Op de Pijp met… Adri van Vliet

In het boek ‘Kastelen en adellijke huizen in het Westland en Midden-Delfland schreef historicus en geboren Monsternaar Adri van Vliet (69) een tweetal hoofdstukken, waaronder die over Kasteel Polanen. “Westlanders zijn over het algemeen geïnteresseerd in het verleden.” Adri woont met zijn vrouw Karen in Maassluis. Samen hebben ze twee kinderen en twee kleinkinderen.
Geboren in Monster dus?
Als jongste in een gezin met zes kinderen. Mijn vader werkte als timmerman/opzichter. Mijn moeder was thuis voor ons, maar in de zomer ging ze wel krenten bij de druiventelers. Zo ging dat in die tijd. Zelf wilde ik wel onderwijzer worden. Na de Eben Haëzer school en het Groen van Prinstercollege in Den Haag volgde dan ook de pedagogische academie. Toen aan het werk op de Land- en Tuinbouwschool in Maasland. Dat was ook het moment dat we verhuisden naar Maasluis. Ik heb daar tien jaar gewerkt. Tot ik me realiseerde dat ik na de zomervakantie dezelfde grapjes stond te maken als het jaar daarvoor. Tijd voor omscholing dus. Ik studeerde al geschiedenis op dat moment en van daaruit ging ik naar de Archiefschool. Het voordeel was dat je daar betaalde stages kon lopen.
Zat daar werk in?
Ik heb altijd veel geluk gehad met werk vinden. Na de Archiefschool kon ik aan de slag bij het Rijksarchief in Noord-Brabant, nu het Brabants Historisch Informatie Centrum in ‘s-Hertogenbosch, als hoofd externe dienstverlening. Dat betekent dat ik me vooral bezig hield met de ontsluiting van het archief, publieksdiensten en publieksvoorlichting. In die tijd was het digitale archief in opkomst. Ik heb de eerste computer naar binnen zien rollen. Een mooie en fijne werkplek waar ik ook tien jaar heb doorgebracht.
Wat is er leuk aan archieven?
Het is heel divers werk. Je komt in aanraking met heel veel verschillende mensen met allemaal hun verschillende interesses, en met historische verenigingen. Daarnaast was ik bezig met mijn proefschrift over de visserij en de kaapvaart in het Maasmondgebied, dus buiten werktijd kon ik dan zelf de archieven in.
Maar na tien jaar switchte je weer...
Ik kreeg de kans om bij de Dienst Maritieme Historie van de Koninklijke Marine te gaan werken. Ook weer heel publieksgericht, met naast het Instituut voor Maritieme Historie ook twee musea in mijn portefeuille: het Mariniersmuseum en het Marinemuseum. Na een paar jaar volgde een reorganisatie waarbij ik mij met de hele breedte van de krijgsmacht mocht bezighouden. Dat ben ik tot mijn pensioen een paar jaar geleden blijven doen.
Maritieme geschiedenis is best belangrijk voor Nederland...
Ja, maar door diverse discussies over kolonialisme en slavernij is het onderwerp wel wat vertroebeld geraakt.
Is er historisch besef in Westland?
Over het algemeen is men zeker geïnteresseerd in het verleden. Ook bedrijven hebben bijvoorbeeld vaak historische boekjes gemaakt om te laten zien: hier komen wij vandaan. Politiek gezien wisselt het. De gemeente is in sommige gevallen genereus, zoals met het Westlands Museum. Maar het kost bijvoorbeeld enorm veel moeite om Westlandse monumenten overeind te houden.
Je hebt je ook met de geschiedenis van je eigen geboortedorp bezig gehouden….
In 1977 stond ik mede aan de wieg van de Historische Werkgroep Monster. Inmiddels een historische vereniging met zo’n 150 leden. In Westland heeft iedere kern wel zijn eigen historische vereniging, met het Genootschap Oud-Westland als overkoepelende organisatie daar overheen.
Jij hebt ook voor het Genootschap geschreven….
Ik heb mogen bijdragen aan verschillende historische jaarboeken met diverse Westlandse onderwerpen, met name rondom de 80-jarige oorlog, maar ook over de visserij in Ter Heijde en over Westlandse militairen die in Nederlands-Indië dienden. Daarnaast ook diverse toelichtingen bij de uitreiking van de Oud-Westland prijs.
En nu dus over Westlandse kastelen…
Over één kasteel: Polanen in Monster. In mijn jonge jaren was ik betrokken bij de opgravingen daar. Van jongs af aan heeft het kasteel me geïntrigeerd. Op mijn dertiende ging ik naar het Rijksarchief om daar wat archiefstukken in te zien. Maar tot mijn spijt kon ik dat Oudnederlands niet lezen. Dat was één van de redenen voor mij om geschiedenis te gaan studeren. Toen ik dit hoofdstuk ging schrijven heb ik veel van mijn oude spullen weer opgezocht.
Wie waren de Van Polanens?
De familie is een zijtak van de Van Wassenaars en de Van Du(i)venvoordens, die hun machtsbasis iets noordelijker, aan de Rijnmond hadden. In 1291 dwong de graaf van Holland, Floris de Vijfde, de Heren van Monster diverse bezittingen op te geven. Die gaf hij aan Philips van Duvenvoorde, waaronder dus het ’goet’ Polanen. Philips zoon Jan ging zich als eerste Van Polanen noemen. Zelf zijn ze niet veel in Monster geweest, meer in Den Haag en Brabant, maar ondertussen groeide de familie Van Polanen door goed financieel beheer en een goede huwelijkspolitiek wel uit tot één van de machtigste en rijkste families in de Nederlanden. Uiteindelijk zou Johanna van Polanen in de 15e eeuw trouwen met Engelbrecht van Nassau, waardoor er een link kwam met de Oranjes. Koning Willem Alexander bezit daarom nu nog steeds de slapende titel Heer van Polanen.
Waarom dan toch een kasteel hier?
Dat had vooral met status te maken. Maar vergis je niet: dit was geen uithoek. Je zat hier vlak bij het grafelijke bestuurscentrum (het Binnenhof) in Den Haag, en er viel hier veel te ontginnen en dus te verdienen.
Hoe zag dat kasteel eruit?
Het stond op een eiland met een gracht eromheen. Het kasteel had een zwaar versterkte woontoren (donjon) en in later tijd werd dat uitgebreid met een traptoren, en twee andere gebouwen. De funderingen daarvan hebben we gevonden en geven aan dat het een indrukwekkend gebouw moet zijn geweest.
Maar het liep niet goed af met dit kasteel…
In de 14e eeuw kozen de Van Polanens, zoals veel Westlandse adel, partij tegen graaf Willem V, in wat we de Hoekse en Kabeljauwse Twisten noemen. Die reageerde met een campagne op grote schaal; zo werden er een stormram, een belegeringstoren en een blijde gebouwd op het Binnenhof en ingezet bij de belegering van diverse kastelen, waaronder Polanen, in 1351. Een aantal blijdestenen hebben we bij de opgravingen teruggevonden. Het kasteel gaf zich na twee weken over en werd verwoest. Daarna is het in een zekere vorm weer herbouwd, maar daar weten we niet veel van. In 1394 werd het opnieuw verwoest en deze keer definitief. Wat overbleef was een hofstede en later een boerderij. Tegenwoordig is er niet veel meer van te zien helaas.
Monster is ook ouder dan veel mensen denken…
Er zijn Romeinse bewoningssporen, een grafveld en een waterput gevonden, maar het Monster van nu vindt zijn oorsprong in de vroege middeleeuwen. Monster is, samen met Maasland, de oudste kern van het Westland. Rond 1000 komt het al voor in een goederenlijst van de bisschop van Utrecht en de Heren van Monster waren in die tijd ook bijzonder machtig.
Heb je nog nieuwe dingen gevonden?
Het is toch vooral een overzicht van wat ik al wist. Maar daarom niet minder nuttig of waardevol. Wel ben ik toch weer verbaasd over al die adellijke relaties onderling en de link met de Europese geschiedenis. Zo hadden de Westlandse edelen ook relaties met edelen en vorsten in Engeland en Frankrijk, waar toen de Honderdjarige Oorlog woedde. De Engelse longbowschutters, die door die oorlog beroemd zijn geworden, werden ook ingezet bij Polanen. Er zijn duizenden pijlen afgeschoten. Zo bezien maakt Westland ook deel uit van die geschiedenis!







Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie