Het recht van de sterkste

Partnerbijdrage
Evert Hoekstra.
Evert Hoekstra. (Foto: aangeleverd)

Wie de krant openslaat, ziet het bijna dagelijks bevestigd: de wereld wordt nog altijd opvallend vaak geregeerd door één oeroud principe, het recht van de sterkste. Niet het beste argument wint, niet de meest redelijke partij en zelfs niet altijd degene met het zuiverste geweten. Nee, in grote delen van de wereld geldt nog steeds: wie de meeste macht heeft, de meeste middelen, de meeste spierballen of de grootste bek, bepaalt de uitkomst.

 Kijk naar het wereldtoneel. In de Verenigde Staten zit een president die van machtsvertoon een bestuursstijl heeft gemaakt. Donald Trump verstaat als geen ander de kunst van de dreiging, de deal, de vernedering en de overdrijving. Diplomatie wordt onder zijn handen al snel een combinatie van vastgoedlogica en straatvechterij: druk zetten, escaleren, domineren en vooral nooit de indruk wekken dat je ook maar één millimeter wilt toegeven. Inmiddels lopen de spanningen met Iran opnieuw hoog op en wordt taal gebruikt die meer klinkt als een ultimatum van een maffiabaas dan als het zorgvuldig geijkte vocabulaire van een wereldmacht. 

 Aan de andere kant van de wereld blijft Vladimir Putin het schoolvoorbeeld van de leider voor wie macht geen middel is, maar een doel op zich. Oekraïne ondervindt dat al jaren aan den lijve. Grenzen, verdragen, soevereiniteit, mensenlevens; het zijn allemaal betrekkelijke begrippen zodra de militaire en geopolitieke overmacht zich aandient. Het internationale recht bestaat dan nog wel op papier, maar op het slagveld spreekt toch vooral degene met raketten, drones en een kennelijke bereidheid om mens en moraal ondergeschikt te maken aan invloed en territorium. Dat Rusland zich tegelijk strategisch achter Iran schaart, laat zien dat macht zich graag groepeert waar tegenmacht en instabiliteit lonken. 

Ook in de economie is het springlevend

Maar het recht van de sterkste beperkt zich allang niet meer tot oorlog en geopolitiek. Ook in de economie is het springlevend. Grote technologiebedrijven en multinationals beschikken over een schaal, informatiepositie en financiële slagkracht waar kleinere spelers eenvoudigweg niet tegenop kunnen. De markt heet dan vrij te zijn, maar wie goed kijkt, ziet dat vrijheid vaak vooral geldt voor degene die al groot is. Mededingingsautoriteiten, ook in Europa en Nederland, bereiden zich niet voor niets voor op zwaardere ingrepen tegen marktmacht, juist omdat de praktijk laat zien dat economische spierballen zonder tegenkracht al snel dezelfde uitkomst opleveren: wie het grootst is, zet de regels naar zijn hand. 

Zelfs in het dagelijks leven herkennen we het mechanisme. De dominante werkgever tegenover de afhankelijke werknemer. De overheid tegenover de burger. De bank tegenover de ondernemer in nood. De verzekeraar die procederen moeiteloos kan volhouden tegenover de particulier voor wie één extra processtuk al buikpijn oplevert. En ook in het sociale verkeer is het niet anders: degene met het grootste platform, de meeste volgers of het hardste geschreeuw, die trekt het debat vaak naar zich toe. De nuance staat dan ergens op de vluchtstrook met pechlichten aan.

Natuurlijke aantrekkingskracht

Het is ergens ook heel menselijk. Macht heeft een natuurlijke aantrekkingskracht. Zij is efficiënt, verleidelijk en vaak vermomd als daadkracht. Wie sterk is, hoeft minder uit te leggen. Wie sterk is, kan zich permitteren om niet te luisteren. Wie sterk is, gaat al snel geloven dat winnen hetzelfde is als gelijk hebben.

 En juist daar begint het probleem. Want een samenleving die werkelijk alleen op kracht draait, is uiteindelijk niets meer dan een netjes aangeklede jungle. Dan is recht geen norm meer, maar slechts een dun laagje vernis over belangen, angst en dominantie. Dan wint niet de partij met het beste verhaal, maar de partij met het langste adem, het meeste geld of de hoogste tolerantie voor schade. Dan wordt rechtspraak een vechtsport en de waarheid een luxeproduct.

Het meest onderschatte van ons vak

Gelukkig mag ik na inmiddels dertig jaar in de advocatuur iets anders constateren. In het recht - althans in een rechtsstaat die die naam verdient - geldt níét het recht van de sterkste. Althans, het behoort daar niet te gelden. En meestal is dat ook niet zo. Dat is misschien wel het mooiste en tegelijk het meest onderschatte van ons vak. In de rechtszaal telt niet wie het hardst kan roepen. Niet wie de grootste onderneming heeft. Niet wie het meeste geld bezit. Niet wie politiek handig is of mediageniek. Daar gelden andere wapens: feiten, argumenten, dossierkennis, juridische precisie, timing, overtuigingskracht en soms ook gewoon geduld. Veel geduld.

Natuurlijk, ik ben niet naïef. Ook in het recht speelt machtsverschil een rol. De ene partij kan zich meer veroorloven dan de andere. De ene cliënt slaapt beter bij een procedure dan de andere. En ja, soms wordt het recht gebruikt als drukmiddel. Maar het fundamentele verschil blijft dat het recht juist is ontworpen om de willekeur van de sterkste te begrenzen. De kern van recht is niet macht bevestigen, maar macht disciplineren.

Bijzondere kracht

Dat is geen romantiek. Dat is dagelijkse praktijk. Juist daarom geloof ik, na dertig jaar procederen, onderhandelen, schikken, escaleren waar nodig en de-escaleren waar verstandig, nog altijd in de bijzondere kracht van het recht. Niet omdat het altijd perfect werkt. Wel omdat het één van de laatste beschavingstechnieken is waarin niet de spierballen, maar de merites behoren te beslissen.

 En laat dat vooral zo blijven. Want zodra ook daar het recht van de sterkste gaat gelden, zijn we niet langer een rechtsstaat met conflicten, maar een conflictgebied met wetten. En geloof me: na dertig jaar in dit vak herken ik het verschil vrij snel. 

www.ckh-advocaten.nl

Meer nieuws uit Stede Broec?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: