Kleine Oostzaanse kruidenierswinkeltjes herleven in vitrine gemeentehuis

OOSTZAAN - Wie een blik werpt in de vitrine van het gemeentehuis van Oostzaan, stapt even terug in de tijd. Achter het glas staan oude blikjes van Droste-cacao, Verkade-biscuits, en chocoladeflikken. Pakjes thee, een pak koffiebonen en zo’n klein blikje Buisman, waar generaties mee zijn opgegroeid. De oude verpakkingen brengen een tijd tot leven waarin boodschappen doen heel anders ging dan nu.
Oostzaan had vroeger talloze kleine kruidenierswinkeltjes. Het wemelde van de winkeltjes aan huis, waar buurtbewoners hun dagelijkse boodschappen deden. De bekendste is natuurlijk Albert Heijn, dat in 1887 als kruidenierswinkeltje in de Kerkbuurt begon.
Maar daarnaast kende vrijwel iedere buurt zijn eigen kleine kruidenier, waar de klanten niet alleen voor hun boodschappen kwamen, maar ook voor een praatje.
Stroop in grote vaten
Een eeuw geleden zag een kruidenierswinkel er heel anders uit dan de supermarkt van nu. Vrijwel niets was voorverpakt. Erwten, bonen, rijst en meel werden in grote zakken aangevoerd. Suiker kwam in papieren balen van vijftig kilo en zout, stroop en zuurkool in grote vaten. De kruidenier schepte met een gruttersschep precies af wat de klant nodig had, woog het nauwkeurig af op de koperen weegschaal en deed het in een bruine papieren zak of een puntzak. Het afwegen en verpakken hoorde bij het dagelijkse werk van de kruidenier.
Op de planken stonden blikken cacao met de afbeelding van de verpleegster die een dienblad met een kop cacao vasthield. Daarnaast stonden prachtig versierde koffie-en theeblikken, grote, ronde koek- en beschuitblikken en glazen snoeppotten vol lekkernijen. Te veel om op te noemen.
Ontmoetingsplaats
De kruidenier was vroeger veel meer dan een winkelier. Hij kende zijn klanten persoonlijk en wist precies wat er in het dorp speelde. De winkel was een ontmoetingsplaats waar nieuwtjes werden uitgewisseld en verhalen werden verteld. Wie even geen geld had kon de boodschappen ‘op de pof’ meenemen. De aankopen werden zorgvuldig in het kasboek genoteerd en aan het einde van de maand afgerekend. Dat was heel gewoon.
In de jaren vijftig kwamen de vertegenwoordigers, keurig in het pak met gepoetste schoenen en een aktetas, op de fiets naar het dorp. In weer en wind bezochten zij de kruideniers namens groothandels als Vivo, Spar, Enkabé en Végé. Zij brachten nieuwe, voorverpakte monsterproducten mee, die achter op hun bagagedrager met snelbinders waren vastgebonden.
Dorpsnieuwtjes
Eerst werden onder het genot van een kop filterkoffie de dorpsnieuwtjes uitgewisseld. Daarna schreven de vertegenwoordigers de bestellingen met potlood of vulpen in hun orderboek, waarna de producten in grootverpakking werden geleverd. In de fabriek waren de artikelen al machinaal afgewogen en hygiënisch verpakt voor de huisvrouw.
Twee dagen later stopte de vrachtauto van de groothandel voor de winkel. De chauffeur sjouwde de zware dozen en houten kisten naar binnen. De kruidenier sneed het touw of karton los en haalde de kleine verpakkingen tevoorschijn: vierentwintig pakjes vermicelli, vierentwintig doosjes waspoeder, vierentwintig pakjes maizena, vijftig doosjes Zwaluw-lucifers en achttien doosjes met twee strak naast elkaar verpakte stukken Sunlight-zeep. Eén voor één zette hij ze op de planken of in zijn magazijn. Het scheppen, snijden, afwegen en verpakken was voorbij. Met de vertegenwoordigers had de vooruitgang zijn intrede gedaan.
Alles in guldens en centen
De vitrine laat zien hoe eenvoudig het leven toen was. Een chocoladereep kostte maar 5 cent, een pak lucifers 10 cent, een pakje thee 35 cent, een doosje zeeppoeder 60 cent, een ontbijtkoek 45 cent en een okergeel busje gestampte muisjes van De Ruyter, met het koninklijk wapen op de voorkant, kostte eveneens 45 cent. De Oostzaanse kruidenier rekende alles nog in guldens en centen.
Wie deze zes producten samen kocht, was precies twee gulden kwijt. Vergeleken met nu is dat een ongelofelijk laag bedrag. Maar de mensen van toen verdienden ook veel minder. Een gemiddeld weekloon lag rond de veertig tot vijftig gulden.
Herinneringen
Met de opkomst van de supermarkten en de zelfbediening sloten de vele kleine kruidenierswinkeltjes aan huis één voor één geruisloos hun deuren. Voor oudere bezoekers roept de vitrine herinneringen op aan hun jonge jaren. Zij herkennen de gebruiksvoorwerpen en de oude verpakkingen. Jongere bezoekers zien vooral een vitrine vol spullen uit een tijd waarin het leven veel eenvoudiger was.
Maar misschien is het mooiste wel de sfeer die deze ingerichte vitrine oproept. Een verdwenen stukje dorpsleven wordt weer even zichtbaar. Je hoort het gerinkel van de winkelbel, je ruikt de geur van versgemalen koffie en je voelt de gezellige drukte van de vele kruidenierswinkeltjes in het vroegere Oostzaan.
Sonja Duba en Siem Meijn (Oudheidkamer Oostzaan)





Meer nieuws uit Oostzaan?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie