Ton Horseling van De Burg is horecaman pur sang

NOORD-SCHARWOUDE - ‘Even’ een interviewtje houden op een dinsdagochtend koppiestijd met Ton Horseling? Dat kun je vergeten! Die man heeft een verhaal van een kilometer en tijdens het gesprek slaan we regelmatig linksaf en rechtsaf. Maar dat hij een goed verhaal heeft, is wel duidelijk. En dat hij een bekende Langedijker is ook!
Horseling is bij de meesten met name bekend van zijn horecabedrijf De Burg, dat bestaat uit restaurant Guido’s, slijterij Suts, en traiteur / ijssalon / belegde broodjes Lekkers. Dit mooie bedrijf runt hij samen met zijn vrouw Anneke en met het echtpaar Ellen en Guido Rouwhorst.
“Ik ben toen we pas weer op het dorp woonden eens binnen gestapt bij de Burg die toen nog in handen was van Jan en Else Dijkstra. Ik kon aan de slag bij bruiloften en partijen maar helaas kon dat alleen op parttime basis want er was geen ruimte voor een vaste baan.” Later bleek het wel de opmaat voor een periode die nu al 35 jaar bestrijkt waarin Ton als trotse uitbater en mede eigenaar van De Burg elke dag nog actief is.
Ton begint bij het begin: “Ik ben geboren aan de Kerkelaan nummer 1 waar wij met vader, moeder en vijf kinderen woonden. Ik was een nakomertje na een verhuizing naar de Frederik Hendrikstraat, op in een gezellige buurt vol jonge gezinnen. Iedereen speelde de hele zomer buiten op de speelweide en het leven was goed en overzichtelijk. Totdat mijn ouders gingen scheiden toen ik 12 jaar oud was. Er brak een roerige tijd aan waarin mijn broer Karel en ik met moeder vertrokken en uiteindelijk in het oude postkantoortje in Zuid-Scharwoude gingen wonen, naast waar nu kapsalon Figaro zit. Ik had de brugklas van de Mavo door de omstandigheden thuis verknoeid en belandde op de LTS. Wat achteraf niet verkeerd was want daar deed ik mijn eerste ervaringen op op het gebied van horeca.”
Ton ging in de weekenden aan de slag bij De Goudvis in Sint Maartenszee, bij Dirk en Cock Poland. Nu is het een speelpark, maar destijds was De Goudvis een snack- annex viszaak die in de wijde omtrek bekend en geliefd was. “Het was van ‘s morgens tot ‘s avonds kneiterhard werken, de hele dag kwam er volk. Door de week ging ik naar school en nadat ik met goed resultaat was geslaagd voor de LTS ging ik fulltime bij De Goudvis aan de slag. Prachtige tijd.”
‘Coronatijd was een zegen in vermomming’
“Het was niet alleen hard werken maar ik leerde er ook zelfstandig worden, ik deed er sociale contacten op en leerde heel veel over het horecavak.” Toch brak dit leven hem op, en van de ene op de andere dag besloot hij te stoppen, Ton was net achttien, belde Dirk op en zei: ‘Ik kom niet meer.’ “Ik kon het gewoon niet meer opbrengen, was er helemaal klaar mee. Ik verdiende goed geld maar had geen tijd om het uit te geven en mijn sociale leven speelde zich alleen daar af. Ik wilde meer halen uit het leven.”
Hilton
Niet alleen qua werk, ook thuis was hij er wel een beetje klaar mee. “Mijn moeder had inmiddels een nieuwe relatie en dat voegde niet helemaal. We zaten elkaar in de weg en ik had ruimte nodig. Ik besloot in Amsterdam mijn geluk te beproeven. Ik had in De Telegraaf een advertentie gezien van het Hilton Hotel, belde en ik kon meteen op gesprek komen. Het Hilton had toen nog echt grandeur met een zeer sjiek restaurant waar nog de klassieke hiërarchie gold waar ik echt onderaan begon. Ik was Commis de Rang, de assistent van de chef de rang, die op zich ook nog niet veel te vertellen had. Maar het maakte mij niet uit. Ik leerde gigantisch veel en vond het helemaal geweldig. Het Hilton personeel verbleef in een personeelshuis waar ik een klein kamertje had met een gedeelde douche. Ik maakte daar ook lange gebroken dagen, ik verdiende er geen reet maar leerde weer heel veel. Het Hilton personeel was mijn familie, mijn leven speelde zich af in het restaurant en op zondagavond gingen we met zijn allen op stap. Dit heb ik jaren volgehouden totdat ik erachter kwam dat ik nooit veel hoger zou klimmen in de Hilton hiërarchie.”
![]()
(Foto: AGHeeremansPhotography)
Anneke
Al die tijd speelde zijn leven zich volledig af in Amsterdam. “Ik kwam er ook mijn vrouw Anneke tegen, een echte Amsterdamse. Zij was 17 en zat nog op op het Spinoza Lyceum, terwijl ik er met mijn 19 jaar al een heel arbeidsleven op had zitten. Ik werkt daarna nog bij een aantal andere horecazaken en wist op te klimmen tot een management functie, terwijl Anneke een baan kreeg bij Associatie Uitvaartverzorging in Alkmaar.” Een huis zoeken in Amsterdam bleek kansloos dus het stel belandde toch weer terug naar zijn roots, in Langedijk. “We hoorden dat er een nieuwe wijk werd gebouwd in Zuid-Scharwoude, de vissenbuurt, en kochten daar in 1982 een huis.”
De Burg
Op een goede dag ergens in ‘87 werd Ton gebeld door Evert-Jan Dijkstra, die inmiddels De Burg had overgenomen van zijn vader en moeder. Hij zocht iemand voor op de vloer en Ton ontpopte zich tot graag geziene en flamboyante gastheer. Niet veel later kwamen Ellen en Guido terug uit de Achterhoek en zo vormden zij een ijzersterk vijftal. Evert deed een stap terug en gaf de leiding in handen van Ton, Anneke, Ellen en Guido. Tot op de dag van vandaag runnen zij het horecabedrijf met ieder zijn specialisme, van restaurant tot wijntapperij, en van traiteur tot gastheer. “We woonden en jaar of tien boven De Burg, en kregen er onze kinderen Thom en Kim. Nu behoorlijk wat jaren verder wonen we in de Oosterstraat en zijn we drie kleinkinderen rijk.”
In de eerste jaren besloten ze het pand met zo veel historie ingrijpend te verbouwen maar wel met behoud van de oorspronkelijk elementen. “Met Evert reden we naar België op zoek naar mooie oude bouwmaterialen. Met hem als creatieve motor hebben we zelf alles vorm gegeven, daar is geen architect bij geweest.”
Koepelzaal
In de dagen dat Jan en Els Dijkstra de horecagelegenheid runden, trouwde en rouwde het hele dorp nog op het podium van De Burg, waar ook de plaatselijke toneelvereniging optrad en gymnastiekles werd gegeven. Maar toen de volgende generatie erin kwam, werd het tijd voor een make over. Dus trokken zij de verlaagde plafonds eruit, om het allemaal te vernieuwen. Achter een van die plafonds kwam een schitterend koepelgewelf tevoorschijn en de befaamde koepelzaal was voortaan een feit. Met de iconische ijzeren trap in de entree, veel marmer, spiegels, donker hout, glas-in-loodramen, is De Burg nog steeds ‘een plaatje’.
“In de coronatijd stopte alles, ook de inkomsten, maar besloten wij juist te investeren in wederom een opknapbeurt. De koepelzaal is mij heilig maar hij mocht best een beetje naar deze tijd getrokken worden. We hebben Mijke Zijp, een styliste met Langedijker wortels, erbij betrokken en zijn met het hele team aan het schuren, slopen en schilderen geslagen. Ondanks de tegenslagen door de lockdown, bleek dit een waardevolle tijd voor het team. We hebben dit samen doorstaan, kregen onverwachts alle tijd en ruimte voor een make over en het bleek een zegen in vermomming. Met de aanleg van klimaatbeheersing tenslotte is het in deze zaal altijd goed toeven en zijn we klaar voor de toekomst.’’
Wij hebben een ijzersterk team
Een trotse Ton wil benadrukken dat hij het niet alleen doet, en dat het succes alleen mogelijk is door een ijzersterk team. “Ik heb heel veel te danken aan steun en toeverlaat Guido, we zijn aan elkaar gewaagd, sparren veel en willen beide blijven innoveren en ontwikkelen. Naarmate jij ouder wordt, wordt het team om je heen steeds jonger en dat is natuurlijk top”, lacht hij.
Met de komst van de fotograaf zet de redacteur een punt achter dit verhaal, dat met gemak een hele krant had kunnen vullen. Want er is ook nog al zijn werk voor en in Team Langedijk in de jaarlijkse Roparun, zijn oprichting van de Langedijker Run waarbij door heel Langedijk wordt hardgelopen voor de Kanjerketting, zijn toekomstvisie voor de lokale horeca, et cetera, et cetera.
Wellicht voor een volgend interview!
(door Marsha Bakker)






Meer nieuws uit Dijk en Waard?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie