Oostzaan: van ambachtsheerlijkheid naar gemeente

OOSTZAAN - Lang geleden, toen er nog geen gemeentehuizen en burgemeesters waren zoals wij die nu kennen, leefden de mensen in dorpen die deel uitmaakten van een heerlijkheid. Dat was geen sprookjesnaam, maar de werkelijkheid, een gebied waarin een heer bepaalde rechten bezat en veel zeggenschap had. Zo was het ook in Oostzaan.
Een heer was meestal een edelman of een vermogende burger. Van een graaf of hertog kon hij het recht krijgen om bepaalde bevoegdheden in een gebied uit te oefenen. Hij was daarmee niet automatisch eigenaar van alle grond, maar bezat wel specifieke heerlijke rechten.
Met deze rechten mocht hij bijvoorbeeld een markt houden, tol heffen of een molen laten bouwen. Ook jachtrechten konden bij de heer liggen. Wie wilde vissen of jagen, kon daardoor gebonden zijn aan regels en vergunningen.
Verplichtingen
Aan de heerlijke rechten waren ook verplichtingen verbonden. Binnen de heerlijkheid moest het bestuur worden geregeld en moest er recht kunnen worden gesproken. De heer liet zich daarbij bijstaan door een schout en schepenen. Zij hielden zich bezig met het plaatselijke bestuur en de rechtspraak.
De inwoners van de heerlijkheid waren boeren, ambachtslieden en andere dorpsbewoners. Zij hadden hun eigen bezittingen en werk, maar moesten zich houden aan de regels van de heerlijkheid. Daar hoorden ook belastingen en heffingen bij.
Flinke last
Een boer die iedere dag zijn koeien molk en zijn land bewerkte, wist dat niet alles wat hij verdiende voor zijn eigen gezin was. Een deel van zijn opbrengst kon hij in geld of in natura moeten afstaan. Dat was een flinke last, zeker in een tijd waarin een slechte oogst grote gevolgen kon hebben.
Als twee boeren ruzie kregen over een stuk weiland, konden ze bij de plaatselijke rechtspraak terecht. De schout speelde daarin een belangrijke rol en behandelde, samen met de schepenen, de rechtszaken binnen de heerlijkheid. Getuigen werden gehoord en uiteindelijk volgde een uitspraak.
De baljuw
Maar niet iedere zaak kon in het dorp worden afgehandeld. Voor zwaardere strafrechtelijke zaken lag de bevoegdheid bij de baljuw. Deze vertegenwoordigde het hogere gezag en trad op wanneer een zaak de bevoegdheid van de plaatselijke rechtspraak te boven ging.
Voor Oostzaan was dat van belang. Het dorp viel voor de hogere rechtspraak onder Kennemerland. Voor dergelijke zaken moest men naar Haarlem, waar de baljuw zijn rechtsmacht uitoefende. De baljuw vormde daarmee een belangrijke schakel tussen de plaatselijke heerlijkheid en het hogere grafelijke gezag.
Veel dorpen in Nederland maakten ooit deel uit van een heerlijkheid, vooral in de Middeleeuwen en de eeuwen daarna. Zo’n heerlijkheid was geen zelfstandig land, maar een gebied waarbinnen een heer bepaalde rechten bezat.
Oostzaan was zo’n gebied. Het werd een ambachtsheerlijkheid genoemd, waarin de ambachtsheer vooral de lagere bestuurlijke en rechterlijke bevoegdheden uitoefende.
Het Regthuys
Het Regthuys in Oostzaan, gebouwd in 1617, werd een belangrijke plaats voor het plaatselijke bestuur en de rechtspraak. Hier kwamen de schout en schepenen bijeen om bestuurlijke en rechterlijke zaken te behandelen.
In 1729 verkochten de Staten van Holland de ambachtsheerlijkheid van Oostzaan aan de regenten van het dorp. Daarmee kwamen de heerlijke rechten in handen van het lokale bestuur.
Aan het einde van de achttiende eeuw kwam er opnieuw een grote verandering. Tijdens de Bataafse Republiek werden de ambachtsheerlijkheden in 1795 als bestuursvorm afgeschaft. In de Franse tijd werd vervolgens het gemeentelijke bestuur ingevoerd. Oostzaan kreeg daarmee een bestuursvorm die steeds meer ging lijken op de gemeente zoals wij die tegenwoordig kennen.
De oude verhoudingen verdwenen echter niet van de ene dag op de andere. In het bestuur van polders en waterschappen bleven elementen van de vroegere bestuurlijke traditie nog lange tijd herkenbaar.
Voor de mensen van toen was het heel gewoon dat bestuur en rechtspraak op deze manier waren geregeld. Ze kenden geen gemeentehuis, burgemeester of gemeenteraad zoals wij die kennen. Het hoorde bij hun wereld, de heerlijkheid, de schout en schepenen en, voor de zwaardere zaken, de baljuw.
Sonja Duba






Meer nieuws uit Oostzaan?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie