Op de Pijp met... Cor Voogd

Nieuws
Afbeelding
(Foto: TON VAN ZEIJL)

Oud-fietsenmaker Cor Voogd (85) is eigenlijk wel blij dat de e-bike hype aan hem voorbij gegaan is: “Dat is allemaal computerwerk. Daar heb ik niks mee. Daar moet je mijn vrouw voor hebben.” Cor woont met zijn vrouw Loes in Maasdijk. Samen hebben ze twee kinderen, vijf kleinkinderen en één achterkleinkind. 

Waar kom je vandaan?

Ik ben geboren in Maasdijk. In 1939. Het was het eind van de crisisjaren en mijn vader had in die tijd van alles gedaan om het hoofd boven water te houden. Hij deed iets met elektriciteit en in 1935 startte hij met het repareren van fietsen. Hij kon ook van alles. Een echte duizendpoot. De schuur waar hij in werkte brandde in 1936 af. Hij raakte flink gewond en heeft maanden in de olijfolie gelegen. Zo deed men dat toen. Hij genas wel en ging weer aan het werk. In 1937 kwam er een heel nieuw huis met werkplaats, waar ik opgroeide samen met mijn twee zussen. Mijn moeder was een werkzame vrouw die het huishouden runde. 

Je bent van vooroorlogs fabricaat dus…

Aan de oorlog zelf heb ik eigenlijk geen echte herinneringen. Ik weet nog wel dat aan het eind van de oorlog vliegtuigen laag overkwamen om eten te droppen. En ook de aftocht van de Duitsers uit Hoek van Holland kan ik me nog herinneren. Maar verder niet. Hoewel het voor mijn ouders een moeilijke tijd moet zijn geweest. Ook vanwege zijn werk natuurlijk. Ik hoorde later dat hij tijdens de oorlog fietsen in de bosjes verstopt had om te voorkomen dat ze door de Duitsers gevorderd zouden worden. 

Wilde jij ook fietsenmaker worden?

Daar dacht je niet over na. Ik rolde van lieverlee de zaak in. Na de School met den Bijbel ging ik naar de Ambachtsschool in Schiedam, en daarna ging ik bij mijn vader werken. Op een gegeven moment moest ik in dienst. Dat was eind jaren ‘50 toen het spannend werd in Nieuw-Guinea. Ik hoefde er gelukkig niet heen, maar mijn diensttijd duurde wel een paar maanden langer. 

Had jouw vader zoveel werk in dat kleine Maasdijk?

Ha. Er waren in die tijd wel drie fietsenmakers in het dorp! Uiteindelijk is mijn vader, en daarna ik, de enige die daarvan is overgebleven, en tegenwoordig zit er niets meer. Maar je moet niet vergeten dat in die tijd nog niet veel mensen een auto hadden, dus alles ging met de fiets. We hadden een dagtaak aan het onderhouden van bakfietsen, want die werden veel gebruikt. Door de slager, de bakker, de melkboer, maar ook door de gemeente. En dan nog de gewone fietsen. En de fietsverkoop. Ieder kind dat naar de middelbare school ging had een fiets nodig immers. Mijn vader had handelsgeest. Dat heb ik van hem overgenomen. Ik heb een keer de fiets van Loes zonder haar medeweten doorverkocht. Die van mijn dochter ook trouwens. Die was daar uiteraard niet blij mee. Wij hebben zelf later ook periodes gehad waarin we rustig 500 tot 550 fietsen per jaar verkochten. 

Wat voor soort fietsen waren dat?

Toen ik klein was, was ik één van de weinigen die een kinderfiets kreeg. Dat was te duur. Een fiets kreeg je als je die nodig had. Dat waren degelijke fietsen. Met terugtraprem natuurlijk. Handremmen en trommelremmen, dat kwam allemaal later. We zouden het nu opa- en omafietsen noemen denk ik. En in beginsel in iedere kleur, als het maar zwart was. Later veranderde dat ook. Toen werden fietsen diverser. Verschillende kleuren, verschillende soorten. Met drie of zeven versnellingen. De derailleur… In de jaren ‘70 had je de crossfietsen en in de tijd dat de Raleigh ploeg het goed deed in de Tour de France, waren de racefietsen niet aan te slepen. En de jaren ‘60 en ‘70 waren natuurlijk dé tijd van de brommers. 

Die hadden jullie ook?

Daar rolden we ook vanzelf in. Gazelle en andere bekende fietsmerken, hadden in die tijd ook brommers. Nou ja, meer fietsen met een hulpmotor. Je had de Berini: een heel eenvoudig ding zonder versnellingen. Klinkt Italiaans, maar werd gewoon in Rotterdam gemaakt. Razend populair in de jaren ‘50. Dan had je de Mobylette en de Solex. Die laatste startte ook als een fiets met hulpmotortje. De Mobylette was al een echt brommertje. Maar al snel kwamen de grote jongens, zoals DKW en later Puch. In de Maasdijk reden de jongeren vooral de duurste brommers: Kreidler en Zundapp. Die gasten werkten ‘s nachts in de sla en konden die prima betalen. Kon je de blits mee maken bij de meisjes natuurlijk. 

Zo ben je aan Loes gekomen?

Loes is daarvoor niet voor me gevallen volgens mij. Wij hebben elkaar ontmoet in Maassluis. Daar gingen de meisjes altijd wandelen; van de markt naar ‘t Hooft. Ik kwam daar ook graag, want er was toen van alles gaande in de haven. En zo is het gekomen. Ze was toen pas vijftien. Toen ze twintig was zijn we getrouwd en daarna is ze altijd mijn steun en toeverlaat geweest in de zaak. Zij deed veel dingen als inkoop en zo. En het was haar idee om naast fietsen ook speelgoed te gaan verkopen. Zo hebben we de zaak stukje bij beetje uitgebreid. 

Wanneer nam je de zaak over?

Dat zal ergens midden jaren ‘70 zijn geweest. Mijn vader heeft nog jarenlang meegewerkt hoor. En zelf ben ik doorgegaan tot 2001. Vlak voordat de euro kwam zijn we gestopt. 

Waarom?

Ik was het eigenlijk wel zat. Bovendien gingen er drie werknemers weg en ik had niet al te lang daarvoor wat gezondheidsproblemen gekregen. Een echte opvolger had ik niet. Er heeft nog een paar jaar een andere jongen in ons pand gezeten en ik heb hem proberen te helpen. Maar hij had het niet. 

Wat is ‘het’?

De juiste instelling. Je afspraken nakomen en waar nodig een stapje harder gaan. Zo konden bij ons kinderen hun fiets onder schooltijd brengen en dan zorgden wij ervoor dat die na school klaar was. Mijn vader heeft me ook vertrouwen geleerd. Ooit wilde een tuinder een fiets kopen maar hij had op dat moment geen geld. ‘Zodra ik ga veilen betaal ik je”, beloofde die. En dat gebeurde ook. Een Turkse jongen die een bromfiets nodig had voor zijn werk, kon die in termijnen betalen. Dat kon allemaal omdat je je klanten kende, en andersom. Bij hem werkte dat niet zo. Na anderhalf jaar ben ik er toen echt mee gestopt. Doorgaan was niet goed voor me geweest. 

En wat gingen jullie toen doen?

Reizen maken! Naar Zuid-Afrika, Tanzania, Kenia. Prachtige landen, maar ook heel arm. Dat raakte me wel. We zijn in Indonesië en in Canada geweest en we hebben ook fietsreizen gemaakt, naar Oostenrijk, Frankrijk… Voor Fital maakten we testreizen naar Wenen, Boedapest. En een fantastische tocht langs de Drau van Italië naar Oostenrijk. 

Doe je nog andere dingen?

Ik hou van biljarten. Niet dat ik er goed in ben, maar het is altijd wel gezellig in de Prinsenhof. In het verleden heb ik ook wel bridge gespeeld en ik hou ook van een potje klaverjassen. 

Je hebt de e-bike revolutie net gemist…

Gelukkig wel! Ook eerder waren er al elektrische fietsen hoor. Maar dat was nog niet veel. Met 20 tot 25 kilometer was de (loodzware) accu leeg. Niet te vergelijken met nu. Maar ik zou daar toch niet meer zo graag mee werken. Dat is allemaal computergedoe tegenwoordig en daar heb ik niks mee. Daar moet je Loes voor hebben. Die geeft er ook les in bij de bibliotheek en bij Seniorweb. Grappig is wel dat de bakfiets nu ook helemaal terug is, maar natuurlijk ook op een heel andere manier dan toen.

Je hebt zelf wel een e-bike?

Al jaren. Heerlijk! 

Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal?
Mail dan naar                
redactie.westland@rodi.nl.

Afbeelding
Afbeelding

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: