Snouck van Loosenpark: wonen in een park, een paradijs en eldorado voor kinderen

Nieuws
De hoofdpoort van het Snouck van Loosenpark in Enkhuizen.
De hoofdpoort van het Snouck van Loosenpark in Enkhuizen. (Foto: aangeleverd)

ENKHUIZEN - Het Snouck van Loosenpark met zijn vijftig woningen nabij de haven van Enkhuizen is één van de eerste sociale woningbouwprojecten van Nederland. Eind negentiende eeuw werd het gebouwd met geld uit de nalatenschap van Maria Snouck van Loosen en in 1897 was het gereed voor bewoning. 

Door Corry Blok-Plas

Maria had bepaald dat ‘elke woning van behoorlijke grootte en ruimte met drie slaapplaatsen en voldoende regenwaterbak en voor lage prijzen te verhuren aan gezinnen’ moest zijn. Niet zomaar gezinnen, nee alleen ‘die door duurzame arbeidszaamheid en goed gedrag boven anderen uitmunten.’

Geschiedenis

Naast de woningen voor arbeiders was er dan ook één grote villa voor de opzichter met prachtig uitzicht op de haven. Nu bewoond door Stef Blok, oud-minister, maar dit terzijde. De opzichter bezat de sleutels van alle woningen en kon dus ‘binnenvallen’ om te controleren of de bewoners (nog) aan alle eisen voldeden. Zo mochten er geen huisdieren gehouden worden, waslijnen en bebouwing in de tuinen was eveneens verboden. Openbare dronkenschap was uit den boze. Voor onderhoud van het park met zijn waterpartijen, vlaggenmast en bloemperken, waarvan een met zonnewijzer, en zelfs een volière, was een Snouck van Loosen-werkploeg aanwezig, herkenbaar aan zwarte ribfluwelen pakken met pet. De werkschuur en de kweektuin was en is nog steeds gelegen aan de Parklaan, naast het park, maar het onderhoud wordt nu verzorgd door de gemeente Enkhuizen. Hoe het is om daar te wonen, heb ik gevraagd aan Peter Beers en Christel Holshuijsen-Rolle.

Peter Beers

Peter woonde er vanaf zijn geboorte in 1943 tot 1967. In die tijd waren het huizen met redelijk comfort. In 1937 was de ‘ton’ vervangen door een watercloset, er was in ieder huis een kelder aanwezig, waar het voedsel koel kon blijven, en een eigen tuintje. Daar was dan weliswaar geen waslijn maar wel een houtenrek en kon de was ook nog op het grasveldje ‘gebleekt’ worden. Maar bovenal vond Peter het park een kinderparadijs om in op te groeien. Leuk om verstoppertje te spelen met de vele struiken en schaarse verlichting. Hij weet nog dat iedere avond de gaslantaarns werden ontstoken. In de winter werd er natuurlijk geschaatst op de vijver. Hij zocht eendeneieren om die voor een dubbeltje te verkopen aan opoe Beers. Mocht je je dan vervelen, dan kon je altijd nog ‘apies’ gaan kijken, want naast de kippen, pauwen, kleine en grote vogels w.o. twee ara’s in de volière, zaten er ook een paar apen in de kooien. Die kon je door het gaas heen pinda’s voeren. In de winter was er voor de apen en ara’s een verblijf achter glas. Natuurlijk haalde hij kattenkwaad uit om dan tuinbaas Havinga, achter zich aan te krijgen. Dhr. Havinga woonde zelf ook in het park, net als een aantal andere leden van de werkploeg, zoals Barend Rob de baas van de “dierentuin” en zijn zoon Berendje Rob, welke oude Enkhuizer kent hem niet, die schoffelde in het park.


Peter en Christel voor het huidige woonhuis van Christel. (Foto: aangeleverd).

Christel Holshuijsen-Rolle

Christel kwam als twaalfjarige met haar ouders en zusje in 1972 in het park wonen. In die tijd werden de huizen als wat minder comfortabel gezien. Er was slechts één wasbak in de grootste slaapkamer aanwezig. Vader en moeder Rolle lieten daarom gauw een badkamer installeren en de bedstedes werden buiten gebruik gesteld en omgebouwd tot een, weliswaar klein, slaapkamertje. Moeder Jenny Rolle bleef er veertig jaar wonen, maar ook Christel vond het park aantrekkelijk genoeg om er in de jaren tachtig met haar man Martin terug te keren. In de inmiddels gerenoveerde woningen met badkamer (!) werd zoon Puck geboren en Christel vond het een kindereldorado voor de opgroeiende Puck. Hij speelde in de bosjes, heel spannend met een door opa Maarten verstrekt mesje, met zijn rubberbootje in de vijver, en bij ijs schaatste ook hij uiteraard, zoals Christel dit zelf weer doet met haar kleinkinderen.

Honderdjarig bestaan

In 1997 werd het 100-jarig bestaan groots gevierd met muziek en dans. Er was een lichtjesavond met honderden ontstoken vetpotjes, die zorgden voor een feeërieke sfeer. Puck Holshuijsen onthulde samen met mevrouw Struik, toen de jongste en oudste bewoners van het park, bij de vijver een plaquette over de fontein, aangeboden door de gemeente Enkhuizen. Het is inmiddels geen geheim, dat de fontein zo zijn voor- en tegenstanders kent onder de bewoners! Voor het eerst werd er een vlooienmarkt gehouden, waar naast kooplui van buiten ook parkbewoners hun veelal tweede- of misschien wel derdehands waren verkochten. Van de opbrengst werd en wordt een buurt barbecue gehouden. De markt beleefde dit jaar zijn 25ste editie. Tijdens de markt en hoogtijdagen, zoals huwelijken en geboortes, wordt er door de bewoners gevlagd met de eigen parkvlag.

Waar zijn de kinderen?

Het was en is nog steeds leuk wonen in dit Snouck van Loosenpark. Al is het park niet meer exclusief voor Enkhuizers met ‘duurzame arbeidszaamheid’ en wonen er tegenwoordig nog weinig kinderen. En dat is jammer voor een park dat als een paradijs en eldorado voor kinderen werd getypeerd!

Meer nieuws uit Enkhuizen?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: