Vroeger moest je nog ergens verstand van hebben

Partnerbijdrage
Evert Hoekstra.
Evert Hoekstra. (Foto: aangeleverd)

Vroeger moest je nog ergens verstand van hebben. Dat klinkt inmiddels bijna aandoenlijk. Een beetje zoals een fax. Of een telefoon met een draaischijf. Of een routebeschrijving uitprinten voordat je naar Maastricht reed. Wie iets wilde weten, moest daar moeite voor doen. Je kocht een boek. Je belde iemand die er verstand van had. Je volgde een opleiding. Of, heel revolutionair: je gaf gewoon toe dat je iets niet wist.

Dat laatste is volledig uitgestorven

Tegenwoordig weet iedereen alles. Mijn automonteur vertelt mij wat er juridisch mis is met het Nederlandse ontslagrecht. Mijn cliënt legt mij uit hoe de Hoge Raad volgens hem een zaak zal beoordelen. Iemand die drie filmpjes op YouTube heeft gezien, weet precies wat er geopolitiek in het Midden-Oosten moet gebeuren.

En ikzelf ben uiteraard geen haar beter. Sinds ik Google heb, ben ik naast advocaat ook een verdienstelijk cardioloog, dierenarts, installateur, voedingsdeskundige en specialist in de binnenlandse politiek van Venezuela. Sinds ChatGPT er is, ben ik zelfs gepromoveerd. Ik hoef mijn vraag maar in te typen en binnen drie seconden krijg ik een antwoord dat klinkt alsof iemand er jarenlang voor heeft doorgeleerd. Dat is fantastisch. En doodeng.

Ik ben advocaat sinds de tijd dat dossiers nog daadwerkelijk dossiers waren. Grote kartonnen mappen, met tabbladen, nietjes en perforators. Op kantoor stonden wetboeken waarvan de rug na verloop van tijd losliet. Jurisprudentie zochten we op in tijdschriften. Een brief werd gedicteerd met een cassettebandje en ging vervolgens met de post. En als je hem heel belangrijk vond, stuurde je hem per fax. Een fax. Voor de jongere lezer: dat was een soort WhatsApp waarbij het bericht eerst door een broodrooster werd gehaald.

Ik heb het zelfs nog de tijd meegemaakt van doorslagen en carbonpapier. Geen grap, zo draaide een modern advocatenkantoor.

We hadden geen Google Maps. Geen Teams. Geen digitale handtekening. Geen zoekmachine die in 0,4 seconde alle uitspraken over bestuurdersaansprakelijkheid sinds 1982 voor je op een rij zette. En toch wonnen advocaten toen ook zaken.

Soms zelfs zonder wifi

Begrijp me goed: ik verlang absoluut niet terug naar die tijd. Wie ooit om kwart voor vijf een processtuk met een koerier naar een rechtbank aan de andere kant van het land heeft moeten krijgen, romantiseert papier een stuk minder snel.

Techniek heeft mijn vak enorm verbeterd. Informatie is sneller beschikbaar. Onderzoek gaat sneller. Documenten zijn beter doorzoekbaar. AI kan teksten analyseren, structureren, vergelijken en soms binnen enkele seconden een verband zien waar een mens een uur mee bezig is. Ik gebruik die mogelijkheden ook graag.

Maar er is iets merkwaardigs gebeurd. Omdat kennis overal beschikbaar is, zijn we kennis gaan verwarren met verstand. En dat zijn twee totaal verschillende dingen. Een juridisch antwoord vinden is tegenwoordig eenvoudig. Weten of het antwoord in déze zaak bruikbaar is, niet. Een contract laten samenvatten is eenvoudig. Zien welke ene zin over drie jaar voor een miljoenenprobleem kan zorgen, niet. Een medische term googelen is eenvoudig. Weten of je naar de dokter moet of gewoon moet ophouden met googelen, blijkt aanzienlijk ingewikkelder. Daar zit volgens mij ook de grote misvatting over kunstmatige intelligentie.

Mensen vragen mij weleens of ik bang ben dat AI advocaten overbodig maakt

Helemaal niet. Ik denk juist dat AI slechte advocaten sneller zichtbaar gaat maken. Want het standaardwerk wordt goedkoper. Een nette brief schrijven? Kan een computer. Een overeenkomst vergelijken? Kan een computer steeds beter. Twintig uitspraken doorspitten? Graag zelfs. Scheelt mij een avond werk.

Maar dan begint het interessante deel pas: wat betekent het? Wat klopt er niet? Welke vraag is nog niet gesteld? Wanneer moet je procederen en wanneer juist niet? Wanneer heeft iemand juridisch gelijk, maar is het toch onverstandig om dat gelijk tot de bodem uit te vechten? En misschien wel de belangrijkste vraag in mijn vak: wie vertelt hier eigenlijk niet het hele verhaal? Daar bestaat vooralsnog geen knop voor. Dat is ervaring. Oordeelsvermogen. Mensenkennis. Twijfel. Intuïtie. En soms gewoon het ongemakkelijke gevoel dat iets op papier perfect klopt en in werkelijkheid van geen kant deugt.

Het ironische is dus dat we toegang hebben tot meer kennis dan alle generaties vóór ons bij elkaar, terwijl het vermogen om te zeggen “ik weet het niet” zeldzamer lijkt te worden.

Iedereen heeft tegenwoordig binnen vijf minuten een mening. Liefst een stellige. Met bronvermelding. Dat zie je ook in mijn spreekkamer. Cliënten komen uitstekend voorbereid binnen. Ze hebben Google geraadpleegd, ChatGPT ondervraagd, drie websites gelezen en meestal ook nog een zwager gesproken die ooit iets vergelijkbaars heeft meegemaakt. Daarna vragen ze wat ik ervan vind. Dat vind ik prachtig.

Mar soms bestaat mijn toegevoegde waarde uit één zin: “Ja, dat staat inderdaad op internet. Maar zo werkt het niet.”

En misschien is dát wel het moderne vakmanschap. Niet alles weten. Maar weten wat ertoe doet. Want informatie wordt steeds goedkoper. Antwoorden worden gratis. Binnenkort loopt iedereen rond met een digitale assistent die binnen een seconde meer weet dan hijzelf. Daardoor wordt iets anders juist steeds kostbaarder: iemand die durft te zeggen welk antwoord je beter kunt negeren.

Meer nieuws uit Alkmaar?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: