Groene Jeroen: HUISKNUSMUS

Lang, lang geleden, in de tijd dat wij nog simpele landbouwers waren, leefden er in het Midden-Oosten kleine vogeltjes. Deze vogeltjes kwamen er daar achter dat wij nogal knoeien met onze landbouwproducten die zij ook lekker vinden.
Wij vonden deze vogeltjes op onze beurt nogal schattig en zo komt het dat de huismus nu een zogenaamde cultuurvolger is. Een nogal succesvolle, want ze hebben zich sindsdien verspreid over meer dan de helft van de wereld, ook omdat wij ze overal graag loslieten in nieuw veroverde gebieden. Huismussen hebben dan ook niet zoveel nodig. Een veilig broedholletje voor een nest, wat insecten om in de eerste maanden aan hun jongen te voeren, veel graantjes om mee te pikken en schuilplekken om je te verstoppen voor als de sperwer langs komt. Deze kleine en prachtige roofvogel eet zo graag mussen dat hij daarom in Engeland zelfs de sparrowhawk, oftewel de ‘mushavik’ heet. Op een afstandje kijkt hij toe, vliegt dan laag naar zijn prooi en grijpt dan met zijn lange poten bliksemsnel en vaak ook nog acrobatisch ondersteboven een mus uit de lucht, soms zelfs gewoon tussen de mensen op de markt of op een terras.
De wederzijdse afhankelijkheid en aanhankelijkheid tussen mus en mens werkte eeuwenlang prima, tot aan het eind van de vorige eeuw, toen de hoeveelheid gif in onze omgeving toenam en de hoeveelheid schuil- en broedgelegenheid juist enorm afnam, waardoor we de helft van al onze mussen kwijtraakten. Tegenwoordig gaat het weer iets beter, maar je ziet nog steeds veel minder mussen dan vroeger. Want we gebruiken nog steeds heel veel gif, onze nieuwere en goed geïsoleerde huizen zijn niet of nauwelijks meer kraakbaar voor mussen, spreeuwen en gierzwaluwen en rommelhoekjes met struiken en onkruiden om in te kunnen vluchten en van te eten passen niet meer in ons gereguleerde en supernette landje. Dat is jammer, want wie houdt er nou niet van die vrolijk kwetterende en scharrelende huismussen om ons heen? Op het terras langs de Vaart bij de Vlieten zie je ze gelukkig nog wel. Daar kunnen ze goed vluchten in de kleine bolboompjes op het terras en kunnen ze rijkelijk eten van al wat wij morsen of wat zij brutaal van onze borden happen als we even niet kijken. De mannetjes zien er prachtig uit met hun subtiele grijze petjes, hun zwarte maskertjes en hun vele tinten van warmbruin. De vrouwtjes zijn minder bont gekleurd, maar die maken het wel weer anders bont door vrij dominant over de mannekes te zijn in de huismusmaatschappij.






Meer nieuws uit Vlaardingen?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie