Een onverwachte vriendschap

OOSTZAAN - Hoewel niemand precies wist wat een paard en een teckel elkaar te vertellen hadden, merkte iedereen die het zag, hetzelfde op. Er was iets vertrouwds en iets vriendelijks tussen die twee.
De ochtend begon heel gewoon. Een beetje zon, een beetje wind en hier en daar wat geritsel van een vogel. Bij het hek stond Kol, het oude zwarte paard, lekker te dommelen. Hij had een rustig karakter en hij was niet snel ergens van onder de indruk, maar… hij had nog nooit een teckel meegemaakt.
Pablo, een jonge teckel, was die ochtend voor het eerst zonder riem mee op pad. Iedere dag was nieuw en hij kon niet wachten om alles te ontdekken. Een geur, een geluid of een plek, waarvan hij zeker wist dat hij er gisteren voorbij was gelopen. Niets leek hetzelfde en alles voelde spannend. Hij denderde vooruit en bij het hek stopte hij abrupt. Daar stond het grootste dier dat hij ooit had gezien. Zwart als de nacht en met een enorme staart.
De grote gestalte achter het hek begon te bewegen. Pablo’s staartje wiebelde onzeker heen en weer. Zijn pootjes trilden een beetje, maar zijn nieuwsgierigheid won het van zijn twijfel en hij zette een paar kleine stapjes naar voren.
Kol zag het hondje en tilde langzaam zijn hoofd op. Hij keek even aandachtig, alsof hij wilde inschatten met wat voor soort wezen hij te maken had en liep rustig naar het hek toe. Toen hij vlakbij was, boog hij zijn hoofd naar beneden. Zijn adem was warm en rook naar hooi.
Pablo keek omhoog. Hij had nog nooit zoiets groots gezien, maar de zachte blik in die donkere ogen van het paard, stelde hem gerust. Hij ging zitten, zoals honden dat doen, wanneer ze niet precies weten wat er van ze verwacht wordt.
Kol snuffelde aan hem, met die grote, fluwelen paardenneus. Pablo hield zijn kop een tikkie scheef en trok zijn neus op om de geur van het paard op te nemen en deinsde van schrik achteruit. Dat was heftig: stal, zweet en buitenlucht.
Daar was een klein hondje, die net een beetje naar hond ging ruiken, niks bij. Maar, evenzogoed, tilde hij zijn eigen kleine snuit op en snuffelde terug tegen de massieve neus van het paard. En zo stonden die twee daar een moment, het kolossale zwarte paard en de piepkleine bruine hond, met dat houten hekwerk tussen hen in. De vriendschap werd met hun neuzen beklonken. Want honden en paarden gebruiken geur als taal en met dat neus aan neus gesnuffel weten ze van elkaar: jij bent veilig, ik accepteer jou en je bent mijn vriend.
Vanaf dat moment was het verschil in grootte niet meer belangrijk. Wie het zag gebeuren, kon alleen maar glimlachen. Want tussen die zachte paardenneus en dat nieuwsgierige hondenkoppie was een onverwachte vriendschap ontstaan.
Sonja Duba






Meer nieuws uit Oostzaan?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie