Verdwenen huisjes aan Julialaantje roepen veel herinneringen op

Historie
Jan en zijn broer Fred geven het schilderij vn Julialaantje 28 in bruikleen aan huidige bewoner Joris van Lith.
Jan en zijn broer Fred geven het schilderij vn Julialaantje 28 in bruikleen aan huidige bewoner Joris van Lith. (Foto: Privéfoto)

In januari 2025 publiceerde Nieuwsblad Rijswijk een oude foto van verdwenen huisjes aan het Julialaantje, die na enig speurwerk ooit het nummer 32, 34 en 36 bleken te dragen. Voor lezer Jan van den Berg een bekend gezicht, want hij woonde in een ver verleden op nummer 28.

Door: Marc Tangel

Jan van den Berg werd op 11 maart 1943 geboren in het Haagse Bethlehem ziekenhuis en woonde de eerste drie jaar van zijn leven op de Rijswijkse Ieplaan. Op 26 januari 1946 verhuisde het gezin naar Julialaantje 28, waar zij tot 31 mei 1952 bleven wonen. Jan herkende de omgeving op de foto uit 1966 onmiddellijk: “Het witte huisje was de woning van de familie Hauser”, herinnert hij zich. “Jaap Hauser was destijds melkboer in Rijswijk. Het middelste gebouw was een schuur met zolder. Hier stond onder andere de melkkar van Jaap en rechts was een stal met varkens. Het huis waar je uiterst links nog een stukje van ziet, was nummer 34. Hier woonde de familie van Theo van der Kleij. Achter dit huis stond de boerderij van de familie De Boer en daarachter, tot aan de Broeksloot, was een grote boomgaard. Zou je doorlopen kwam je nog een woning tegen op nummer 36 van de weduwe Vermolen en daarna kreeg je de ingang naar het huidige Revalidatiecentrum Westhoff op nummer 38. De huizen en gebouwen op die plekken zijn allemaal verdwenen, maar op het huisnummer 32 staat nu een mooie villa!”

Tuinman

Jan woonde bij zijn geboorte in een mooi huis aan de Ieplaan 31, maar voor zijn vader was verhuizen naar het Julialaantje een praktische keuze. “Hij werkte al sinds voor de oorlog als tuinman op het landgoed van buitenplaats en voormalig kasteel Den Burch bij jonkheer Von Fisenne aan het Julialaantje 24”, schetst Jan het verleden. “Het landgoed is na de oorlog overgegaan naar de Liefdezusters van de H. Carolus Borromeus en toen ook van naam veranderd in Mariaburcht. Onze woning was een voormalig koetshuis, maar toen mijn ouders het huurden, was het al eigendom van de gemeente Rijswijk. Ik meen dat ze er vier gulden per maand voor betaalden. Mijn vader werkte daar samen met mede-tuinman Aad van der Sman, die met zijn gezin aan de achterkant van het landgoedgebouw op nummer 26 woonde. In 1951 verhuisden de zusters naar het klooster aan de Troelstrakade 787 in Den Haag. Aad ging toen bij de gemeente Rijswijk werken.”

Bevroren deken

Als Jan zijn ogen sluit, kan hij het oude huis op nummer 28 nog dromen: “Wanneer ik in de winter boven kwam als het had gesneeuwd, moest ik eerst de sneeuw van mijn dekens vegen. In het weekend was de mintgroen geschilderde schoorsteen vaak lekker warm van het stoken beneden. Daar stond ik dan graag met mijn rug tegenaan, alvorens ik mijn koude bed in kroop.”

Keulse potten

Ook aan de omgeving heeft hij nog veel levendige herinneringen. “Mijn vader, Aad van der Sman en een derde persoon die ik en ome Harrie (Verrijn) noemde, hielden in de grote schuur op Den Burch enkele varkens. Ergens in november werden deze door slager Jas van Benschop geslacht. Die bracht het geslachte varken bij ons thuis. Mijn moeder had dan de keukenvloer voorzien van lakens, waarop het vlees werd uitgestald. De spekzijden, en andere grote delen, werden gezouten en in Keulse potten gedaan. Deze werden opgeslagen in de kelder bij de weckpotten met zoute boontjes. Voor de familie werden dan zogenoemde soeppotjes gemaakt en wijzelf aten vanaf die tijd vaak erwtensoep. Het spek, dat uit de erwtensoep kwam, werd gebruikt voor broodbeleg. Een paar weken later bracht de slager dan de worsten en gerookte hammen, welke op zolder aan de balken werden opgehangen!”

Aan de omgeving heeft Jan nog levendige herinneringen.
Aan de omgeving heeft Jan nog levendige herinneringen.(Foto: Anton Kortebein)

Natte voeten

Jan koestert de herinneringen aan zijn jeugd op het Julialaantje, maar geeft toe dat niet alleen de goede herinneringen overblijven: Een minder fraaie gebeurtenis uit die tijd weet ik ook nog goed”, merkt hij op. “Corrie Bosman, het zoontje van de bakker uit het dorp, zat bij mij in de klas en kwam mij regelmatig ophalen. Op een zomerdag besloten wij onderweg naar school te gaan slootjespringen. Heel normaal in die tijd, maar deze keer ging het mis, want ik sprong erin! Op school vroeg de juf hoe ik zo nat was geworden, waarbij ik Corrie de schuld gaf van mijn natte voeten. Hij zou mij geduwd hebben! Vanaf die tijd waren wij geen vriendjes meer. Corrie is niet lang daarna verhuisd naar Australië en helaas heb ik hem nooit mijn excuses kunnen aanbieden.”

Uitbaggeren

In een tijd zonder technisch of computergestuurd vermaak, viel er voor Jan toch genoeg te beleven aan het Julialaantje. “Ik heb nog eens gespijbeld”, bekent hij besmuikt. “Op de Mariaburcht werden de sloten en vijvers drooggemalen en uitgebaggerd. Dat wilde ik en de jongens van Van der Sman, die aan de achterkant van het klooster woonden, wel van nabij meemaken. Er werd die dag veel paling, zeelt en andere vissoorten uit de bagger gehaald. De meeste vissen werden weer overgeheveld naar het gebaggerde water, maar de paling ging in de badkuip bij de grote schuur, waar ze ’s zaterdags werden gerookt. De volgende dag kwam ik op school en werd ik gelijk in de hoek gezet. Later die dag werd ook mijn vader ontboden. Meester Baars gaf ons beiden standje en onderwijl draaide hij mijn wang, tussen duim en wijsvinger, helemaal om. Ik begon te huilen en mijn vader liet het gewoon toe! Over jeugdtrauma’s gesproken!”, schatert hij.

Prijs verspild

In 1951 verhuisden de zusters naar het klooster aan de Troelstrakade in Den Haag. “Mijn vader bleef voor hen werken, wat betekende dat hij elke dag vanaf het Julialaantje heen en weer moest rijden. Eind 1951 introduceerde dagblad Het Binnenhof een dichtersparade, waarbij een letter werd getrokken en abonnees die in een straat of op een plein woonden die met deze letter begon, mochten een gedicht maken. Toen de J aan de beurt kwam, schreef mijn vader een vers van acht regels en stuurde dit naar de redactie. Dagelijks was er een prijs van vijf gulden voor het mooiste gedicht te winnen en mijn vader was de gelukkige! Maar toen hij ’s avonds was gaan klaverjassen reed hij op de fiets van mijn moeder, zonder licht, door het Julialaantje en prompt werd hij bekeurd. Dat kostte hem vier gulden, dus zijn dagprijs was bijna naar de Filistijnen.”

Gedeelde hoofdprijs

Toch kent dit verhaal nog een vrolijk staartje. “Toen alle straten aan de beurt waren geweest, mochten de abonnees stemmen op het mooiste gedicht”, blikt Jan terug. “Hierbij bleek dat de Mollenmulo uit de Haagse Oude Molstraat had gewonnen, maar dit kwam dankzij een publiciteitsactie en dáár hadden ze op Het Binnenhof geen rekening mee gehouden. Bovendien was de hoofdprijs een fiets en daar had die school niks aan. Die zagen liever geld voor de Missie. Besloten werd de Mollenmulo een bedrag toe te kennen en de fiets werd aan de eerstvolgende particuliere inzender gegund. Dat was mijn vader! Op zaterdag 9 februari 1952 werd hem de fiets overhandigd, waarbij hij gefotografeerd werd door de bekende fotograaf Simon E. Smit! Mijn vader kon nu op zijn nieuwe fiets naar de Troelstrakade.”

De vader van Jan haalde in 1952 de krant.
De vader van Jan haalde in 1952 de krant.(Foto: Privé)

Schilderij

Enkele jaren voor het gezin van Jan het huis aan het Julialaantje 28 verliet, werd de woning vereeuwigd op een schilderij. “Daar was ik eind 1950 zelf bij”, weet Jan nog. “Mijn vader kocht het voor mijn moeder, die toen in het ziekenhuis lag voor de geboorte van mijn broer Fred. In april 2022 ben ik met mijn vrouw en dochters een dagje gaan toeren langs alle huizen waar ik heb gewoond. Hierbij kwamen wij ook bij Julialaantje 28, waar we de huidige bewoner ontmoetten. Hierbij kwam ons schilderij ter sprake. Wij spraken af dat we op een mooie dag het schilderij in bruikleen aan hem zouden overhandigen. Dat gebeurde twee maanden later. Het schilderij is dus nu weer een soort van thuis.”

Julialaantje 32 in 1966. Deze foto, geplaatst in januari, maakte veel herinneringen bij los bij Jan.
De vader van Jan haalde in 1952 de krant.

Ook interessant voor jou:

Meer nieuws uit Rijswijk?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: