Column Marcel van Stigt: Een vies praatje

Het is een vies praatje, maar ik moet het toch even kwijt. Waarom heeft de Grote Schepper in Godsnaam bedacht dat we ons lichaam met enige regelmaat moeten ontlasten? Het had zoveel makkelijker kunnen zijn: gewoon zo dat drank en voeding na inname in het niets oplossen of zo.
Maar niks hoor, nu moeten we bij hoge nood onze toevlucht zoeken tot een toilet. Thuis is dat allemaal niet zo erg, al vind ik het wel irritant dat een volle blaas mij soms tegen vier uur ‘s nachts uit een heerlijk roes haalt en ik even mijn warme bed moet verlaten.
Buitenshuis kom je ook altijd wel een toilet tegen of - handig voor mannen - desnoods een boom. En voor wie een groot buitenevenement bezoekt staan er altijd wel rijen dixies – mobiele toiletten – klaar. Het gebruik hiervan vergt wel een grote mate van verdraagzaamheid en een maag van schokbeton. Zoals afgelopen zaterdag bleek tijdens de Amsterdam City Walk. Daar heb ik met mijn vriendin aan deelgenomen.
Ongeveer 14.400 mensen voegden zich bij ons en met zijn allen slingerden we ons via een uitgekiende route door bekende en minder bekende straten. En ja, dan moet je je wandeling toch af en toe onderbreken als blaas of darmen noodsignalen afgeven.
Naast dixies stonden er voor mannen urinoirs klaar. Niet erg prettig vanwege de penetrante urine-odeur die je naarmate de dag vordert vanaf tien meter tegemoet waait, maar als je moet, dan moet je en dat bijt ik maar even op mijn tanden.
Nee, dan zo’n verplaatsbaar hokje. Daarvoor geldt hetzelfde als staan op een berg of meedraaien in een reuzenrad als je last hebt van hoogtevrees: beter niet naar beneden kijken.
Wat in mijn geval scheelt is dat ik wel wat gewend ben. Dan denk ik terug aan de vroegere Frans campings of – een stuk erger – mijn reis door Zuid-India. Ook daar bevonden zich staande toiletten met van die gaten in de grond waarin je je behoefte moest laten vallen. Een kwestie van zorgvuldig mikken, een techniek die lang niet elke Indiër beheerste.
Maar, eerlijk is eerlijk, in India heb ik ook een heel andere kant meegemaakt. In een chique hotel in het toenmalige Bombay was het zeer comfortabel toiletteren. Geloof het of niet, maar er stond een soort gastheer in uniform die de deur die naar de toiletten leidde voor je openhield. Had je je behoefte gedaan, dan liep hij met je mee naar een blinkende wasbak, draaide de kraan voor je open, drukte het knopje van de zeepdispenser in, reikte na afloop een geparfumeerd, warm handdoekje aan zwaaide je met een beleefd hoofdknikje weer uit.
Kijk, zó kan het ook.






Meer nieuws uit Landsmeer?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie