Het Dolhuys | museum van de geest blijft in Haarlem
HAARLEM - De Raad van Toezicht van Dolhuys | museum van de geest heeft aangegeven dat het museum graag in Haarlem gehuisvest blijft en de huursituatie in de toekomst wil voortzetten. Met 40.000 bezoekers per jaar, een opvallende programmering, goede publiciteit, samenwerking met (inter)nationale musea, collecties en andere instellingen draagt het museum bij aan het brede cultuuraanbod van Haarlem.
"Sinds 2009 is de gemeente in gesprek met Stichting Het Dolhuys over de mogelijke aankoop van het pand waarin het museum is gevestigd", aldus wethouder Jur Botter. "Na een periode van grondig onderzoek, politieke afwegingen en constructieve vervolggesprekken heeft de Raad van Toezicht van het Dolhuys besloten definitief af te zien van de wens tot verwerving van het pand. De beoogde verkoopprijs in relatie tot de eerder door het Dolhuys gewenste uitbreidingen en investeringen zijn belangrijke redenen geweest om te kiezen voor een structurele huurrelatie."
De komende periode wordt toegewerkt naar een verlenging van de huurovereenkomst waarbij vanzelfsprekend rekening zal worden gehouden met het wegwerken van het achterstallig onderhoud en de exploitatie van het museum. De uitbreidingsplannen van het Dolhuys worden in dit traject ook meegenomen. Museum en gemeente streven naar afronding van de eerste fase van herstel in 2019 ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van dit unieke rijksmonument.
Paul de Bot, lid van de Raad van Toezicht van het museum: “Het Dolhuys complex vormt een staalkaart van de zorggeschiedenis, het is een uniek voorbeeld van 700 jaar zoeken naar oplossingen voor zieken die niet altijd werden geduld in de samenleving. Nu de gemeente het gebouw op orde brengt kan het museum zich concentreren op dat waar het goed in is: het bijzondere museum vernieuwen en ruim baan geven aan bijzondere geesten door ontmoeting, verwondering en debat.”






Meer nieuws uit Haarlem?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie