
ZAANSTREEK - Koos van der Woude kwam op 11 oktober 1965 als 20-jarige knaap als monteur in dienst bij de productiebedrijven van Albert Heijn. Dat werk deed hij tot de verhuizing in 1993. Het leverde hem veel mooie verhalen op die de inmiddels 80-jarige Zaandammer heeft opgeschreven. In het Nieuwsblad Zaanstad publiceren we zijn mooiste pennenvruchten in de rubriek ‘Uit de fabriek geklapt’.
Ooit begon Albert Heijn met koekjes bakken in de keuken. Het ging zo goed, dat er een bakkerij aan de Zaan gebouwd werd. Maar toen ik in dienst kwam waren de meesten bakkers al over de drempel van hun pensioen gestapt. Een krasse bakker die ik nog meemaakte was Gerrit Talsma. Hij vertelt: ”Voor drie oud werknemers was Albert Heijn meer dan een naam. Het bedrijf was nog klein toen we er werkten”.
Talsma heeft veel herinneringen, zowel goede als onplezierige, aan de tijd in de koekbakkerij aan de Oostzijde. Hij en Jan de Jong en Arie van de Brink. De mannen waren er, behalve Talsma in 1965 toen ik in dienst kwam, al ruim gepensioneerd. Van de Brink kwam er in 1919 te werken en hield het 43 jaar vol. De Jong begon er in 1920 en werkte er 34 jaar. Talsma begon er in 1923 en werkte 43 jaar op de bakkerij tot zijn pensioen. Er waren 78 sollicitanten op de advertentie afgekomen waarop hij schreef.
Directeur Hille, de schoonzoon van Albert Heijn vroeg wat hij zou doen als er wat minder werk zou zijn en de tijd nog niet om was. “Dan pak ik een bezem en ga vegen”, was zijn antwoord. Het viel in goede aarde en werd aangenomen. Voor die tijd durfden de mannen best hun mondje te roeren als het nodig was. De Jong snapte nog steeds niet dat hij nooit is ontslagen. De oude Heijn kwam op een dag in de bakkerij en de ontbijtkoekkoek te beoordelen. “Wat vind jij er zelf van?” Vroeg Heijn. Omdat een ander verantwoordelijk was voor het product zei hij: “Waardeloos, rotzooi”. Driftig vroeg Albert Heijn toen: “Kun jij het dan beter?”. De Jong vond dat er honing in moest. De koek bleek zo goed dat er meteen 25000 stuks voor de slechts 27 filialen gemaakt moesten worden.
De Jong, die uit Friesland kwam, was de man die volgens Talsma alles kon maken. Hij beschikte over foefjes om er een aantrekkelijk product van te maken. De ontbijtkoek maakte hij glanzend met behulp van aardappelmeel. Een ons op 10 liter water en ze glommen als een bikkel.
Er werd ook veel gemberkoeken gemaakt. Dat ging een keer mis toen er goedkopere witte gember werd gekocht dan bruine. Maar ook werd eens bedorven meel gekocht. De Jong die het deeg maakte had er al meteen geen goed gevoel bij. Baas Gerrit zei: “Jan dat ben ik niet van jou gewend, het is rot koek”. De Jong riep verontwaardigd: ”Van verrot meel kan ik geen goede koek maken.” Albert Heijn riep meteen de verantwoordelijken op het matje.
In 1923 werd de Jong ook nog belast met het uitbetalen van de lonen. Dat was in die jaren nog niet zo goed geregeld als tegenwoordig, Grote verschillen, geen bonussen en weinig inspraak. Zo werd er eens een oven aangeschaft zonder de bakkers er bij te betrekken. Er waren al meteen problemen bij het opstarten. “Niks waard”, oordeelde van de Brink. “Toch komen er nog vier bij”, merkte baas Gerrit eigenwijs op.






Meer nieuws uit Zaanstad?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie