Hans van Weenen ontdekte oorsprong van Castricum

CASTRICUM - Castricummer Hans van Weenen (73) bracht na maar liefst vijftien jaar onderzoek het boek ‘De oorsprong van Castricum ontdekt’ uit. In het 400 pagina’s tellende boek neemt hij de lezer mee naar het ontstaan van Castricum vanaf de Vroege Middeleeuwen, van het jaar 450 tot 1050 na Christus. Hans vertelt vol trots over de totstandkoming van het boek.
Door Rosemarijn Beneker
‘’In de bibliotheek van Beverwijk lag een blad van het Historisch Genootschap Midden-Kennemerland. Er stond een artikel in over het gebied rond de kerk van Beverwijk, waar een ringwalburg zou zijn geweest. Ik keek naar de afbeelding en vond het erg op de situatie in Castricum lijken. Toen ontstond bij mij de vraag of er in Castricum ook een ringwalburg heeft gestaan. Dat was hét begin van het schrijfproces. Eerder was ik vooral geïnteresseerd in het kasteel Cronenburg dat in Castricum heeft gestaan en in de Late Middeleeuwen werd gebouwd. Nu wilde ik weten hoe mensen zich in de Vroege Middeleeuwen hebben verdedigd.’’
‘Het manuscript telde wel 700 pagina’s’
Als lid van de redactie van de Atlas van het Oer-IJ-gebied, die werd uitgebracht door de Uitgeverij Noord-Holland in samenwerking met de Stichting Oer-IJ, leerde Hans wat er komt kijken bij het realiseren van zo’n boek. ‘’Het manuscript van mijn boek telde wel 700 pagina’s. Ik heb het aan verschillende deskundigen laten lezen en moest er flink in strepen, maar werd wel aangemoedigd om ermee verder te gaan.’’
Sponsoren
Toen het boek eenmaal af was, stond Hans voor de uitdaging om voldoende geld bij elkaar te verzamelen om zijn boek ook daadwerkelijk te kunnen uitgeven. ‘’Het is gelukt om zestien sponsors bij elkaar te vinden die mij wilden helpen. Net als de atlas is mijn boek uiteindelijk uitgegeven in samenwerking met Stichting Oer-IJ en Uitgeverij Noord-Holland. Het was fantastisch en een gevoel van trots ging door mij heen toen ik het eerste exemplaar uitgereikt kreeg. Ik ben vijftien jaar bezig geweest met schrijven. Ik heb ook weleens gedacht ‘ik hoop dat het allemaal nog gaat lukken om het af te krijgen’. Al het schrijf- en speurwerk heeft mij ook veel plezier gegeven. Het is leuk om elke keer weer wat nieuws te ontdekken.’’
Vroege Middeleeuwen
Hans vertelt dat er over de Vroege Middeleeuwen heel weinig bekend is. ‘’Er waren een aantal vragen waar ik een antwoord op wilde vinden: ‘waar komt de naam Castricum vandaan?’, ‘hoe is het dorp ontstaan?’ en ‘uit welke tijd stamt dit?’ In de archieven zijn kopieën van akten gevonden die terugverwijzen naar de negende en tiende eeuw, verder zijn er geen geschreven bronnen uit die tijd. De belangrijkste bronnen die we hebben zijn de naam van het dorp en het landschap dat in de loop der tijd veranderd is. Landbouw was het belangrijkste in die tijd, je zou dus kunnen zeggen dat boeren in het landschap geschreven hebben. Je vindt nog veel uit die landbouwperiode terug en je ziet het nog op oude kaarten, daar heb ik tijdens het schrijven ook veel aan gehad. Uit vele beschrijvingen van grondtransacties kon ik opmaken wie de eigenaar van een perceel was, aan wie het werd verkocht, wat de oppervlakte ervan was. Vaak werden daar ook bijzonderheden bij aangegeven, zoals de aanwezigheid van water, wegen of dijken. Die gegevens heb ik gebruikt om vooral langs de grenzen van Castricum met Heemskerk, Uitgeest en Limmen het landschap in kaart te brengen.’’
Akkercomplexen
‘’Er zijn hier vijftien vroegmiddeleeuwse geesten geweest. Een geest is een akkercomplex tussen twee randwegen. Een voorbeeld daarvan is de Breewechergeest. De Breedeweg was de hoofdweg en de Doodweg een achterweg. Tegenwoordig is alleen aan de westkant daarvan wat bebouwing, maar verder is deze geest nog helemaal intact.’’ Hans vertelt dat het daarom naar zijn mening eigenlijk beschermd landschap zou moeten worden. ‘’Tijdens mijn onderzoek kwam ik uit bij de amateurhistoricus Gerdi Staelens, die onderzoek had gedaan naar landbouwbedrijven in de Vroege Middeleeuwen in Vlaanderen. Hij ontdekte structuren in het landschap. Ik stuurde mijn kaarten van Castricum naar hem toe met de vraag of hij daar ook structuren in kon ontdekken. Hij verstrekte mij meer informatie waar ik mee verder kon en zo ontdekte ik die vijftien akkercomplexen. Nog een bijzondere ontdekking was dat die geestgronden allemaal aan elkaar gekoppeld zijn. Er is blijkbaar ook een periode geweest dat zo’n akkercomplex ook een middenweg had. Het mooiste is dat ik zag dat de rand- en middenwegen van west naar oost met elkaar verbonden waren en uiteindelijk uitkwamen op de Uitgeesterweg.’’
Sommige geesten zijn wat ingekrompen door opstuivend duinzand. ‘’De doodlopende wegen op de duinrand wijzen erop dat de structuur van de geesten zich waarschijnlijk ook onder het duinzand bevindt.’’
Ontstaan van Castricum
Hans vertelt dat Castricum is ontstaan op een wadplaat in het mondingsgebied van het Oer-IJ. ‘’Een tak van de Rijn kwam bij Castricum in zee uit. De helft van die plaat ligt nu onder het duin en op de andere helft wonen we nu.’’ Er zijn allerlei verklaringen voor de naam Castricum. Hans: ‘’Sommige naamkundigen denken dat ‘cum’ slaat op ‘heem’ wat woonplaats betekent en dat ‘cast’ komt van ‘gaast’ of ‘geest’: woonplaats op de geest. Anderen zeggen dat het gaat om de woonplaats van Caster, wat de stamvader zou zijn geweest. Een derde verklaring is dat de naam is afgeleid van Castrum-heem. Castrum zou in dat geval een Romeinse vesting zijn geweest, enige sporen daarvan zijn in Castricum echter nooit gevonden. De Romeinen zijn niet veel verder gekomen dan Velsen. De enige verklaring die dan overblijft is dat er in de Vroege Middeleeuwen een versterking was, wat dan een ringwalburg zal zijn geweest. Dat was in die tijd namelijk de enige manier om je te verdedigen. Castricum zou dan betekenen: woonplaats van de mensen bij de burg. Deze derde verklaring vind ik het meest aannemelijk.’’
Ringwalburg
Volgens Hans is het plausibel dat een ringwalburg dan in het Dorpshart van Castricum zal zijn gebouwd. ‘’In een zeventiende-eeuws boek met wegenmetingen wordt enkele keren het woord ‘wal’ genoemd, wat kan wijzen op de aanwezigheid van zo’n ringwalburg. Het bouwen van zo’n ringwal was duurzaam bouwen volgens het boekje. Er werd een cirkelvormige gracht gegraven en het zand daarvan werd aan de binnenkant gebruikt als ophoging, zo ontstond een wal. Men maakte gebruik van lokale materialen. Bovenop werden palen geplaatst om je achter te verschuilen. Ik heb onderzocht wat dan de meest strategische plek zou zijn geweest voor zo’n ringwalburg. Vanuit het zuiden, Beverwijk, splitst in Castricum een weg.’’ Een sleutelpositie volgens Hans, omdat men daar al het verkeer enerzijds naar Egmond, anderzijds naar Alkmaar kon controleren. ‘’De ideale locatie voor een ringburgwal, want mensen moesten zich snel kunnen terugtrekken voor aanvallen door de Vikingen. Er waren geen grote schatten waar het de Noormannen in Castricum om te doen was, maar wel proviand. Het vee en landbouwproducten moesten snel in de burg beschermd kunnen worden.’’
Archeologie
Hans wees de gemeente in 2018 op de mogelijke aanwezigheid van een kasteelplaats aan de Doodweg. ‘’Zij hebben een archeoloog ingezet en die heeft bevestigd dat er een gracht heeft gelegen; de aanwijzingen klopten. Hier lag het laatmiddeleeuwse kasteel ’t Blockhuijs. Het was een ‘bijvangst’ van mijn onderzoek. Mocht in de toekomst in het Dorpshart gegraven worden, dient de gemeente er rekening mee te houden dat sporen van een ringwalburg kunnen worden gevonden. In dat geval wil ik daar zeker bij zijn om te kijken wat Castricum al die tijd nog voor ons verborgen heeft gehouden.’’ besluit Hans.






Meer nieuws uit Castricum?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie