‘Tijd is niks, getij is alles’

CAMPERDUIN - Wat zal hij allemaal gedacht hebben onder zijn kuif in de wind, al die dagen en uren dat hij langs de vloedlijn reed, als eerste nadat de vloed wellicht spullen of dieren op het strand had gelegd? In ieder geval wist hij zich verzekerd van de steun van echtgenote Tiny. Die heeft het altijd mooi gevonden dat haar man, Willem de Rover, dit deed: strandvonder zijn. Een gemeentelijke functie, weliswaar onbezoldigd. De burgemeester is in naam de officiële strandvonder in de gemeente, maar die kan daarvoor dus rekenen op mannen als Willem. Die kreeg voor zijn jubileum, 40 jaar strandvonder, vorige week donderdag door loco-burgemeester Marco Wiesehahn-Vrijman de versierselen opgespeld: Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Maar stoppen: “Ja, ze vragen me weleens daarover, maar nee….nog maar niet. Het is zo mooi…”
door Ed Bausch
Strandvonder Willem de Rover kreeg een Koninklijke Onderscheiding
Ooit werd hij beëdigd in die functie door de legendarische Commissaris van de Koningin Roel de Wit. Zo’n beëdiging zegt wel wat over het belang van de functie. “Je moet zorgvuldig omgaan met wat er aanspoelt en snel partijen kunnen inschakelen, zoals Rijkswaterstaat of de Douane. En je mag ook mensen aanwijzen als je assistent, als dat even nodig is. Bijvoorbeeld boeren in de omgeving met hun materieel of een toevallige passant om samen even een aangespoelde zeehond in de auto te tillen. Of de Egmondse firma Gul inschakelen die voor de gemeente het hele strand in de gemeente schoonhoudt.”
Zeehond kan ontploffen
“Kijk, een aangespoelde zeehond kan ontploffen, dus die moet echt wel weg. Of hij is nog te redden en moet dan naar de crêche in Pieterburen. Ik heb er speciale cursussen voor gevolgd. Er spoelt soms overboord geslagen deklast van schepen aan. Dan moet je de kustwacht inschakelen. Zo ook als er wel eens een lichaam aanspoelt. Daar krijg je gewoon mee te maken.” Willem verhaalt ook van lekke bootjes, schoenen, rugzakken: de restanten van vluchtelingen die probeerden Engeland te bereiken….
Van vele markten thuis, maar het liefst buiten
Hij werd voorgedragen door Simon Gutker, de toenmalige strandvonder die geëerd is met een beeld bij de strandopgang in Camperduin. “Ik hielp hem af en toe en hij zag in mij wel zijn opvolger.” Willem, een oorspronkelijke Groeter, was zijn werkzame leven begonnen bij groenteboer Krul, bestellingen wegbrengen. Later ging hij varen voor de KNSM. “Allerlei functies bekleedde ik er in die twaalf jaar, nachtwacht en ook heel veel schilderen aan de boten. Ik moest de militaire dienst in. Die had ik wel kunnen ontwijken, maar dan moest ik nog tien jaar blijven varen. Maar dan kon ik mijn Tiny vaak lang niet zien. Dus ik koos voor 18 maanden bij het leger. Willem werkte daarna op een booreiland, voor papierfabriek Van Gelder in Velsen en nog weer later vond hij zichzelf terug als dennenzager in de duinen. “Dan maakten we een heel vak leeg, voor de palen.”
Vossenknuffelaars
Voor de firma Daalder, later voor het Hoogheemraadschap, werkte hij aan de strekdammen. “Die waren er vóór de zandsuppletie veel meer en boden huisvesting en voedsel aan duizenden meeuwen. Met de dammen zijn die dus ook grotendeels verdwenen…” Een functie met een mooi woord werd ‘cantonier’, opzichter in de duinen. “Wat je toen niet allemaal aan vogels en dieren had in de duinen, patrijzen, konijnen bij de vleet, eekhoorns, kieviten, wulpen. Maar ja, toen mochten de vossen niet meer zo worden afgeschoten. De vossenknuffelaars kwamen, zo zagen wij het, en de hele vogelstand ging er aan, de grondbroeders als eersten…de vossen liepen zelfs op het strand!”
Opschuiven
“Bij wind uit zee of noordwest en zuidwest spoelt er het meeste aan. Bij aflandige wind kun je wel eens een dagje overslaan met strandvonderen.” Ergens tussendoor al zijn banen was hij dus op zijn veertigste de strandvonder geworden. Als het maar ergens buiten was, dan was alles goed voor Willem, Groeter te Camperduin. Hij schoof dus één dorpje op naar zee. De zee schuift langzaam op naar de kust. “Voorheen kon je vanaf hier de hele serie palen van de Kerf zien staan. Nu steken er vaak nog net wat koppen boven het zand uit.” Heel wat veranderingen maakte Willem mee. Op een aangespoeld stuk hout uit de zeventiende eeuw, dat nu de voortuin siert schilderde hij: “Tijd is niks, getij is alles.” Meebuigen met de tijd, de getijden volgen: Willem de Rover kan er voorlopig nog geen genoeg van krijgen en Tiny vind het nog altijd prachtig en rijdt soms even mee langs de vloedlijn. Nu uit naam van de Koning.








Meer nieuws uit Bergen?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie