Column Alexander Noordijk: ‘Wie mag er nog fouten maken?’

Nieuws
Afbeelding
(Foto: archief)

‘Laat ons weten, ook van onszelf, dat niemand feilloos en altijd goed. Pijn is ook wat leven doet.’ Deze woorden uit het gedicht Gezien worden van Marjoleine de Vos bleven de afgelopen tijd bij mij hangen. Misschien omdat ze zo eerlijk zijn. Ze zeggen iets wat we diep van binnen allemaal weten, maar niet altijd durven toegeven.

We leven in een tijd waarin we graag de mooiste kant van onszelf laten zien. Op sociale media delen we onze vakanties, successen en vrolijke momenten. We hopen gezien en gewaardeerd te worden. Maar wie laat ook de andere kant zien? De woorden waar je spijt van hebt. De verkeerde keuze. De teleurstelling. De momenten waarop je tekortschiet of zelf gekwetst wordt. Juist daarom raakt Psalm 139 mij telkens weer. Daar staat: ‘Heer, U doorgrondt en kent mij.’ God kent niet alleen onze sterke kanten, maar ook onze kwetsbaarheid. Hij kent onze vreugde én onze schaamte. En toch laat Hij ons niet los. Dat is misschien wel het grootste wonder van het geloof. Onze waarde hangt niet af van wat we presteren, van de waardering van anderen of van het perfecte plaatje dat we proberen hoog te houden. Nog voordat wij iets konden doen of laten, sprak God Zijn liefdevolle ‘ja’ over ons leven uit. Misschien zijn we dat besef wel een beetje kwijtgeraakt. Als onze waarde vooral afhangt van wat anderen van ons vinden, wordt het moeilijk om eerlijk te zijn over onze fouten. Dan proberen we ze te verbergen of weg te poetsen. De Bijbel is daarin verrassend eerlijk. Zelfs koning David, één van de grote geloofshelden, maakte ernstige fouten. Wanneer de profeet Nathan hem daarop aanspreekt, doet hij dat niet om David publiekelijk te vernederen, maar om hem tot inzicht en herstel te brengen. Waar waarheid en liefde elkaar ontmoeten, ontstaat ruimte voor een nieuw begin. Misschien hebben we juist daar vandaag behoefte aan. Aan een samenleving waarin mensen niet meteen worden afgerekend op hun slechtste moment. Waar ruimte is om fouten toe te geven, verantwoordelijkheid te nemen, vergeving te ontvangen en opnieuw verder te gaan.

Ik hoop dat onze samenleving – thuis, op het werk, op school, in verenigingen én in onze kerken – weer meer plaatsen kent waar mensen zich niet groter hoeven voor te doen dan ze zijn. Waar we luisteren voordat we oordelen, waar we elkaar durven aanspreken zonder elkaar af te schrijven en waar een nieuw begin mogelijk blijft. Want uiteindelijk heeft ieder mens die ruimte nodig: “ruimte om mens te zijn.” Want uiteindelijk leven we niet van het beeld dat anderen van ons hebben. We leven van liefde. Van de God die ons beter kent dan wij onszelf kennen en die steeds opnieuw zegt: ‘Jij bent mijn geliefde kind.’ Misschien is dát wel de boodschap waar onze tijd naar verlangt. Niet dat we perfect moeten zijn, maar dat we gekend zijn. Niet dat we nooit meer struikelen, maar dat we mogen opstaan. Niet dat we onszelf voortdurend moeten bewijzen, maar dat we mogen leven vanuit genade. Misschien is dat wel het antwoord op de vraag waarmee we begonnen: wie mag er nog fouten maken? Wij allemaal. Niet omdat fouten er niet toe doen, maar omdat geen mens zonder fouten is. We mogen verantwoordelijkheid nemen, opnieuw beginnen en leven van Gods genade.

Dáár ontstaat ruimte om mens te zijn.

Meer nieuws uit Waterland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: