Bij elke opgraving vinden we verrassingen

Alkmaar Ontzet
Nancy de Jong.
Nancy de Jong. (Foto: Wim van der Vlugt)

ALKMAAR - Wat is er na 450 jaar nog terug te vinden van het beleg en ontzet van Alkmaar? We vragen het stadsarcheoloog Nancy de Jong-Lambregts. Zij heeft de bijzondere taak om iedere keer als er in Alkmaar werkzaamheden worden verricht waarvoor de grond ‘open’ moet, als eerste aanwezig te zijn. Met haar collega’s zoekt ze dan naar resten die de generaties vóór ons daar hebben achtergelaten. Elke opgraving in de stad zit vol verrassingen. 

Oude verdedigingsmuur gevonden

In 2006 bijvoorbeeld werden tijdens de reconstructie van de Friesebrug stukken van de oude verdedigingsmuur gevonden, waarop de schade van het beleg heel goed zichtbaar was. De vondst van zo’n honderd meter verdedigingsmuur aan de Wagenweg was een regelrechte sensatie. De muur had deel uitgemaakt van de vestingwerken die dateren uit de periode 1525-1550 en vertoonde op verschillende plaatsen duidelijke sporen van de langdurige beschieting van de stadsmuur op 18 september 1573. Volgens Nanning van Foreest werden er toen ongeveer 2000 kanonskogels afgevuurd op de stad. De Spanjaarden schoten onder andere op de onderkant van de muur. Hierdoor raakte het fundament van de muur ernstig verzwakt; deze viel in delen als het ware naar voren, de vestinggracht in. “De omgevallen muur lag daar gewoon! Het moment van het vallen van de muur lag vastgelegd in de aarde en is toevallig zichtbaar gemaakt”, vertelt Nancy.

Geuzengraf op de Paardenmarkt

Nog zo’n verrassing: in 2010 stuitten studenten archeologie uit Leiden bij werkzaamheden rond de Paardenmarkt ineens op twee massagraven. Men verwachtte op deze plek wel menselijke resten te vinden, want hier had het Minderbroedersklooster gestaan waar een kloosterbegraafplaats bij hoorde. Maar in 2010 werden daarnaast dus ook twee massagraven gevonden. Eén gemengd graf: een vrouw en een aantal mannen en kinderen rommelig door elkaar heen, haastig tegelijk begraven, duidelijk burgerslachtoffers van het beleg. En één massagraf met 22 stevige jonge mannen die sporen vertoonden van eerder letsel. Uit onderzoek bleek dat deze mannen niet van oorsprong afkomstig waren uit de stad. Bovendien lieten hun lichamen zien dat ze zwaar belast waren geweest. Soldaten die een zwaar harnas hadden gedragen en dus zeer waarschijnlijk geuzen. Nancy zegt daarover: “Het vinden van lichamen waaraan je kunt zien dat de mensen niet van ouderdom zijn gestorven, is altijd het meest definitieve bewijs dat er is gestreden en dat er slachtoffers waren.”

Strijd kent ook verliezers

Ook de keerzijde van de strijd komt tijdens opgravingen boven. Nancy zegt: “De geschiedenis wordt altijd verteld door de winnaar, maar er waren in Alkmaar ook duidelijke verliezers.” Met het binnenlaten van de geuzen omarmden de Alkmaarders het protestantisme en vluchtte een deel van de katholieke bevolking de stad uit.

In 1672 beschrijft Cathalina del Spiritu Sancto de vlucht van de Nederlandse Clarissen naar Lissabon. Een deel van haar verhaal gaat over de gebeurtenissen rondom de Alkmaarse Clarissen en vertelt hoe de nonnen wisten te ontsnappen aan de geuzen. Ze vertelt dat de geuzen de heiligenbeelden hadden vernield, sommige werden stuk achtergelaten, andere begraven in de moestuin. Ook vertelt ze dat de geuzen graven van overleden nonnen opgroeven in de hoop goud en zilver te vinden. Toen ze niets waardevols aantroffen, verspreidden ze de lichaamsdelen van de nonnen over het terrein.

Voordat de rioleringswerkzaamheden aan de Molenbuurt plaatsvonden, voerden de stadsarcheologen een opgraving uit om de overblijfselen van het Clarissenklooster in kaart te brengen. Tijdens deze opgraving werden niet alleen restanten van het klooster ontdekt, maar ook tastbare sporen van de gebeurtenissen die zich hadden afgespeeld na de vlucht van de Clarissen uit Alkmaar in 1572. Een aantal van de verschrikkingen die in het verhaal van Cathalina del Spiritu Sancto zijn beschreven, worden ‘bewezen’ door wat Nancy en haar collega’s vinden in de grond; de overblijfselen van het verwoeste klooster, de ingestorte toegangspoort, de verstoorde begraafplaatsen en de gebroken heiligenbeelden zijn de stille getuigen van een strijd die niet alleen Spaanse verliezers kende.

Nancy zegt: “Archeologie laat alle sporen zien van de strijd. Die van de winnaars en de verliezers. En daarmee worden de gebeurtenissen rond het beleg van alle kanten belicht.”