Aftrap toeristische seizoen: zat kansen én flinke uitdagingen

Nieuws
Duitsers fan van onze regio: auto mét stickers AZ en Egmond aan Zee.
Duitsers fan van onze regio: auto mét stickers AZ en Egmond aan Zee. (Foto: Ed van de Pol)

ALKMAAR - Toerisme in Noord-Holland is booming en na de magere coronajaren zitten de bezoekcijfers weer in de lift. Sterker nog; het aantal bezoekers in de regio komt nu al boven het topjaar 2019 uit en de verwachting is dat die trend voortzet. Maandagmiddag werd in Theater de Vest hierover gesproken, tijdens de Toeristische Aftrap 2024 van Stichting Hart van Noord-Holland, regio- en stadsmarketing. Conclusie? Kansen zijn er zat, maar flinke uitdagingen zijn er ook.  

De dagen dat marketing vooral inzette op ‘meer, meer, meer’ toeristen liggen achter ons. Maatwerk per gebied is het devies. Dat sommige gebieden overlopen, baart gedeputeerde Esther Rommel zorgen. “Kijk naar de toename van recreëren in de natuur. Bezorgdiensten zoals Thuisbezorgd brengen steeds vaker eten naar zo’n natuurgebied, zoals pizza’s. Prullenbakken zijn daar helemaal niet op gemaakt en dus holt de natuur achteruit. Noord-Holland is sowieso drukbezocht en telt de meeste overnachtingen van álle provincies. Het idee leeft dat dat vooral door Amsterdam komt, maar zelfs zonder de hoofdstad staat onze provincie op een. Toeristen weten vooral Zandvoort opvallend goed te vinden. Dat kunnen we direct koppelen aan de Formule 1, terwijl Alkmaar het kaasstad het ook gewoon goed doet.” 

Die bezoekers leveren ook wat op: zo’n 552 miljoen euro. Een groot deel van dit bedrag wordt tijdens de piekmaanden juli en augustus gespendeerd. “De accommodaties in de piekmaanden vullen, is eenvoudig”, weet Roel Beems, wethouder gemeente Castricum. “De uitdaging ligt in het voor- en naseizoen. Zo spreiden we bezoekers. De kust is zeer aantrekkelijk, maar slibt dicht als er teveel mensen met de auto komen. Dat ontmoedigen we dus, terwijl we stimuleren vooral met de fiets te komen. Kustbezoekers zouden in station Heiloo of het AZ-stadion in Alkmaar kunnen uitstappen of parkeren om vervolgens met een e-bus naar Egmond of Bergen te gaan.”


Jos Franke, directeur NBTC (Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen) (Foto: Ed van de Pol)

Duitland en Vlaanderen

Stichting Hart van Noord-Holland zet vol in op Duitse en Vlaamse toeristen, licht Melanie Goudsblom van de stichting toe. “We staan in het Belgische Plusmagazine en in Duitsland wordt de regio in diverse kranten gepromoot. Duitsers zijn krantenlezers en laten zich graag op die manier inspireren voor een vakantie.” Hart van Noord-Holland werkt steeds meer met data om informatie te verzamelen en heeft een datamanager aan het team toegevoegd. Wie zijn de bezoekers van de Broekerveiling en gaan zij ook naar het Park van Luna? “Met scherpe vragen kunnen ze veel gerichter werken.”

Miranda Tonkes (Manager Gastheerschap & Informatievoorziening) liet weten dat vorig jaar 300.000 bezoekers de Alkmaar Store (VVV) wisten te vinden. Maar liefst 40% van die bezoekers is Duits en 40% Nederlands; 20% internationaal. Dat zijn ‘waardvolle’ toeristen die geïnteresseerd zijn in het verhaal van Alkmaar; ook kopen ze duurzame streekproducten. 

De Bijenkorf

“Duitsers zijn nog steeds onze beste buren als het om toerisme gaat”, zegt Jos Franke directeur NBTC (Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen). Hij is net terug van de grote toerismebeurs in zag dat Nederland er goed op staat bij onze oosterburen. “Het is een dankbare markt, want voor Duitsers is Nederland niet al te ver. Leuk voor een uitstapje met je gezin, partner of vrienden. Het aantal Duitse toeristen in Nederland blijft groeien, maar deze ronkende cijfers verplichten ons ook om goed over de gevolgen na te denken. Wat zijn de sociaal-maatschappelijke consequenties van zoveel toeristen? Waar kun je volop toeristen kwijt en waar is het kwetsbaar; welke gast past waar? Het is maatwerk en we zijn verplicht om daar veel meer aandacht aan te besteden. Het is een voordeel dat bij de toename van toeristen veel Nederlanders zitten. Die hebben de bucketlist al gehad en zoeken vooral minder bekende locaties. Dat zorgt voor spreiding. Ook vakanties kunnen van grote invloed zijn op de spreiding. Twee weken voorjaarsvakantie kan heel interessant zijn om juist dan op reis te gaan. Zo gaan we van pure promotie meer naar bestemmingsmanagement. En waar maak je dan reclame voor hè? Ik neem de Bijenkorf als voorbeeld. De beperkte etalageruimte moet mensen verleiden naar binnen te gaan. Je kunt niet alles laten zien, maar binnen is wel alles verkrijgbaar. Zo werkt het ook met regiomarketing. Probeer bezoekers te verleiden, maar als ze afhaken hoeft dat helemaal niet zo verkeerd te zijn. Zo krijg je ook echt de bezoekers die je graag wil. Jaren geleden dachten we de overloop van Amsterdam in de regio op te vangen, maar dat is misschien wel het laatste wat je zou moeten willen. Houd vast aan je eigen verhaal en zoek dáár de gasten voor.” 

Jos Franke directeur NBTC (Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen)