Jeugdherinneringen: hulp uit onverwachte hoek

OOSTZAAN - Het was zomer en op een ochtend stond ik, zoals gewoonlijk, vroeg op. Het was grote vakantietijd van school en nadat ik mijn werkjes had gedaan, vroeg ik me af wat ik deze ochtend zou gaan doen.
Ik hoefde nog geen eendeneieren uit te halen, want de eenden waren nog te jong. Het zou zeker nog zes of zeven weken duren voordat ze begonnen te leggen. Dus had ik tijd om naar opa te gaan in het ketelhuis van de Schafte.
Hij was net de ketel aan het opporren, met zo’n grote pook van vier meter lang en twintig millimeter dik, toen ik naar binnen stapte. “Zo, zeun, ben je daar, heb je je klusjes af? Nou, ga maar effe op het bankie zitten. Als ik klaar ben haal ik wel effe wat te drinken voor je. Wat wil je?”
“Goed opa, sjukulademelk, opa.”
Opa was klaar met opporren, zodat er weer wat kolen op het vuur gegooid konden worden. En toen dat gedaan was, zei opa tegen me: “Zeun, let je effe op de ketel?” (Alsof de ketel zou weglopen?)
Toen opa terug kwam met het drinken, ging hij naast me zitten op het bankie. Opa en ik hebben daar trouwens heel wat keren samen zitten kletsen. Hij begon: “Nou, Sijmpie, we krijgen een nieuwe ketel. Die dubbele, die daar staat, gaat eruit, omdat ie niet meer voldoet. Er komt er nu één die op olie kan branden. Dus wij worden overbodig!”
“Maar opa, je moet toch opletten dat het allemaal goed gaat?”
“Ja, maar het zal dan niet meer zo zijn als voorheen.”
Nou, dat was ook zo. Toen er nog met kolen gestookt werd bij de Schafte, hing daar zo’n speciale lucht. Maar toen er met olie gestookt werd, was dat er niet meer. Het rook heel anders en niet meer zoals we dat gewend waren. De kruiwagen was niet meer nodig, want er werden geen kolen meer in geschept. De grote opporpoken waren overbodig. En de as uit de ketel werd niet meer achter de garage in de sloot gegooid. De nostalgie was weg!
Met een op olie gestookte ketel, hoefde je alleen maar een paar knoppen in te drukken en af en toe op te letten of er genoeg stoom was. Ik heb heel wat stokers meegemaakt bij de Schafte en allemaal hebben ze achter de kolenketel gestaan en hard, heel hard gewerkt en zwaar werk gedaan. Dat kun je van mij aannemen. Als opa erbij was heb ik zelf ook wel eens achter de ketel gestaan. Ik was toen een jaar of dertien en moest eerst opporren en dan kolen opgooien. Dat viel niet mee.
Na enige tijd zei opa: “Sijmpie, ik weet niet of ik straks nog werk heb, als die andere ketel er is.” Van kolen naar olie was voor hem toch een hele overgang.
Nu moet ik zeggen dat ik een geweldige opa had. Hij kon verschrikkelijk tekeer gaan, maar ik mis hem nog steeds. Als ik hem nodig had, was hij er altijd.
Op een keer had ik een timmerklus. Ik moest een balkonnetje bij me thuis maken en dat moest in ‘vals verstek’ gezaagd worden. Ik wist echt niet wat dat was. Ik had al een plank vernaggeld en flink de pest er in! En terwijl ik op het timmerbankie zat na te denken, keek ik naar boven en zei: ”Hoe moet dut?”
En na een paar minuten wist ik hoe ik het moest doen. Eerst heb ik nog een proefplankje gezaagd, maar dat was prima. Ik geloof daar echt niet in, maar toen wel.
“Het is een gnap balkonnetje geworden, zeun”, zou mijn opa zeggen!
Siem Meijn






Meer nieuws uit Oostzaan?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie