Mosveld-baby Otto Polak: sterspeler van De Volewijckers

NOORD - Bij A.S.C. De Volewijckers in de Buiksloterbanne hangt nog steeds een grote foto van de linksbuiten begin jaren zestig, rugnummer 11, Otto Polak (1935). De groenwitten, toen nog gevestigd op het Mosveld in de Bloemenbuurt, bereikten op 5 juli 1961 op spectaculaire wijze de eredivisie. Niemand wist dat Polak als Joods jongetje samen met zijn oudere zus Lena vanaf 1943 tot de bevrijding in Beerzerveld, Overijssel, ondergedoken had gezeten. Getraumatiseerd wilde hij nooit over de oorlog praten.
Door Kirsten Zimmerman
Het gezin Polak woont in de jaren veertig op Zeedijk 12-ii in het centrum van Amsterdam. Vader Benjamin is schoenmaker en moeder Bernardina maakt schoon. Twee keer wordt pa gearresteerd, maar Dina weet hem brutaalweg onder de neus van de Duitsers uit het gevang te plukken. Roepend dat ze zelf haar huissleutels kwijt is, terwijl ze voor drie jonge kinderen moet zorgen, neemt ze hem domweg mee naar huis. De derde keer wordt Polak echter door een buurvrouw, een goede vriendin van Dina, verraden: zij geeft zijn naam door aan de beruchte politieagent en jodenjager Sam Olij, amateurbokser uit Landsmeer.
Vaders redding
In mei 1943 zit vader in Kamp Westerbork, maar wat hem uiteindelijk redt van transport naar Duitsland is het feit dat zijn vrouw niet Joods is. Daarom mag Benjamin in 1944 gaan werken bij een firma in Bergen en vervolgens in werkkamp ‘t Zand in de kop van Noord-Holland. Daar laat hij expres gereedschap op zijn vingers vallen, waardoor hij in juli 1944 op verlof naar Amsterdam mag. Benjamin duikt vervolgens onder. Van zijn handen zal hij de rest van zijn leven last hebben.
Otto en Lena
De oudste twee kinderen Otto en Lena worden in 1943 vanuit Amsterdam naar Overijssel gestuurd om onder te duiken. Jongste zoon Louki blijft thuis. Hij is zo jong dat Dina bang is dat hij zich haar anders na de onderduik niet meer zal herinneren. Ze weet niet waar de oudste kinderen zijn ondergedoken.
Otto en Lena komen terecht in de buurtschap Beerzerveld bij Ommen, niet ver van de grens met Duitsland. Lena duikt onder bij de familie Oordt: een gereformeerd boerengezin met vier zoons. Moeder Roelfina is een lieve, zachtaardige vrouw; vader Klaas een strabante man.
Otto verblijft op een andere plek, bij wie precies is nog steeds niet bekend. Hij heeft het op zijn duikadres echter niet naar zijn zin en komt daarom vaak als jongetje van 8, 9 jaar buurten bij de familie Oordt.
Wolter Oordt
Oudste zoon Wolter wordt op 12 januari 1945 thuis opgepakt. Hij zit net als zijn broer Boelem in het verzet. Onverwacht staan leden van het Kontroll Kommando van het beruchte Kamp Erika voor de deur. Boelem doet open. Wolter stapt naar voren, twee pistolen op zak, en zegt dat hij de man is die ze zoeken. Na Kamp Erika volgt het huis van bewaring in Almelo, daarna wacht gevangenis De Kruisberg in Doetinchem. Op 2 maart wordt Wolter samen met 45 andere mannen gefusilleerd bij het Rademakersbroek aan de rand van Varsseveld in de Achterhoek. Dit is een represaille voor het ombrengen van vier Duitse militairen door een plaatselijke verzetsgroep.
De laatste oorlogswinter
De laatste oorlogswinter is vreselijk, met veel trekkers uit het westen van Nederland aan de deur. In maart biedt de familie onderdak aan een oudere vrouw met krakkemikkige kinderwagen op hongertocht. Ze is totaal van slag, omdat ze op 8 maart heeft moeten toekijken hoe 117 mensen bij de Woeste Hoeve bij Apeldoorn zijn gefusilleerd. Dit is een vergelding voor de aanslag op Hanns Albin Rauter, de hoogste SS-functionaris in Nederland.
Tegen het einde van de oorlog krijgt de familie Oordt Duitse soldaten ingekwartierd. Sommige van hen zijn pas 14, 15 jaar oud. De militairen begrijpen al gauw dat het gezin een Joodse onderduikster heeft, maar Roelfina neemt direct maatregelen, zodat ze Lena niet in handen krijgen. Beerzerveld wordt begin april door de Canadezen bevrijd. De twee kinderen worden teruggebracht naar Amsterdam. Lena herinnert zich later dat haar ouders haar en Otto van een boot afhalen. De meeste familieleden van vader Benjamin zijn omgekomen in Duitse concentratiekampen en zullen dus nooit meer terugkeren naar de hoofdstad. Lena wordt een paar jaar na de oorlog verliefd op een Amerikaanse soldaat. De man is elders gestationeerd, maar belandt, omdat hij ziek is, met een vriend in een café in Amsterdam en zo ontmoet hij Lena. Het paar trouwt in 1954 en emigreert naar Amerika. Omdat er na de oorlog van hun voormalige leven niet veel meer over is besluit het gezin Polak begin 1957 Lena te volgen naar New York, Long Island.
Otto is intussen tegen de beeldschone kapster Reiny Gerritsen aangelopen. Zij is de dochter van een collega van de stoffengroothandel waar hij werkt. Op een zaterdagochtend komt Otto deze man hoegenaamd helpen met de tuin, maar hij verschijnt keurig gekleed in pak, een pak lp’s onder de arm. Zo weet hij de dochter des huizes voor zich in te nemen.
Otto blijft in Amsterdam
Tot Dina’s ongenoegen besluit haar zoon wegens zijn verkering in Amsterdam te blijven. Otto trouwt eind 1956 en gaat met Reiny op de Zeedijk 12-ii wonen. Ze krijgen drie kinderen. Otto handelt in stoffen en heeft kledingwinkels in Heerhugowaard en Schagen. Ook staat hij in Alkmaar op de markt. De zomers brengt het gezin door op Long Island in het dorpje Patchogue, waar de Polaks zijn neergestreken.
Voor de buitenwereld is Otto een vrolijke man, die op feestjes de boel op stelten zet. Over de oorlog zal hij echter nooit een woord loslaten.
De Mosveld-baby’s
Net als veel Amsterdamse jongens is Otto van kind af aan dol op voetballen. En hij is er goed in. Zo goed, dat hij in de jaren vijftig in het eerste team van de Volewijckers belandt. De Mosveld-baby’s bereiken in 1961 zelfs de Eredivisie. Op 5 juli speelt het team voor een publiek van 17.000 man tegen de club Elinkwijk in het Utrechtse Zuilen. De Noorderlingen staan in het laatste kwartier met 4-1 achter en spelen slechts met tien man. De supporters beginnen al te vertrekken, want promoveren zit er niet meer in.
Maar spectaculair genoeg weten Polak en consorten binnen een mum van tijd terug te komen en wordt het ten slotte 4-4: genoeg voor de Eredivisie. De vierde goal valt zelfs in de laatste minuut, terwijl er nog een Volewijcker is uitgevallen. Het is groot feest in Noord en de wedstrijd wordt later in de volksmond “het wonder van Zuilen” genoemd.
56 Eredivisiewedstrijden
Tussen 1961 en 1963 scoort Otto Polak twaalf keer in 56 Eredivisiewedstrijden. Hij weet tegen KFC uit Koog aan de Zaan zelfs een hattrick te maken (drie keer scoren in een helft). Ook zal Otto twee keer als voetballer naar de Joodse Olympische Spelen, de Maccabiah, in Israël mogen afreizen. Op latere leeftijd komt hij graag bij club AFC (Amsterdamsche Football Club) in Amsterdam-Zuid, waar hij meer Joodse oud-voetbalspelers treft.
In het clubhuis van De Volewijckers hangt in de historische galerij een foto uit 1961 van Kors van Bennekom met Otto Polak in actie op het Mosveld. Hij weet een sliding ontwijkend nog net voor de achterlijn een voorzet te geven. Het publiek aan de zuidzijde van het Mosveld volgt de wedstrijd vanuit hun eigen zolderramen. De foto is op 8 mei 2021 onthuld. Otto is precies de dag daarvoor overleden.







Meer nieuws uit Amsterdam-Noord?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie