Op de Pijp met… Mirjam Schmidt

Nieuws
wekelijks artikel in Nieuwsblad Westland onder de naam; Op de pijp met..
Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst.
wekelijks artikel in Nieuwsblad Westland onder de naam; Op de pijp met.. Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. TON VAN ZEIJL

Als kind stond Mirjam Schmidt (52) teleurgesteld langs de lijn, want ‘meisjes mogen niet voetballen.’ Anno 2026 is vrouwenvoetbal booming. Internationaal, in Nederland én bij VV Naaldwijk. “Dit is mijn tweede thuis”. Mirjam woont in ‘s-Gravenzande en heeft twee zoons.

Schmidt. Dat klinkt nou niet heel Westlands…

Zoals je ongetwijfeld hoort is het een Duitse naam. Ik moet die in mijn leven wel twee miljoen keer gespeld hebben en nóg verhaspelen mensen hem. Onze familie is, voor zover ik weet, afkomstig uit Gräfenroda in Duitsland (Thüringen – EvE) Via Brabant kwamen ze naar Nederland en mijn opa is uiteindelijk in het Westland beland. Mijn vader kwam uit een gezin van zes. Echte arbeiders. Hij deed van alles, in de tuin, in de kassenbouw, op de veiling en hij was ook een tijdlang uitsmijter bij de Ouwe Droog. Ik ben geboren en opgegroeid in Naaldwijk, samen met mijn broer.

En ook jij hebt van alles gedaan in je leven…

Na de Rehobothschool, en de havo op het Westlandcollege solliciteerde ik bij de politie. Dat ging uiteindelijk op het laatste moment niet door. Toen ben ik maar het leger in gegaan. Daar vonden ze me wel geschikt om soldaten op te leiden, dus ik kwam als sergeant voor de klas met dienstplichtige soldaten terecht. Toen bestond de dienstplicht nog. Bedenk je: ik was zelf nog piepjong. Dus als ze me vroegen naar mijn voornaam dan zei ik ‘sergeant’ en als ze wilden weten hoe oud ik was beloofde ik dat ik ze dat aan het einde van de maand zou zeggen. Het waren immers leeftijdgenoten, soms zelfs ouder, en dan moet je wel streng zijn om ze onder de duim te houden.

Dus je was zo’n drilsergeant?

Liever niet. Dat liet ik liever aan collega’s over. Meestal probeerde ik het op een redelijke manier te doen, maar ik liet ook niet over me lopen. Dus toen ik en keer een paar ‘probleemgevallen’ had gingen we maar ‘wandelen’. Kilometers, en ze hadden net nieuwe kistjes. Toen was het gauw klaar. Vaak kwamen ze aan het eind van de maand naar me toe om te zeggen dat ze toch een fijne tijd hadden gehad, al zaten ze dan voor hun nummer.

Hoe lang zat je er zelf?

Ruim drie jaar. Het was pittig. Je moet verbaal sterk zijn en dat heb ik daar wel geleerd. Maar het was ook superleuk om mensen dingen te leren, kennis over te brengen.

En daarna?

Trouwde ik met een militair. Kreeg twee kinderen en woonde in Deventer. Toen de kinderen wat ouder werden ben ik gastouder geworden. Toch weer iets met kinderen. Na mijn scheiding keerde ik terug naar het Westland en net als mijn vader heb ik daar ook allerlei dingen gedaan: op de bloemenveiling, in een kinderkledingzaak… Uiteindelijk in de zorg terecht gekomen. Op het Westerhonk, waar ik 14 jaar persoonlijk begeleider in de gehandicaptenzorg was.. Ook heel leerzaam, maar mooi werk. Sinds een paar jaar ben ik persoonlijk begeleider bij Droom je Thuis. Een ouderinitiatief voor kinderen, inmiddels vrijwel volwassen, met een verstandelijke beperking. Zo heb ik mijn eigen gezinnetje op het werk.

Sport is ook altijd belangrijk voor je geweest…

Onze familie was sportief. Vader, broers, ooms, ze hebben allemaal gevoetbald bij VV Naaldwijk. Als baby werd ik al meegenomen naar de club en verschoonden de barvrouwen mijn luier. Voetbal vond ik geweldig, maar ik mocht toen nog niet spelen. Alleen op straat. Dus deed ik andere dingen: wedstrijdzwemmen bij Hoogwerf. Maar ik bleef lang klein dus op gegeven moment kon ik niet meer mee. Toen maar wielrennen bij Westland Wil Vooruit. Daar heb ik nog met Daniëlle Overgaag gereden. Na een gigantische valpartij durfde ik niet meer in peloton te rijden, dus stopte ik daar ook mee. Ondertussen bleef ik wel betrokken bij VV Naaldwijk, o.a. als leidster. Op een gegeven moment heb ik gevraagd of ik mee mocht trainen met het vrouwenzaalvoetbalteam. Ze reageerden wat aarzelend, ze speelden Hoofdklasse, maar het mocht. En al snel zeiden ze: jij kan voetballen en werd ik voor het team gevraagd. Dat was, zonder overdrijven, de mooiste dag van mijn leven. Helaas stopte het team na twee jaar. Mijn trainer, Toon Bouwman, nam me mee naar Juventas in Rijswijk. Dat was wel veldvoetbal. Het ging er fysiek stevig aan toe, maar we deden het goed: twee keer op rij gepromoveerd. Ook toen ik in Deventer woonde heb ik gevoetbald, bij Twello en later in Deventer zelf. Toen ik weer in Westland kwam, ging ik uiteraard ook weer naar VV Naaldwijk. Dit is mijn tweede thuis.

En daar hadden ze inmiddels vrouwenvoetbal…

Dat was weer opgestart. In eerste instantie een team van spelersvrouwen van de Zondag 1, die dachten: dat kunnen wij beter. Ze hadden alleen niet iemand die goed kon scoren. Ik was verdediger, maar mijn ervaring was wel handig dus ik werd spits. Later ben ik langzaam weer naar achteren verhuisd. Voetbal was het (enige) uitje van de week. De rest van de week was gevuld met werk en de kinderen, maar de zondag was voor mij. Dat heb ik volgehouden tot ver in de veertig. Maar door knieproblemen was ik uiteindelijk gedwongen om, tegen mijn zin in, te stoppen.

Maar je bleef bij de club…

Ze vroegen me of ik het meidenvoetbal op wilde gaan zetten. Er was op dat moment één meidenteam en één vrouwenteam, maar de Leeuwinnen waren net Europees kampioen geworden en we hadden het moment mee. Mijn streven was om ieder jaar een extra team erbij te krijgen. Er was budget en ik kreeg alle mogelijkheden.

Een ambitieus streven. Hoe deed je dat?

Letterlijk werven langs de lijn. Jongens vragen ‘heb je een zusje?’ Meiden die mee waren vragen: ‘wil je ook niet eens proberen?’ Open Dagen en clinics organiseren. De vader van Mandy van den Berg werd onze eerste trainer en Mandy kwam ook wel eens kijken. Daar werd dan weer op school over gepraat. Westland hè, het gaat van mond tot mond. Mandy heeft ook clinics gegeven, onder andere in coronatijd. En zo groeide het.

Spelers is één ding, je moet ook kader hebben…

En ook die haal je langs de lijn weg. Als je daar zichtbaar en aanwezig bent. Verbinden is altijd wel een sterke kant van mij geweest. In gesprek gaan. Korte lijnen, persoonlijke aandacht. Als je aandacht geeft, dan krijg je dat ook terug. Ons kader is ieder jaar gevuld.

Hoe staat het er nu voor?

Inmiddels hebben we tien meidenteams en drie damesteams. Een hele vrouwentak met alle lichtingen vertegenwoordigd. Dat is mooi want dan kun je ook gaan selecteren. Dan kunnen meiden echt gaan groeien. Inmiddels spelen de MO17 en MO 15 hoofdklasse. Daar ben ik super trots op. Als kleine vereniging doe je dat toch maar. Maar het gaat niet alleen om presteren. Er zijn ook teams die voetballen voor de lol. En dat is net zo goed. Het gaat om het geluk dat je vindt in voetbal en in de vriendschappen die je hier opdoet. Er is ook ruimte voor meiden met bijvoorbeeld autisme. Die koppel ik dan aan een geschikte trainer. Gewoon proberen hoe het gaat, begeleiden en aandacht geven. VV Naaldwijk blijft een echte familievereniging. Dat heb ik als meisje al zo gevoeld en nu mag ik dat weer overdragen naar ‘mijn’ meiden. Daar word ik super blij van!

Afbeelding
wekelijks artikel in Nieuwsblad Westland onder de naam; Op de pijp met..
Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst.

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: