Jan Bruin, de legendarische uitsmijter uit Zijdewind

‘T VELD - Met zijn indrukwekkende gestalte “Ik ben 2 meter” verwelkomt hij ons bij de voordeur van zijn gezellige middenwoning in ‘t Veld. Jan Bruin (77), bekend in de Noordkop als dé uitsmijter van vele kermissen. Bijna nooit kregen dronken kroeggangers hem gek. “Er is er weleens iemand met kop en kont op straat beland... maar die solliciteerde eigenlijk naar een flink pak slaag.”
Door: Sandra Ooms
Zijn huis ademt verhalen, door de vele foto’s die er aan elke muur hangen. Trots pakt hij er eentje, het is een foto van Jan zelf, van zijn tijd als jonge uitsmijter bij café Boekel in Zijdewind. Een bikkel van een man kijkt lachend de lens in. “Zie je mijn polsen, die waren ook flink hoor, dat is in de loop van de tijd wel iets minder geworden”, lacht Jan.
Jeroen
Op een aantal foto’s is het knappe gezicht van een jongeman te zien. Het is Jeroen, de zoon van Jan en zijn vrouw Thea, en broertje van Anja en Lydia. Door een tragisch eenzijdig ongeluk is hij 28 jaar geleden om het leven gekomen. Hij is maar 18 jaar geworden. Onlangs was zijn sterfdag. “De vriendin van Jeroen destijds en al zijn vrienden kwamen langs. Dat doen zij altijd op zijn verjaardag en sterfdag. Hij heeft duidelijk een onuitwisbare indruk achtergelaten. Maar het was ook wel een boef hoor,” grinnikt Jan. “Ik weet nog wel dat mijn zoon een jaar of 16 was. Toen mocht je al naar de kroeg in die tijd en ook gewoon alcohol drinken. Ik stond destijds voor de deur van café Boekel en Jeroen had het even te bont gemaakt. Hij mocht die week erop, met de kermis, de kroeg niet meer in. Ik was het roerend met uitbater Gertje eens hoor, ook al vond die het vervelend voor mij. Ja, en dan moest ik streng zijn, ook al was het mijn zoon. Eerst netjes excuses aanbieden, anders kom je er niet meer in. Die week erop hoorde ik van ver al zijn brommertje al aankomen, dat geluid herkende ik uit duizenden. Hij probeerde het natuurlijk, want al zijn vrienden zaten binnen. Ik heb hem flink door het stof laten gaan: ‘Je hebt het pittig verbruid knecht, je mag er niet in’. Hij mocht alleen even binnen, naar de eigenaar, om zijn excuses aan te bieden en dan was het aan hem of hij er toch nog in mocht. Maar hij had het voor elkaar gekregen hoor. Trots riep hij naar me “Pa, ik mag naar binnen!”, weemoedig glimlacht Jan bij deze herinnering.
Zakken vol geld
In zijn jaren als uitsmijter was Jan ook te vinden bij café De Vriendschap in ‘t Veld en in café Bleeker in Heerhugowaard. Bij café Bleeker heeft hij wel 45 jaar gestaan. “Ik had een grote jas met veel zakken. Ik inde het entreegeld, een paar keer werd ik afgewisseld. Dan liep ik naar de keuken en leegde ik al mijn zakken zo op het aanrecht in de keuken. Daarna ging ik weer verder. Ja, dat jassie dat ik indertijd aan had, daar zal toch een geld ingezeten hebben hoor!”
Andere tijd
“Het was ook een heel andere tijd dan nu hoor. Plastic bekers hadden we nog niet. Als er weleens een groep jongens baldadig werd, gooiden ze met glas. Dan was het meteen klaar. Echt slaan was nooit mijn bedoeling, maar als het moest klapte ik terug. Bof, zo een klap op zijn kanis! Dan moest ik effies optreden hoor. Ouders haalden nooit verhaal. Als ik de ouders al tegenkwam dan zeiden ze dat ik hun zoon nog wel harder had mogen aanpakken. Daar kun je in deze tijd niet meer mee aankomen. Dan staan de ouders meteen klagend op de stoep om hun kroost te verdedigen.”
Goed gesprek
Voor Jan was het voornamelijk belangrijk dat het gezellig bleef. “Ik heb echt wel nare dingen meegemaakt met de Noordenderkermis in Heerhugowaard. Constant waren er ruzies in de kroeg met grote beren van jongens. Er hing een heel vervelend sfeertje. Ik bleef maar brandjes blussen en achter de jongens aan gaan. Drie dagen vechten en zeuren was geen uitzondering. Gelukkig hadden ze respect voor mij, iedereen kende mij. Ze wisten: ‘met Jan moet je geen ruzie maken’. Ik bleef altijd rustig. Dat was ook wel nodig. Dan pakte ik er eentje bij de klauwen en vroeg ik ‘waar kom je nou voor? Je wilt het toch ook gewoon gezellig hebben?’ Na wat gemopper en even buiten afkoelen kozen ze uiteindelijk eieren voor hun geld. Ik onthield alle boevenhoofden. Af en toe glipte er weleens eentje doorheen die een kroegverbod had, maar ik hield alles grotendeels strak in de gaten. Maar als het te bont werd had ik ook altijd extra versterking als het nodig was. We stonden op kermissen vaak met een man of vier.”
Pistool
Een echt gewelddadig dieptepunt heeft Jan in zijn carrière nooit gekend. “Maar mijn maatje wel. Bij hem stonden ze een keer met een pistool op zijn gezicht gericht. Gelukkig is er nooit geschoten. Fouilleren mocht in die tijd nog niet. Maar met wapens op zak lopen was ook zeker niet de gewoonte.”
The Cats
Hoogtepunt in zijn carrière waren toch wel de optredens van The Cats in Bleeker in de jaren 70. “Na het optreden, aan het eind van de avond, als iedereen weg was, dronken we nog gezellig koffie met de bandleden. Het waren mooie tijden. Piet Veerman zat daar ook bij. Jan Buis, de manager, pakte het altijd slim aan. Hij had op een gegeven moment nog zeven bandjes onder zijn hoede. Die moest je erbij boeken als je The Cats wilde hebben. Zo passeerden al zijn bands de revue en tilde hij elke band naar een hoger nu niveau. Ik kan me nog goed de gillende meisjes herinneren hoor,” lacht Jan, “Ze klommen ook vaak op de schouders van hun vriendjes. Prachtig was dat. En dat geluid... heel hard. De bas voelde ik door mijn lijf heen beuken, geluidcontroles waren er nog niet. Het was hoe harder hoe beter.”
‘Dansen bij Bleeker’
‘Dansen bij Bleeker’ was een begrip in de jaren 70. Daar heeft Jan ook zijn vrouw Thea ontmoet. Van dansen zelf moest hij niks weten, maar op het einde mochten de jongens de meisjes vragen om samen een drankje te drinken. “Nadat Thea was uitgedanst, pakte ik mijn kans en vroeg haar om wat met mij te drinken. En kijk ons hier. We zijn nog steeds samen, 54 jaar later!”, Jan en Thea stralen.
![]()
(Foto: AGHeeremansPhotography)
Bruin interieur
Naast zijn baan als uitsmijter heeft Jan ook een glanzende carrière in meubilair gehad. Na het rijden in de vrachtwagen voor het bedrijf Leegwater is hij op zijn 40ste samen met zijn broer Willem begonnen in een boerderij in Zijdewind, voornamelijk in het opknappen en inkopen van tweedehands meubilair. De boerderij werd verkocht en er werd een nieuw winkelpand gebouwd aan de Havenstraat, waar nu Kolkman fietsen in zit. Dit groeide uit tot een bloeiende zaak: ‘Bruin Interieur’, voor alles wat met wonen te maken had. Van vloerbedekking tot gordijnen. Jarenlang was deze zaak een begrip in Zijdewind.
Pensioen
Jan stelt dat elke leeftijd zijn charme heeft. “Ach, ik was op een gegeven moment 65 jaar en ben op mijn 20-ste begonnen. Ik heb het met plezier gedaan. De meubelzaak én het werk als uitsmijter. Maar op een gegeven moment moesten uitsmijters aan allerlei regeltjes voldoen. Ik moest papieren halen en lessen volgen. Toen werd het mij te gortig. ‘Ik ben klaar,’ zei ik toen. Een paar jaar later ben ik ook met de meubelzaak gestopt. Het mooiste van beide banen was dat ik middenin de samenleving stond. Dat was de allermooiste plek. Want ik ben en was een sociale man, maak graag een praatje. Ik geniet van de prachtige herinneringen en nog meer van de rol als opa van zes kleinkinderen. Dat is een rijk bezit.”






Meer nieuws uit Hollands Kroon?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie