de Pijp met...Ben van Spronsen

Voor de meesten van ons is bowlen een spelletje met familie, vrienden, bier en bitterbal. Voor Ben van Spronsen (68) is het een serieuze zaak en niet te vergeten: zijn werk. “Ik ben altijd fanatiek. Of het nu bowlen of klaverjassen is”. Ben woont met zijn vriendin Diana in Poeldijk.
Spronsen, da’s wel een Westlandse naam…
Klopt. Bekend van de vrachtwagens, maar dat is geen familie. Ik ben geen Westlander van geboorte, maar groeide op in Den Haag, bij mijn moeder en oma, samen met mijn twee broers waarvan er één nu in Ter Heijde woont. Mijn vader heb ik nooit gekend. Inmiddels voel ik me wel een Westlander. Helemaal ingeburgerd. Westlanders zijn echt anders dan stadsmensen. Gemoedelijk, vriendelijk. Ik hou ervan om door het Westland te fietsen. Kan genieten van de kassen en de tuinderslaantjes. Mijn grote hobby is fotograferen. Zo heb ik alle soorten kassen gefotografeerd, ook de oude. En dit jaar ga ik alle druivenmuren op de foto zetten. Ik tennis bij Verburch en kom uiteraard veel bij Bowling Westland in De Lier, waar veel bowlers bij mij training volgen.
Hoe ben je zo bij het bowlen gekomen?
Na de lagere school, de mavo en de havo ben ik op mijn achttiende gaan werken. Bij de toenmalige PTT als postbode en later chauffeur. Als ik het over mocht doen zou ik op die leeftijd gaan studeren, maar dat kon toen niet. Het bowlen begon zoals dat met veel mensen gaat; een keer op een avondje mee met een squashvriend Moonlightbowlen. Ik vond het leuk en zo kwam ik bij de bowlingvereniging terecht. Dat is nog steeds recreatief, maar verenigingsbowlers benaderen het echt als een sport. Met alles wat daarbij hoort. En dan wil je natuurlijk winnen. Ik ben altijd fanatiek, of het nu bowlen of klaverjassen is. Dus ik haalde wat instructievideo’s en boekjes uit Amerika, destijds hét bowlingland, en begon mijn teamgenoten wat te vertellen en te leren.
Uiteindelijk werd het je werk…
Het vertellen beviel me, dus ik besloot de trainersopleiding te gaan doen. Die was toevallig in De Lier. Van lieverlee kwamen meer mensen om lessen vragen en zo begon het. Op een gegeven moment ging ik in deeltijd werken. Dat was in die tijd nog nieuw, ik was de eerste bij de PTT die vroeg of dat kon en ze vroegen me wel drie keer ‘zou je dat nou wel doen’? ZZP was toen nog niet zo algemeen als nu. Maar ik waagde de stap en in 1990 schreef ik me in bij de Kamer van Koophandel: OCB EBF Nederlands trainingscentrum. Door de jaren heen bouwde ik mijn uren af bij de PTT en werd ik full time trainer en coach.
Blijkbaar was er genoeg vraag…
Door de jaren heen heb ik heel veel mensen les gegeven. Iedereen in het bowlwereldje kent mij. Vanaf 2000 was ik een paar jaar coach van het nationale team. Daar val ik nu soms nog in. Pas geleden ben ik met het team nog naar de WK in Korea geweest. Later werd ik docent voor de bowlingfederatie, waar ik trainers en wedstrijdleiders les geef. Inmiddels is de NBF (Nationale Bowling Federatie) samen gegaan met de Europese federatie, dus ik mag me Europees docent noemen. En verder heb ik bowlingweekenden georganiseerd, en nu jeugdkampen (op de Bally’s bowling in Rijswijk) en geef ik dus teams en individuele bowlers les.
Veel mensen zien bowlen helemaal niet als sport…
iedere bowlingbaan heeft twee werelden: de families en vriendengroepen die komen om een balletje te gooien met een biertje en een bitterbal, en de teams die doordeweeks spelen in verenigingsverband. In Nederland heb je zo’n 120 bowlingverenigingen. In Westland eentje, in De Lier.
Wat is het verschil?
Tja, wat is het verschil tussen zaterdagmiddag een potje tennissen, of in de competitie meespelen? Er zijn talloze verschillen. Een avondje bowlen kan iedereen en misschien heb je de volgende dag een beetje spierpijn. Als je toernooien speelt en twee weken lang iedere dag vijf tot zes uur op de baan staat, wordt het echt wel een conditiesport hoor. En dan is er natuurlijk enorm verschil in materiaal. En in de baan.
In de baan?
Bij wedstrijden wordt de baan geprepareerd met olie. Zonder dat kunnen wij niet bowlen. Die olie zorgt ervoor dat de bal op een bepaalde manier reageert. Een bal heeft drie fases: eerst gaat ie glijden. Vervolgens gaat ie ‘hoeken’, en in de laatste fase wentelt de bal sneller om zijn as. Dát is de fase waarin je de pin wilt raken. Maar vanwege het gebruik van de baan, de luchtvochtigheid en andere omstandigheden, reageert de baan door de avond heen steeds anders en je moet daar dus op inspelen. Een wedstrijdbowler heeft dus veel kennis nodig.
En niet zomaar een bal, neem ik aan…
Een wedstrijdbowler heeft doorgaans zes tot negen ballen, die helemaal aan hem of haar worden aangepast. Dat begint met de vingergaten. Die moeten passen. Als ik met een ‘huisbal’ gooi die mijn normale gewicht heeft, maar met van die te grote gaten, dan wordt dat na een paar worpen al heel zwaar. Sowieso gooi ik met een huisbal gauw dertig tot veertig punten minder, gemiddeld. Zoveel verschil maakt dat. Dan noemde ik al het gewicht.
In wedstrijdballen zitten twee gewichten. Door verschillende verdelingen kun je spelen met de effecten. Zo hebben we een speciale ‘spare bal’, die je dus gebruikt als je een spare wilt gooien. Vergelijk het maar een beetje met golf, waarbij je voor elke slag en afstand weer een andere club kunt kiezen. En dan is er nog de buitenschil; de coverstock zoals wij die noemen. Die kan heel dof zijn of heel gepolijst, en dat geeft allemaal weer andere effecten en mogelijkheden. Wat ik zei, het gaat om kennis.
Wat kun jij als trainer bijdragen behalve kennis?
Voor beginners zijn zaken als timing en balans belangrijk. Hoe zwaai je de bal. Hoe loop je de baan op en wanneer laat je los. Daar kun je in het begin je grootste slag slaan en al snel zichtbaar beter worden. Vervolgens train je om steeds hetzelfde puntje op de baan te kunnen raken. Beginnende bowlers gooien op de pijltjes die aan het begin van de baan staan, maar wij gooien all over de baan. Niet recht, maar met een curve. Die bepaal je vooral met je release; het loslaten, al heeft de coverstock ook invloed. Kom je nog verder, dan ga je het over uithoudingsvermogen en strategie hebben. Je raakt eigenlijk nooit uitgeleerd.
Is bowlen als sport populair?
In Nederland niet heel erg. Het is lastig om de jeugd aan het wedstrijdbowlen te krijgen. Vandaar dat ik jeugdkampen organiseer en clinics geef om mensen te enthousiasmeren voor de sport. Internationaal gezien wordt bowlen wel steeds groter. Was het vroeger Amerika dat dé bowlnatie was, tegenwoordig is dat steeds meer Azië, waar de sport echt groot is. Daarnaast is de sport populair bij bepaalde groepen. Neurodiverse mensen, zoals ADHD’ers of autisten vinden het vaak een fijne sport omdat het individueel is, maar wel in teamverband. En er is een speciale bond voor dove bowlers, die zelfs hun eigen olympische spelen hebben, de Deaflympics, waar bowlen ook vertegenwoordigd is. Daar gaan we als Nederland met een hele ploeg heen, vergelijkbaar met de Olympische spelen. De laatste keer was in Taipei. Dan kom je het stadion binnen en staan er 45000 mensen je toe te juichen. Kippenvel.
Toch wil je gaan afbouwen….
Ik ben 68. Het is er tijd voor. Bowlen is leuk, en ik blijf betrokken bij de sport, maar wel met minder uren. Ik heb andere dingen waar ik tijd aan wil geven, zoals tennis en andere activiteiten bij Verburch. We organiseren daar bijvoorbeeld maandelijks een diner voor alleenstaanden. Daar ben ik o.a. kok, want koken is naast fotograferen en reizen één van mijn hobby’s. Bij datzelfde Verburch hou ik op 1 maart het 35-jarig jubileumfeestje van mijn bedrijf. Ik kijk er naar uit om mijn feestje met 70 gasten uit het hele land waaronder besturen, trainers, vrienden, familie en de wethouders van sport uit het Westland en Rijswijk te vieren!
Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar redactie.westland@rodi.nl.








Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie