is a, geslotener, maar b, ook minder divers. Bij sierteelt kan ik vaak het hele proces, de complete keten laten zien. De sierteelt mag ook best wat meer belicht worden want die ligt onder vuur. Ook wel begrijpelijk, als je ziet wat er aan gas verstookt wordt voor een vierkante meter bloemen, maar tegelijkertijd geven bloemen ook troost en emotie. Een mens leeft niet bij brood, of groente, alleen.

Maar eten is belangrijker toch?

We verbouwen in de wereld nu al genoeg voedsel voor elf miljard mensen. We moeten niet meer produceren, maar minder vernietigen. Het probleem zit vaak in infrastructuur, distributie, rare economische regels. Dat is ook waarom wij groot zijn in de wereld: wij hébben de techniek, de infrastructuur. Mensen die openheid zien als een gevaar want ‘dan gaan zij het ook doen’, vergeten dat. Je bouwt niet even zomaar op wat wij hier in honderd jaar hebben opgebouwd. Met net op het goede moment op de juiste plek zijn. Met boerenslimheid; keep it simple. Nederlanders en Westlanders beseffen dat zelf vaak niet. Er is nog teveel de gedachte: je kon niet leren? Dan werd je maar kweker. In het buitenland buigen ze voor onze kwekers!

Wat heb je zelf geleerd de afgelopen tien jaar?

Dat er markt is voor deze tours. Deze informatie. En hoe enthousiast mensen daarover kunnen zijn. Het gevoel van ‘wauw’. Dat is toch waar ik het steeds weer voor doe. Mensen kijken na afloop van de toer heel anders tegen de glastuinbouw aan. Dat doet me wel wat!

Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar
redactie.westland@rodi.nl.

Afbeelding
Afbeelding

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: