De geschiedenis van Alphen in beeld: De vroege middeleeuwen

Alphen - Tijdens de Romeinse tijd ontwikkelden zich handel en nijverheid, waardoor Alphen aan den Rijn langzaam uitgroeide tot een belangrijk handelscentrum in de regio. Germaanse aanvallen maakten daar echter een einde aan in het jaar 240 na Christus.
Door Joep Derksen
Gedurende de uitbreiding van het Romeinse Rijk gaven Romeinse heersers toestemming voor de vestiging van buitenstaanders binnen de grenzen. Zelfs de Germanen werden regelmatig op uitnodiging van de Romeinen zelf toegelaten. Deze Germanen werden sinds de derde eeuw langs de grens ingezet als een buffer tegen externe bedreigingen. Er werden verdragen met hen gesloten, waarbij de Germanen binnen het rijk mochten verblijven op voorwaarde dat zij onderwierpen aan de Romeinse keizer en de Romeinse wetten.
De indeling van Germaanse volkeren was grotendeels een constructie van de Romeinen. Zij labelden de mensen aan de overkant van de grens als ‘Germanen’ en verdeelden hen in verschillende ‘stammen’. De Germaanse groepen zelf identificeerden zich echter waarschijnlijk niet als een homogeen ‘volk’ of ‘stam’. Tijdens de tumultueuze periode van volksverhuizingen omstreeks 450 na Christus, leegde het toekomstige Nederland zich geleidelijk. Zuidelijk van de Rijn, ooit de markering van het machtige Romeinse Rijk, woonden de Franken.
De Franken
De vroegste verwijzingen naar de Franken vertellen over de vestiging van Frankische groepen ten noordoosten van de Rijn, de Usipeti, Tencteri, Sugambri en Bructeri, die woonden in het dal van de Rijn (middenloop en Beneden-Rijn) en de gebieden direct ten oosten daarvan, zoals Alphen. Wellicht verenigden zij zich vanwege Saksische bedreiging nabij de Limes langs de Rijn. De volksnaam Frank zou ‘onstuimig, wild, dapper’ kunnen betekenen in het Germaans. De Franken kwamen oorspronkelijk uit het noordoosten van Nederland en noordwesten van Duitsland. vanaf de vierde eeuw staken zij de Rijngrens over en vestigden ze zich in de provincie Germania Inferior. Vandaaruit breidden ze hun machtsgebied uit en ontstond het Frankische Rijk.
Langzaamaan namen de Franken de vroegere Romeinse streken in. Toen de Franken zich tot het christendom (katholicisme) bekeerden vergemakkelijkte dit het proces. Geleidelijk versmolt de nieuwe Frankische met de oude Gallo-Romeinse toplaag door onderlinge huwelijken. Vanaf de late zevende eeuw vormde Utrecht een Frankisch bolwerk.
Alfria en Echternach
Alphen aan den Rijn wordt voor het eerst genoemd in geschreven documenten in de tiende eeuw. Het wordt door de Sint Maartenskerk in Utrecht vermeld als ‘Alfria’ wat verwees naar een nederzetting in de buurt van een kerk. De letterlijke tekst is: ‘in Alfria due partes ville’.
Een voorproefje op de late middeleeuwen. In de twaalfde eeuw was het beheer van de nederzetting in handen van de Abdij van Echternach, een belangrijke religieuze instelling in die tijd. Maar tegen het einde van de twaalfde eeuw kwam het beheer van de nederzetting in verval. Lokale machthebbers, waaronder de heer van Breda, namen de rechten en controle in het gebied over.
In de dertiende eeuw werden waterwegen, zoals de Oude Rijn, van groot belang voor transport en handel. Waterwegen boden de mogelijkheid om goederen en materialen te vervoeren en handelscontacten te leggen met andere nederzettingen. Alphen heeft nooit ‘stadsrechten’ gekregen en is naar middeleeuwse begrippen dus nog een dorp. Het dorp kreeg echter wel toestemming om markten te houden en handel te drijven, waardoor het economische activiteit aantrok. Handelaren en kooplieden kwamen naar de stad om hun goederen te verkopen, wat bijdroeg aan de groei en welvaart van Alphen.
Dit is deel 2 van de rubriek ‘De geschiedenis van Alphen in beeld’.






Meer nieuws uit Alphen aan den Rijn?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie