Dag en nacht inzetbaar: de vrijwillige brandweerlieden in Winkel

Algemeen
Ewout (links) en zijn collega Brian voeren een reanimatieoefening uit op een oefenpop.
Ewout (links) en zijn collega Brian voeren een reanimatieoefening uit op een oefenpop. (Foto: AGHeeremansPhotography)

WINKEL - In Winkel zijn helden actief die van onschatbare waarde zijn: de vrijwillige brandweerlieden. Dag en nacht staan ze paraat om in actie te komen bij branden, ongevallen en andere noodoproepen. Ze bieden hun vrije tijd aan om anderen te helpen. Onze redactie nam eens een kijkje bij de brandweerkazerne in Winkel om te vragen voor welke uitdagingen ze zoal staan en wat ze motiveert om dit werk doen.  

Brandweerkazerne Winkel

‘Je weet nooit wat je aantreft’

Arno van Berkel (54) is sinds 1997 aangesloten bij de vrijwillige brandweer in Winkel. In zijn straat hield het korps ooit een oefening. Vriend en tevens brandweerman Chris vond dit klusje ook wel iets voor Arno. “De voormalig postcommandant heeft direct contact met mij gezocht en een paar weken later zat ik erbij”, vertelt Arno. “Samen met Paul Mens (junior postcommandant) zijn wij gekozen door het korps. Onze taak is de groep te beschermen middels de wet- en regelgeving. Ook moet de sfeer goed blijven. Er wordt vanuit hogerhand veel voor ons geregeld. Een vrijwillige brandweerman wil zijn medemens helpen, lekker oefenen en zijn taken zorgvuldig uitvoeren zonder poespas, en niet bezig zijn met wet- en regelgeving.”

Ewout Bos (35) is sinds 2017 werkzaam als vrijwilliger bij de brandweer. Eerst in Warmenhuizen en nu in Winkel. Ewout: “Ik had twee vrienden die als vrijwilliger bij de brandweer werkten. Ze vroegen mij om eens te komen kijken op een oefenavond. Sindsdien ben ik blijven ‘plakken’. Het werk past bij me. Enerzijds is het de spanning dat me aantrekt, je weet immers nooit wat je aantreft na een oproep. Anderzijds vind ik het heel fijn dat ik met mijn hobby een steentje kan bijdragen aan de maatschappij. Hoeveel tijd het ook kost. Als vrijwilliger doorloop je namelijk exact dezelfde opleiding als de beroepsbrandweer, het is een opleiding van twee jaar. Dat is een behoorlijke verbintenis die je bewust moet aangaan, als je besluit om bij de brandweer te werken. Als ik uit mijn werk kom, zet ik mijn ‘pieper’ aan en ben ik beschikbaar. Vorige week bijvoorbeeld, ging mijn pieper af om 3.15 uur ‘s nachts. Er was brand in een grote loods in Anna Paulowna. Ik was pas om 6.45 uur weer thuis. Dat is best pittig. Ik heb kleine kinderen die net wakker werden. Maar ook voor mij geldt dan, dat ik gewoon naar mijn werk moet. Dit kan ik wel volhouden, want dit komt gelukkig niet elke week voor. Als team zijn we goed getraind, fysiek en mentaal. Op vaste tijden krijgen we een medische keuring.”

Grootste angst 

Momenten waar het kippenvel nog van op de armen komt als hij eraan denkt. Arno blikt terug naar 2004, het jaar waarin de Campinafabriek in Lutjewinkel in vlammen opging. Het hele dorp werd ontruimd. In de fabriek bevond zich een ammoniakopslag, men was bang dat dit in brand zou vliegen. “Inwoners werden geëvacueerd naar een sporthal in Hoogwoud. Dat was zo indrukwekkend. We zijn naar binnen gegaan, de brand zat in de muren. Je kon eerst alles nog helder zien, maar tien minuten later stond alles plots vol met rook. We schrokken zo erg dat we snel naar buiten zijn gegaan. Vanaf daar zijn we gaan blussen met ongeveer 200 man.” Arno was toen pas net een week bevelvoerder. Met het team hebben ze 17 uur lang geblust. 

Ewout vertelt dat er altijd momenten zijn die hem bijblijven. “Dat zijn vooral de situaties waarbij mensen al overleden zijn bij aankomst. Het raakt je. Iedereen gaat er anders mee om. Maar als team staan we sterk.  Er is ook altijd professionele hulp beschikbaar. Elke maandag hebben we een oefenavond van 19.30 tot ca 22.00 uur. Hier is altijd ruimte om samen na te praten over een indrukwekkend voorval. Dat is voor mij, tot nu toe, voldoende. Mijn grootste angst is wel dat ik een keertje ellendige dingen ga zien waar kinderen bij betrokken zijn. Dan weet ik niet hoe sterk ik in mijn schoenen zal staan. Dat heb ik nog niet meegemaakt gelukkig.” 

Ook de brand in Moerbeek bij Wit Flowerbulbs in 2020 staat Arno nog goed bij. De brandweer van Dirkshorn was als eerste ter plaatse. Toevallig werkte de postcommandant bij de heren van het bloembollenbedrijf. “Ik zit in de beschoeiingen, ik zou nog één dag aan het werk moeten tot ‘s ochtends vroeg mijn pieper ging en ik de locatie van Wit Flowerbulbs zag staan. Die ochtend was ik chauffeur, Dirkshorn was voorin het pand al bezig met blussen. Door mijn werk wist ik dat er achterin ook water beschikbaar was. Samen met een hoogwerker zijn we naar de achterkant gereden. Op het dak van de kantine waren al vlammen te zien, we hebben dat verder kunnen tegenhouden. Het is beroerd, dat weet je, maar het had erger kunnen aflopen. Wij hebben onwijs ons steentje bijgedragen.”

Eerste allround hulp

Elke maand wordt er geoefend op specifieke onderdelen die de mannen in het werkveld tegen kunnen komen. “Tijdens de oefenavond komt er telkens een nieuwe, nagebootste situatie voorbij, die ons moet voorbereiden op elk scenario. Zo hebben we een keer een brand gehad waarbij het pikdonker was in het gebouw. Je navigeert dan door dikke rookwolken door het pand met nauwelijks, of geen zicht. Belangrijk is dan om niet in paniek te raken, ondanks de adrenaline omdat je niet weet wat er komt. Enkel het ‘blind’ navigeren met een zware slang en beperkte hoeveelheid zuurstof in je masker kost al genoeg energie”, vertelt Ewout. Een aantal jaar geleden is het korps ook getraind op een eventuele aanslag. Mocht dat in de Noordkop gebeuren, dan duurt het uren voordat er tien ambulances ter plaatste zijn. “Als je de brandweer belt heb je zeven dagen per week, 24 uur per dag dertig ‘mafkezen’ die komen opdagen. Wij worden allround getraind, zodat we eerste hulp kunnen bieden en daarna de ambulance kunnen assisteren”, voegt Arno hieraan toe. 

Brandweerkazerne Winkel

Maar zoals in elk dorp of in elke stad is niet elke oproep even ‘spannend’.  Ewout relativeert: “De brandweer is er voor mens en dier. Zo hebben we eens een duif gered die vast zat op het dak van een bejaardenhuis. Of er is ergens een gaslek. Dan zetten wij de straat af en houden we alles nauwlettend in de gaten totdat Liander arriveert. Ook sta ik weleens op jaarmarkten en scholen om voorlichting te geven over brandveiligheid of om nieuwe leden te werven. Saai is het in elk geval nooit.” 

Dat ze er voor iemand kunnen zijn vinden beide heren het allermooiste aan het vak. Groot of klein. Mens of dier. Ewout: “Zelfs als iemand is overleden, kan ik nog iets voor het slachtoffer betekenen. Bijvoorbeeld ervoor zorgen dat het slachtoffer uit de noodsituatie wordt gehaald en dat zijn/haar familie er bij kan.” Die voldoening is het harde werken en de vele of late uren hen allemaal waard.”  Daar is zijn collega Arno het roerend mee eens.  

Door: Sandra Ooms & Anne Smit


(Foto: AGHeeremansPhotography)

Meer nieuws uit Hollands Kroon?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: