Het woongeluk van Rob en Linda naast de Groeneveldse Molen

Algemeen
Linda en Rob poserend op dezelfde plek als voor hun trouwfoto, bijna 34 jaar geleden. Op de achtergrond de Groeneveldse Molen.
Linda en Rob poserend op dezelfde plek als voor hun trouwfoto, bijna 34 jaar geleden. Op de achtergrond de Groeneveldse Molen. (Foto: Debbie van Eijk)

Als kind tekende Rob van Zijll (62) al molentjes en droomde hij van het molenaarsvak. Inmiddels woont hij ruim 34 jaar in het molenaarshuisje naast de Groeneveldse Molen in Schipluiden, vlakbij De Lier. Daar combineert hij zijn werk voor het Hoogheemraadschap van Delfland met het droogmalen van de polder. Met Linda van Zijll-Vreugdenhil (59) deelt hij zijn woongeluk.

Door Debbie van Eijk

Rob groeide op in Alphen aan den Rijn. In 1986 hoorde hij over de Groeneveldse Molen in Delfland. Die stond al sinds 1979 leeg, zonder bewoning. Het gevolg was dat er regelmatig vandalen huishielden. 

Nu werd de molen gerestaureerd en zat het Hoogheemraadschap van Delfland natuurlijk niet op vandalisme te wachten. Daarom werd er op de plek van het voormalige zomerhuis een nieuw huis gebouwd. “Het zomerhuis was zo vervallen, dat daar niemand in kon wonen,” leggen Rob en Linda uit. Het was bovendien een stuk kleiner en zestig centimeter lager dan hun huidige woning. “Waar nu onze woonkamer is, was een stal met koeien en geiten.”

Want zij werden de nieuwe bewoners van het huis, dat mag duidelijk zijn. Eenvoudig was dat niet: “In die tijd kwam je als buitenstaander niet makkelijk binnen bij Delfland. Maar na de restauratie vroeg ik aan mijn toenmalige baas of ik een sleutel mocht van de molen om hem eens uit te proberen. Bij Delfland konden ze daarna niet meer om mij heen. En sindsdien is het nooit anders geweest,” vertelt Rob met een grijns.


Gezin met tien kinderen

Het is anno 2024 moeilijk voor te stellen dat er ooit een gezin met tien kinderen in de molen woonde. Logisch dat ze in de zomer gebruikmaakten van het zomerhuis, en dan ‘s avonds in de molen sliepen. In de winter speelde heel hun leven zich in en rond de molen af en lieten ze het zomerhuis voor wat het was; met enkelsteensmuren was het er niet zo comfortabel. 


Deze woonkamer werd gedeeld door een gezin met tien kinderen.


Avonturen beleefde het gezin, waarvan nog twee kinderen in leven zijn - een dochter en een zoon van respectievelijk 97 en 94 jaar oud - in elk geval genoeg: “Een van de jongens liep eens het raam in de kap uit, zo de wiek op, om naar zijn moeder te zwaaien. Hij kreeg ook een keer een klap van de wiek. En als ze te laat thuiskwamen, renden ze snel de trap op (de kinderen sliepen op de eerste verdieping van de molen, red.) en gooiden het luik dicht, zodat vader niet naar boven kon”, vertelt Rob vol enthousiasme. Regelmatig geeft hij een rondleiding in de oude molen. Er komen soms ook speciale verzoeken: “Laatst ontbeet er op de eerste verdieping een stel. Ze zetten zelf het meubilair neer.”


De eerste verdieping van de molen. Rob gebruikt die om te klussen, bijvoorbeeld voor herstelwerkzaamheden aan de wieken van de kleinere molens rondom hun huis.

Kleine molens

De sfeer in de molen is dan ook heel bijzonder. Rob komt er graag; hij gebruikt de eerste verdieping als klusruimte. Momenteel is hij bezig met het opknappen van de wieken van een van zijn molens die in zijn achtertuin staan. Want behalve de grote, eeuwenoude Groeneveldse Molen (bouwjaar: 1719) zijn ook miniatuurmolens zijn passie. Hoewel, ‘miniatuur’? Wie weleens over het fietspad door de Groeneveldse Polder fietst, weet dat de molentjes nog aardig groot zijn. En een functie hebben ze ook: zo is Molen Kleyn Vermoogen langs het fietspad een specerijmolen en staan er in de tuin een korenmolen die graan kan malen en een korenmolen die het meel zeeft.


Herrie en koud water

Wonen in de molen is tegenwoordig uitgesloten. Dat is vooral vanwege de herrie van de motor in de gang, beneden. Als er extreem veel water valt, kan hij meedraaien zonder dat de molen draait. “Hij kan wel vijftien uur herrie maken,” vertelt Rob. “Er zou een bouwstellage omheen kunnen met geluidsisolatie, maar dan haal je het authentieke weg.”


Vanwege de herrie die de motor in de molen maakt, is het gebouw onbewoonbaar.


Nog een reden waarom de molen zelf onbewoond zal blijven: er zitten geen faciliteiten in. “Wel elektriciteit en een wc, maar alleen koud water.” Ook zijn de trappen vrij steil: “Volk hier wordt altijd huiverig van de trap.” 


Het keukentje in de molen.


Kick van het droogmalen

Maar klussen kan dus wel in de molen, en de polder droogmalen doet-ie ook nog. Dat laatste is vrijwilligerswerk voor Rob, maar hij doet het zo vaak als hij kan, ‘s avonds en in de weekenden. 

Het doel: het water van laag naar hoog brengen. “Het geeft een soort van kick dat je met die molen het water weg krijgt,” licht Rob toe. Dat is in het Westland wat uitdagender dan in andere gebieden in Nederland, omdat er zoveel water is voor de glastuinbouw. Maar: “In een tijd van twee uur lukt het meestal, afhankelijk van de wind.”

“Hij staat ermee op en gaat ermee naar bed,” vertelt zijn vrouw Linda. “Eerst komt de molen, dan een hele tijd niks en dan komt de rest.”

Ik heb me ook verdiept in zijn passie

Voor Rob zijn molens een aangeboren passie, maar voor Linda niet. “Toen ik hem leerde kennen in 1988, wist ik niks van molens. De eerste keer dat ik met hem naar de molenaarsverjaardag ging, dacht ik: ‘Waar gaat dit over?’ Het ging niet anders dan over mensen, molenaars en molens.” Ze denkt even na en vult dan aan: “Maar dat heb je bij een tuinder ook. En bij iemand die van voetbal houdt.”

Er zat maar één ding op, bedacht Linda: “Ik heb me ook verdiept in zijn passie. Als ik dat niet had gedaan, hadden wij het nooit met elkaar uitgehouden. Ik heb ook geprobeerd om te leren hoe een molen werkt. De zeilen, bijvoorbeeld, hoe je die erop krijgt.” Gelukkig begrijpt ze de schoonheid van molens inmiddels wel: “Op vakantie vind ik het wel leuk om naar andere molens te kijken.”

Sterker nog, Linda doet tegenwoordig zelfs vrijwilligerswerk op een molen, namelijk de korenmolen in ‘s-Gravenzande. Een voormalige leerling-molenaar van Rob had hulp nodig bij het bestieren van het winkeltje op de begane grond. Linda doet dat nu, samen met een andere vrijwilliger. “Wij scheppen het meel dat hij gemalen heeft in zakjes en zetten het weer in de kastjes allemaal. Zo rommelt het in de molenwereld, dat je elkaar helpt.” Bij haar vrijwilligerswerk komt haar kennis als vrouw van een molenaar goed van pas.


Uitzicht vanaf de eerste verdieping van de molen.

Natte en droge tijden

In de 34 jaar dat Rob met steun van Linda de molen runt, heeft het stel heel wat meegemaakt. Neem de grote wateroverlast in 1998: die staat hun nog helder voor de geest. “Waar nu die auto geparkeerd staat - daar stond het helemaal onder water. Gelukkig kwam het niet het huis in, maar het scheelde niet veel; het stond drie meter van het huis af.” 

Ook in november 2023 was er veel regenval en stond het water een halve meter hoger in de polder, maar zo heftig als vijfentwintig jaar eerder was het niet.

Het zijn overigens niet de natte, maar de droge perioden die Rob, als controleur van de gemalen voor het Hoogheemraadschap van Delfland, de meeste zorgen baren. Die leiden tot watertekort.

Sinds een jaar of vijf ligt er een fietspad over het Groeneveld. Dat was in het begin even wennen: “Opeens fietsten er mensen voorbij. Voor die tijd bewoog er nooit wat.” 

Achter het huis was dat altijd al anders: daar varen sinds jaar en dag bootjes langs.


Achter het huis varen bootjes langs.

Sinds het fietspad er ligt, worden er meer vragen gesteld door voorbijgangers over de molen. En: “Het aantal foto’s op internet is drastisch toegenomen,” lacht Linda.


Sinds het fietspad er ligt, is het aantal foto’s op internet van de molen drastisch toegenomen.

Bijzondere momenten

De molen staat er lang niet altijd hetzelfde bij. Er zijn diverse gebruiken, die in heel Nederland in ere worden gehouden. Zo kan de molen in de rouw- of in de vreugdestand worden gezet, bijvoorbeeld wanneer er iemand is overleden, of juist bij een vreugdevolle gebeurtenis, als een geboorte of trouwerij. 

Elk jaar met kerst wordt de molen in de schijnwerpers gezet. Die traditie begon op de trouwdag van Rob en Linda: “Toen we ‘s avonds thuiskwamen, stond heel de molen in het licht met vier schijnwerpers. Vrienden van Rob hadden tussen de wieken twee lijnen gespannen en een groot hart en twee letters: een L en een R.”

Die mooie start heeft hun huwelijk geen onheil gebracht; wel een mooie dochter. En veel woongeluk, dus. Liefdevol poseren de twee bij de molen, in dezelfde positie als voor hun trouwfoto’s, bijna 34 jaar geleden. Na afloop lopen ze hand in hand weer samen richting hun huisje bij de molen.

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: