Dartsheiligdom op de zolder van Adrie van Prooijen

OOSTZAAN - Voormalig horeca-ondernemer Adrie van Prooijen (77) geeft er geen ruchtbaarheid aan, en eigenlijk is dat jammer. Want het dartsheiligdom waarin hij zijn zolder heeft omgetoverd is beslist een bezienswaardigheid. Met name de metershoge Barney met daarop handtekeningen van vermaarde darters – onder wie uiteraard Raymond van Barneveld – is een bijzonder object.
Door Marcel van Stigt
Het moet voor de toeschouwers van de Embassy, het jaarlijkse, prestigieuze wereldkampioenschap darten in het Engelse Frimley Green, altijd weer een bijzonder moment zijn geweest. Die grote, joviale Hollander die binnenliep en boven zijn hoofd een metershoge uitsnede van Flintstones-personage Barney meetorste. Ook de darters, en zeker Raymond ‘Barney’ van Barneveld, konden het waarderen. Het verzoek om een handtekening te plaatsen werd immer gehonoreerd.
De uitsnede – zelf gemaakt – neemt nu een prominente plek in op zijn zolder. Samen met tientallen foto’s, posters, allerhande attributen en natuurlijk een dartsbaan met bord vormen ze het interieur van zijn domein. Het zijn de tastbare herinneringen aan de tijd dat hij in Zaandam een eigen dartscentrum runde.
Hij is ermee begonnen in de jaren negentig toen Raymond van Barneveld furore maakte en het darten een enorme boost gaf. De kampioenschappen die op tv werden uitgezonden hielden driekwart Nederland thuis op het puntje van de stoel. Van Prooijen combineerde hiermee ondernemersgeest met slagvaardigheid en durf. En niet voor het eerst.
Hij is geboren aan het Zuideinde in Oostzaan en verhuisde naar de Oostzanerdijk in Tuindorp Oostzaan. Zo kon het gebeuren dat hij als jonge jongen getuige was van de dijkdoorbraak in de nacht van 13 en 14 januari 1960 en de overstroming die daarmee gepaard ging. Sterker nog: hij stond er met zijn neus bovenop. “Ik liep op de dijk en en er kwamen twee politieagenten aanfietsen. Of ik toevallig wist waar een dijk was doorgebroken, vroegen ze. Ik draaide me om en zag hoe het water uit een gat stroomde. Tuindorp liep daarna helemaal onder.”
De ramp had veel schade aan de huizen tot gevolg. Er moest puin worden geruimd en dat heeft sloopbedrijf Mulder op zich genomen. De jonge Adrie is mee gaan helpen. Aan hem de taak puin dat overal lag plat te slaan zodat de hele boel kon worden bedekt. Hij is bij het bedrijf blijven hangen en daarmee startte zijn werkzame leven.
‘Kun jij biertappen?’
Toen het bedrijf stopte, moest Adrie iets anders zoeken. Het werd een baan in een onverwachte richting en hij kreeg hem in de schoot geworpen. “Ik kwam wel eens bij het café Concordia in Oostzaan en op een dag vroeg eigenaar Willem Fontijn: ‘Kun jij biertappen?’. Dat vond ik best grappig. Ik zei ja en zo werd ik daar barkeeper.”
Adrie maakte onvermijdelijk kennis met het fenomeen dronkenschap. Voor hem een nieuwe gewaarwording, want zelf dronk hij geen alcohol. “Ik snapte niet waarom mensen met drank op zo raar konden doen. Ze gingen slap lullen of werden agressief. Tijdens de kermis kwamen daar veel boeren. Die konden zuípen! En dan kreeg ik klappen op mijn schouder, zó hard dat de veters uit mijn schoenen sprongen. Maar er zat ook een andere kant aan. Hoe meer ze zopen, hoe meer fooi ik kreeg.”
In de jaren zeventig diende zich de discotijd aan. Een beetje horecaondernemer met gevoel voor trends gaat daar natuurlijk in mee. Zo ook Willem Fontijn. Uit de Amsterdamse Kings Club werd discjockey Rob losgeweekt en die ging in Concordia plaatjes draaien. Als hij was verhinderd, nam Adrie hem gewoon waar. “We hadden alleen nog geen naam voor de discotheek. Maar toen zei Rob: ‘Jullie hadden in Oostzaan toch een zeerover?’ En zo werd het discotheek Compaen.”
Na een paar jaar werd Adrie in Oostzaan barkeeper bij de Texas Bar. Maar hij stond altijd open voor nieuwe avonturen en op een zekere dag werd hij op zijn wenken bediend. Een klant - Johnny - bestierde verderop een snackbar waarvan zijn zus de eigenaresse was, maar hij had er geen zin meer in en zocht een opvolger. Of Adrie misschien iemand wist. Ja, Adrie wist iemand. Dezelfde nacht nog reed hij met Johnny naar zijn zus, die nog net niet op het punt stond om naar bed te gaan. De overname was met één handtekening geregeld.
Eenmaal thuis schudde hij enthousiast zijn vrouw wakker. “Lieverd”, zei hij, “ik heb een snackbar gekocht.”
“Je kunt niet eens koken!”, reageerde ze.
“Jawel, een ei.”
Johnny zou Adrie op zijn eerste dag inwerken. Maar hij kwam niet opdagen. Adrie liet zich niet kennen en maakte er het beste van. Het gesputter in de frituurpan klonk als knalvuurwerk op oudejaarsnacht. De frikandellen kwamen er pikzwart uit en de kaassoufflés ontploften. Maar Adrie gaf alles gratis weg, en dus hadden zijn klanten niets te klagen. Adrie zette onverdroten door en binnen een week had hij alles onder de knie.
Verhalen tot Sint Juttemis
Zijn leven in de horeca was op zijn minst dynamisch. Hij kan, zoals hij dat zelf omschrijft, ‘verhalen vertellen tot Sint Juttemis’. Zoals het verhaal over de twee bomen die bij hem op het terras stonden. “Er zaten vogels in en die scheten de boel helemaal onder. Ik heb de gemeente gebeld en gevraagd wat het zou kosten om die bomen weg te laten halen. Dat bleek 3.600 gulden te zijn. Best duur. Maar ik had een klant uit Landsmeer die op zo’n wagen met grijper reed. Ik vroeg hem of hij ook een machine had die bomen om kon zagen. Die had hij. Ik heb hem gevraagd om daarmee op de eerstkomende zaterdagavond om zes uur hierheen te komen. Dan was de politiepost dicht en zat iedereen thuis aan tafel. ‘Als jij dan die bomen voor me omzaagt en weghaalt, mag je hier het hele weekend gratis drinken’, zei ik. Dat vond hij wel wat. Toen het was geregeld, heb ik me op het politiebureau gemeld. ‘Mijn bomen zijn gejat!’, riep ik.”
Later opende Adrie van Prooijen een café naast de snackbar, A3. Er hing daar een dartsbord en niemand minder dan Raymond van Barneveld kwam er wel eens darten. Hij was toen redelijk bekend, maar dat veranderde toen hij voor het eerst in Engeland wereldkampioen werd. Toen werd het een beroemdheid.
Meer aansporing had Adrie van Prooijen niet nodig. In Zaandam huurde hij een pand en daar maakte hij een dartscentrum van. Hij heeft het centrum gerund tot 2005. Toen liep het mis met zijn gezondheid. Hartproblemen dienden zich aan, er moest een pacemaker aan te pas komen, en daarmee was het werkzame leven van Adrie van Prooijen voorbij.
Hij verhuisde voor twintig jaar naar Wormerland, waar hij na zijn scheiding een vriendin had, en keerde twee jaar geleden terug naar Oostzaan. En toen heeft hij zijn zolderkamer ingericht als dartsdomein. Voor zijn verjaardag had hij een dartsbaan gekregen en hij had zelf nog veel spullen bewaard. Veel foto’s bijvoorbeeld, en die heeft hij allemaal op de muren geplakt. Ook ‘Barney’ heeft er een plek gekregen. Met enige regelmaat trekt hij zich in zijn heiligdom terug en koestert hij dierbare herinneringen. En als hij op 25 oktober 78 wordt, laat het zich raden hoe zijn verjaardag dit wordt gevierd. Dan gaat een select gezelschap boven gezellig darten met een drankje erbij.







Meer nieuws uit Oostzaan?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie