Op de Pijp met... Maurice Wiedenhof

Nieuws
Afbeelding
(Foto: TON VAN ZEIJL)

Maurice Wiedenhof

Maurice Wiedenhof (56) is regisseur bij toneelvereniging De Plankeniers in Naaldwijk. Op 21, 22 en 23 maart staan ze in Theater de Speld op de planken met het stuk ‘Calendar Girls’. “hoe ver ga je om iemand te helpen?” Maurice woont met zijn vriendin Judith van Kester, hond en katten in Monster.

Waar kom je vandaan?

Ik kom uit Den Haag, de Bomenbuurt. Ik ben geboren op ‘t zand dus een Hagenaar en geen Hagenees. De oudste van drie jongens. Mijn vader heeft zijn wortels in Nederlands-Indië en werkte bij Imtech. Mijn moeder werkte bij het Ministerie van Justitie. Inmiddels zijn ze gepensioneerd.

Wat wilde jij worden? 

Bijna iedereen in mijn familie werkte op kantoor. Kantoortijgers. Ik had daar ook wel gevoel voor. Na de lagere school kwam de MAVO, de MEAO en de propedeuse HEAO. Maar toen wilde ik niet verder. Ik wilde op stap, feesten, op mijzelf wonen en ja, je moest werken om dat te kunnen doen. Ik heb allerlei financiële administratieve banen gehad bij KPN, Ministerie van Binnenlandse Zaken, Verkeer en Waterstaat.… Tot op mijn dertigste het besef doordrong: ik wil het theater in.

Zomaar?

Ik had geen voorbeelden in de familie maar dat betekende niet dat we niets met cultuur hadden. Ik ben opgegroeid met film en muziek van blues, Americana, tot klassiek. Kunst kreeg ik mee op school. Mijn vader kan heel mooi tekenen, mijn moeder schildert. Zelf kon ik ook best aardig tekenen en fotograferen, maar ja, daar verdien je niet snel geld mee hè? Op mijn 18e leek ‘t me geinig om toneel te gaan spelen. Bij een typische amateurvereniging: ‘Toneel voor Ontspanning’ in Den Haag. Mijn eerste rol was butler Wilkinson in het blijspel ‘Een Meisje om te Stelen’ van Jack Popplewell. Fantastisch! Ik wilde meer, dus ik trok van club naar club van vereniging naar vereniging, en leerde van alles. Volgde workshops van beroepsregisseurs en acteurs, en zo leerde ik o.a. de speelmethode van Konstatin Stanislavski.  

Wie? 

Stanislavski staat aan de wieg van ‘method acting’. Bij hem gaat het over geloofwaardigheid, waarachtigheid. En die geloofwaardigheid in je spel haal je uit je emotionele geheugen: je spéélt niet dat je boos bent, je haalt die boosheid uit een moment in je eigen leven en gebruikt dat in je spel. Stanislavsky en zijn volgers vonden ook dat je veel meer moet nadenken over je personage. Wat is diens achtergrond? Wat heeft hij of zij allemaal meegemaakt? Hoe is diegene uiteindelijk geworden wie hij op dat moment is? 

Je wilde dus van je hobby je beroep maken…

Ik zag niet zo voor me tot mijn pensioen bij Verkeer en Waterstaat te blijven en had ambitie om theatermaker en toneelspeler te worden. Ik waagde de stap. Deed auditie bij Theatergroep Drang in Den Haag, een beroepsgezelschap. Ik werd toen niet gecast, maar ze boden me wel een baan aan als productieleider van hun voorstelling ‘Jubileum’. 

Wat doet die?

Een productieleider is de spil van een toneelproductie. Je geeft leiding aan alles wat er rond een voorstelling moet gebeuren. je bent verantwoordelijk voor de planning van repetities, decorbouw, regie, techniek, logistieke zaken, je overlegt met de artistieke leiding, PR, en educatie afdeling. Prima dus met mijn ‘kantoortijger’ achtergrond. Ik zat in ieder geval in het wereldje en ging ook het vak leren: ik ging studeren aan de Amsterdamse Theater Academie en studeerde af in 2007 als Theatermaker.

Dat is best wel een stap…

Ik geloof erin dat je moet doen waar je hart ligt, dus ik volgde dat. Van theater word je niet rijk, maar het ging best. Ik deed wat ik leuk vond. Tot de krankzinnige bezuinigingen op cultuur door Rutte II. Er vielen voor mij veel kansen en opdrachten weg. Ik had wel wat filmwerk en het castingbureau waar ik toen zat stimuleerde mij acteerlessen te geven. Hier had ik dus ook talent voor: onderwijzen! Ik gaf acteerlessen, bedacht en gaf workshops Method Acting. Met veel geluk rolde ik het voortgezet onderwijs in; as dramadocent op scholen in Den Haag, Schiedam, Amsterdam. Dat stopte in 2019, omdat er veel scholen waren die het vak drama afschaften. In 2020 kwam ik bij ISW Praktijkcollege terecht, hier in Naaldwijk. Als arbeidstrainer en stagebegeleider. Inmiddels werk ik bij ROC Mondriaan in Den Haag, maar door het Praktijkcollege heb ik het Westland goed leren kennen.

Kwam je zo in Westland terecht?

Ik woonde al sinds 2016 in Monster. Mijn vriendin komt oorspronkelijk uit Poeldijk en we wilden toch wel graag een benedenhuis. Zo kwamen we toen van Den Haag naar het Westland. Soms mis ik Den Haag nog steeds, maar tegelijkertijd waardeer ik Westland ook heel erg. Westlanders zijn heel ‘eigen’. Maar ook: hardwerkende mensen, een tikje rechtlijnig, maar als ik een bedrijfsbezoek bracht met een stagiair, dan was ik ook onder de indruk van wat die ondernemers bereikt hadden, en hoe trots ze waren op hun tent. 

En het Westlandse toneel?

Toen ik nog in het amateurtheater De Poort in Den Haag speelde, kwamen daar ook wel Westlandse verenigingen spelen. Hier in het Westland ben ik actief sinds 2022. Na herstel van een openhartoperatie in 2019 en de Covid periode in 2021, kwam ik via via in contact met De Plankeniers. Die zochten een regisseur voor een jubileumvoorstelling van één van hun leden: Cent Wageveld. Dat werd ‘De Belofte’, ook bekend onder de titel ‘Gouwe handjes’ van Haye van der Heyden. Daarna vroegen ze me voor een tweede stuk. ‘De Twaalf’ naar de beroemde film Twelve Angry Men. Een groot succes, drie keer uitverkocht en in reprise nogmaals. 

Hoe zou je De Plankeniers omschrijven?

Een lieve, toegankelijke, gepassioneerde groep. Ze geven me echt de ruimte om dingen te doen en te bedenken. Ik leer elke productie van ze. Sowieso is het mooie aan amateurverenigingen dat ze het doen voor de passie, de lol. Ik vind het steeds weer bijzonder als ik ze op de repetitie zie binnenkomen; zo uit de kas, klaslokaal of van kantoor. En hop, het podium op. Als toneelgezelschap moet je op de centen letten. Daar wordt je wel inventief van: als er een piano nodig is, dan halen we die van Marktplaats. Als er een decor nodig is, dan timmert iemand dat wel in mekaar of gaan we naar de kringloop. Komt goed. Dat is ook wel Westlands: als er iets geregeld moet worden, dan wórdt het geregeld.

En nu als derde stuk Calendar Girls…

Een moderne comedy, een waargebeurd feelgood verhaal. Annie verliest haar man aan kanker. De damesvereniging besluit geld in te zamelen om die vreselijke bank in de wachtkamer van het ziekenhuis te vervangen. Dat doen ze door een naaktkalender te maken, want ja ‘naakt’ verkoopt. In het toneelstuk zie je als het ware hoe die kalender tot stand komt, dat het een succes wordt en wat dat succes doet met de dames. Het stelt de vraag: hoe ver ga je om iemand te helpen? Die kalender trouwens echt en die van ons ook: die kan na de voorstelling gekocht worden.

Eh, met echt naakt?

Niet expliciet. De making of de kalender is live op toneel, en natuurlijk super spannend voor de actrices om te spelen. Dus vooraf en tijdens de repetities is daar veel over gepraat: Met bodysuits of puur natuur? Doen we het of doen we het niet? Net als de personages hebben de actrices dezelfde dilemma’s: hoe ver gaan wij voor die kalender? En dat in theater de Speld, durven we dat? We gaan er als groep heel zorgvuldig en respectvol mee om. Een grote verantwoordelijkheid als regisseur om te zorgen dat iedereen zich senang voelt. Ik ben in elk geval trots op deze dames met lef!

Denk je dat het aanslaat bij Westlanders?

Zeker. Want dit verhaal speelt zich ook af in een hechte, kleine gemeenschap. In dat opzicht past het bij Westland.

Zijn er nog kaarten?

De voorstelling van zondag en vrijdag is uitverkocht, maar voor zaterdag 22 maart zijn nog enkele kaarten. Het ziet er naar uit de try-out op 20 maart ook uitverkocht raakt….check: www.deplankeniers.nl.

Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar
redactie.westland@rodi.nl.

Afbeelding
Afbeelding

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: