Westlandse weekmarkten in de knel door nieuwe beleidsregels: ‘Hoe dan?’

Politiek
V.l.n.r. De groenteboer, Clasina Vreugdenhil en marktmeester Glijn de Masier op de Naaldwijkse warenmarkt.
V.l.n.r. De groenteboer, Clasina Vreugdenhil en marktmeester Glijn de Masier op de Naaldwijkse warenmarkt. (Foto: DvE)

Vanaf 1 maart gelden er nieuwe beleidsregels voor de weekmarkten in gemeente Westland. De belangrijkste wijziging is dat de vergunningsduur voor een standplaats wordt beperkt. Deze en meer ontwikkelingen bezorgen de marktondernemers slapeloze nachten. Clasina Vreugdenhil van Stroopwafelkraam Markus op de Naaldwijkse markt is geschokt door de gang van zaken: “Zo ken ik het Westland helemaal niet.”

Door Debbie van Eijk

Clasina is 68 jaar, maar oogt een stuk jonger. Dat hoort ze vaker: “Het bezig blijven houdt me jong”, lacht ze. Haar stroopwafelkraam is een familiebedrijf dat al vijftig jaar bestaat. Al die tijd is de geboren Lierse al betrokken bij de weekmarkten in de regio. Naast alles wat er bij het reilen en zeilen van een marktkraam komt kijken, kent Clasina de sfeer op de markt dus heel goed.

Marktverordening
Vanuit nieuwe EU-regelgeving mogen vergunningen voor de markt niet meer voor onbepaalde tijd worden verleend. De gedachte daarachter: zo kunnen eventuele nieuwkomers toetreden tot de markt. Voor de marktondernemers in Westland betekent dit dat hun vergunning voor onbepaalde tijd per 1 maart wordt omgeruild voor een vergunning met de duur van tien jaar. Na tien jaar bepaalt een selectiecommissie wie er op de standplaats mag komen te staan.

Het is een belangrijke plek voor veel mensen, vindt ze: “De markt heeft ook een sociale functie.”

Maar de nieuwe beleidsregels doen de Westlandse markten in hun huidige vorm - behalve in Naaldwijk ook in ‘s-Gravenzande, Wateringen en Monster - mogelijk de das om. Ze zijn het gesprek van de dag, merkt marktmeester Glijn de Masier op. De 66-jarige Zeelander heeft 38 jaar ervaring met het marktmeesterschap. Voor hem is 1 maart, de datum waarop de nieuwe beleidsregels in werking treden, om een andere reden een belangrijke dag: dan begint zijn pensioen. Na vijftien jaar laat hij de Westlandse markten achter zich, maar dat had onder mooiere omstandigheden gekund: “Ik merk dat er veel zorgen leven onder de marktondernemers. De onzekerheid is groot.”

De meeste onrust veroorzaakt de nieuwe Marktverordening Westland (zie kader). Clasina was een van de betrokkenen die met de gemeente konden meedenken over de invulling hiervan. In dit participatietraject koos men voor een vergunningsduur van 15 jaar, met een overgangsperiode van vijf jaar. Groot was de schrik voor de marktvrouw dan ook toen ze een brief op haar deurmat vond met de mededeling dat alle vergunningen werden omgezet naar een duur van slechts tien jaar, zónder overgangsperiode. 

Geheim onderzoeksrapport

Waarom de vergunningsduur zo flink is ingekort, dat kan niemand haar en de andere commissieleden namens de markt uitleggen. “Het besluit is genomen op basis van onderzoek door het ingehuurde bureau BRO,” weet Clasina wel. “Maar het onderzoeksrapport mogen we niet inzien.” De adviezen van de Marktcommissie en brancheorganisatie CVAH lijken door de ambtenaren in elk geval in de wind te zijn geslagen.

Tien jaar - dat lijkt best een lange periode. Maar de investeringen die marktondernemers moeten doen om een marktkraam te kunnen runnen, verdienen ze in die tien jaar niet terug, vertelt Clasina. “Alleen een verkoopwagen kost al zo’n anderhalve ton, minimaal. En dan is er nog personeel. De visboer staat met vijf man. Moet hij die dan na tien jaar misschien ontslaan? Dan is hij verplicht ze door te betalen. Hoe dan?”

Gemeenten zijn vrij om te bepalen hoe ze invulling geven aan de zogeheten Model Marktverordening. Er zijn gemeenten waar gekozen wordt voor vergunningen met een veel langere looptijd - zoals Urk; 25 jaar. In Zoetermeer wordt er, naar verluidt, gekozen voor 15 jaar en een overgangsperiode van vijf jaar. Het is voor Clasina en haar collega’s onbegrijpelijk waarom Westland niet ook voor een wat soepelere invulling kiest. “Zo ken ik het Westland helemaal niet.”

Kostenposten

Het nieuws over de beperkte vergunningsduur had niet op een slechter moment kunnen komen. Marktkooplieden hebben nu ook te maken met strengere Europese regelgeving op het gebied van milieuzonering, vanaf 2025. Veel ondernemers moeten hierdoor een nieuwe bedrijfswagen aanschaffen; ook een flinke kostenpost.

Tijdens de coronajaren hebben veel ondernemers ingeteerd op hun pensioen. Dat maakt het nog onaantrekkelijker om te investeren in materieel voor hun bedrijf, als het risico er is dat ze na tien jaar toch moeten stoppen.

Onmogelijke regel
Een andere nieuwe beleidsregel die per 1 maart in werking treedt: het is verboden meer dan 2 uur voor de aanvang van de markt ruimte in te nemen op het marktterrein of goederen aan of af te voeren. Dat betekent voor veel marktkramen dat ze niet op tijd opgebouwd kunnen worden.

Maar over al deze factoren lijkt niet te zijn nagedacht. “Deze beleidsregels zijn bedacht door mensen achter een bureau. Ze weten totaal niet hoe wij het als marktondernemers beleven. Neem de wethouder Economie: die heb ik hier nog nooit gezien!”

Strenger
Op 1 maart neemt een nieuwe marktmeester het stokje over van Glijn de Masier en wordt er strenger gecontroleerd. Het gaat hierbij onder meer om de veiligheidsroutes en het innemen van de standplaats.

De ondernemers van de warenmarkten in de gemeente Westland, waaronder Clasina, hebben bezwaar aangetekend bij de gemeenteraad. 

Reactie gemeente

Op vragen over bovenstaande antwoordt wethouder Pieter Varekamp (VVD Westland, o.a. Economie) het volgende. “Westland kiest voor tien jaar omdat de gemeente verwacht dat dat voldoende is om het verdienmodel van de ondernemer niet in gevaar te brengen en om het aanbod actueel te houden. Het dwingt de ondernemer om interessant te blijven en dat komt de diversiteit van de markten ten goede.” De gemeente verwacht niet dat het verdienmodel voor de marktondernemers in gevaar komt. “De omzetten die op de markt worden gerealiseerd zijn veelal goed. Bovendien staan marktkooplui niet alleen in Westland maar ook in andere gemeenten. De gemeente heeft met alle betrokkenen gesproken en heeft zaken geïnventariseerd.” Dat er onvoldoende participatie zou zijn geweest herkent de wethouder niet. Wat betreft het pas twee uur vóór aanvang van de markt mogen opbouwen: “De gemeente vindt twee uur representatief. Hier weegt ook het algemeen belang mee. Er zijn meerdere gebruikers van de marktpleinen en er moet rekening gehouden worden met omwonenden.”