Medicijntekorten ook in Westland: ‘Soms moeten we echt een nee verkopen’

Zorg
'Gelukkig is er in Westland negen van de tien keer wel begrip onder patiënten.'
'Gelukkig is er in Westland negen van de tien keer wel begrip onder patiënten.' (Foto: Benjamin Nolte / noltemedia)

Het aantal medicijntekorten in Nederland is groter dan ooit. Ook in Westland staan apothekers soms met de handen in het haar: “Minstens tien keer per dag moet ik iets omzetten omdat het geneesmiddel niet te verkrijgen is,” vertelt Brian Grootendorst, apotheker in De Lier.

Apothekersvereniging KNMP luidde begin juli 2023 de noodklok: er stonden halverwege het jaar al 1179 geneesmiddelentekorten genoteerd. Daarmee lijkt het tekort minstens twee keer zo groot te zullen worden als in 2022: toen stond het aantal tekorten op 1514. In heel het jaar. En dat terwijl apothekers vorig jaar hoopten dat de absolute grens juist was bereikt, volgens KNMP-voorzitter Aris Prins.

Niet beschikbaar

Volgens Prins spelen geneesmiddelentekorten over de hele wereld, maar zien apothekers in Nederland steeds meer middelen die alleen in ons land niet beschikbaar zijn. Als voorbeeld geeft hij allopurinol, een medicijn tegen jicht dat in de landen om ons heen gewoon beschikbaar is, maar hier heel beperkt. 

Een medewerker van de apotheek in Naaldwijk laat desgevraagd weten dat de geneesmiddelentekorten ook daar spelen, met niet een bepaald medicijntekort dat eruit springt: “Of het nu om medicijnen voor een hoge bloeddruk gaat, Parkinson of heel iets anders; het gaat om allerlei medicijnen waarvan we een tekort merken.”

In De Lier moeten ze patiënten minstens tien keer per dag teleurstellen

Bij de apotheek in De Lier moeten ze patiënten minstens tien keer per dag teleurstellen; ongeveer in 5% van de gevallen. Op het moment dat we apotheker Brian Grootendorst hier vragen over stellen, heeft hij toevallig net een receptje van een oordruppel voor zich die niet te leveren is. “Er zijn wel voldoende alternatieven, dus de patiënt komt niet zonder te zitten,” vertelt Grootendorst. “Maar het zorgt wel voor extra handelingen, omdat we weer contact moeten opnemen met de arts. Soms gaat het om onschuldige middelen, waarbij je snel een alternatief kunt bedenken. Maar soms moet je puzzelen met meerdere specialisten. Dat kost heel veel tijd.”

Onzekerheid

Dat zorgt niet alleen voor extra werkdruk onder de apotheekmedewerkers, maar ook voor onzekerheid bij de patiënt. “Sommige patiënten gaan toch twijfelen, omdat ze iets anders krijgen.” Het gaat bijvoorbeeld om een medicijn dat geïnjecteerd moet worden, in plaats van dat de patiënt het in pilvorm kan innemen. “Niet levensgevaarlijk, maar wel heel vervelend.”

Gelukkig is er in Westland negen van de tien keer wel begrip onder patiënten, merken ze in De Lier. “Mensen weten het van het nieuws, uit de krant.” Maar één op de tien keer is dat begrip er niet. “De agressie in De Lier valt nog wel mee, maar ik hoor verhalen van collega’s in steden, dat er daar wel heel veel agressie is. Soms moet je ook echt een ‘nee’ verkopen, en dat wil je eigenlijk niet.”

Rondvragen in Westland

Voordat het tot een ‘nee’ komt, hebben de apothekers alles al geprobeerd om de patiënt toch aan het gewenste geneesmiddel te helpen. “Eerst kijken we of we het zelf kunnen krijgen. Dan vragen we in het Westland rond, bij concullega’s, of iemand anders het heeft. Dan kan de patiënt eventueel naar die apotheek gaan. Is het er niet, dan kan ik verder kijken of de patiënt er - door heel ver te reizen - toch aan kan komen.” En als zelfs dat niet lukt, is er een laatste optie: importeren uit het buitenland. “Maar dat is lastig, omdat er heel vaak toestemming voor nodig is. Vaak is er niet getest op veiligheid in Nederland, of wordt het hier niet vergoed.”

Eén à twee keer per jaar reizen Westlandse patiënten echt het hele land af

Eén à twee keer per jaar komt het voor dat Westlandse patiënten echt het hele land af reizen - tot in Groningen zelfs - om aan het voorgeschreven medicijn te komen. Andersom gebeurt dat ook. Net als grote apotheken die vragen aan de kleinere apotheek in De Lier of ze nog een restantje van een bepaald middel hebben liggen. Grootendorst: “Je komt er altijd wel uit, maar of het effectief is achteraf, is altijd wel een tweede.”

Schriftelijke vragen

De Westlandse fractie Christenunie-SGP heeft 22 augustus schriftelijke vragen gesteld aan het college over het probleem. “Onze fractie ontvangt concrete signalen van Westlandse inwoners dat medicijnen regelmatig niet voorradig zijn,” schrijft de partij, die stelt dat het probleem niet lijkt te worden veroorzaakt door de apotheken, maar door het systeem ‘daarboven’. 

Het komt door verzekeringen en de overheid

In die stelling kan apotheker Brian Grootendorst zich vinden: “Het komt door verzekeringen en de overheid. Alles moet zo goedkoop mogelijk, dus verzekeringen wijzen een merk aan dat voor hen het goedkoopst is. Dat merk is dan in sommige gevallen niet op voorraad. Andere merken gaan dan hun productie verminderen, omdat er weinig vraag naar is. En als het aangewezen merk er uiteindelijk toch niet is en de vraag stijgt voor de andere merken, kunnen zij nooit die productie bijhouden.” De apotheker noemt ook een voorbeeld: “Als iets wordt geproduceerd in India of China vanwege de lagere kosten, en de fabriek vliegt daar in brand of er is een kwaliteitseis waar ze niet aan kunnen voldoen en de fabriek sluit - dan heb je gewoon een probleem.”

Vroeger speelde dat probleem minder: “Toen waren er vier of vijf fabrieken die een geneesmiddel produceerden. Nu is het vaak één fabriek heel ver weg, die niet kan schakelen.”

Eén fabrikant

Het aanwijzen van goedkope medicijnen die geproduceerd worden door slechts één fabrikant is precies waar het ook misgaat met het geneesmiddel allopurinol, dat Prins van KNMP als voorbeeld geeft:  ”Allopurinol is een van de 37 geneesmiddelen waarvoor er maar één fabrikant door de vier grote zorgverzekeraars als voorkeursleverancier is aangewezen,” illustreerde de voorzitter van de apothekersvereniging eerder. “Als die fabrikant onverhoopt niet kan leveren en een dergelijk geneesmiddel dus niet voorradig is, ontstaat er direct een groot probleem, omdat alternatieven niet of nauwelijks beschikbaar zijn.”

Dat verzekeringen bepaalde merken geneesmiddelen aanwijzen, is niet nieuw. “Dat gebeurt al zeker vijftien jaar,” vertelt Grootendorst. “Maar ze zijn er wel steeds strikter in. Nu doen bijna alle verzekeringen het: verder kijken naar wat het goedkoopste is. En dan krijg je merken die niet bekend zijn.” Dat ‘merk aanwijzen’ is vooral de laatste drie, vier jaar een probleem, en de laatste twee jaar “echt heftig”, merkt Grootendorst, die besluit: “Als er niks verandert, gaat het probleem wel nog groter worden.”

Als er niks verandert, gaat het probleem wel nog groter worden

Fractie ChristenUnie-SGP Westland dringt er in haar vragen op aan dat er snel en adequaat actie moet worden ondernomen. Zij willen dat de gemeente met spoed in overleg treedt met de zorgverzekeraars, apotheekorganisaties en andere betrokken partijen en gemeenten om samen aandacht te vragen voor het probleem bij de Provincie en landelijke overheid. Op deze manier kan er misschien druk uitgeoefend worden voor het oplossen van het probleem, hoopt de fractie.

De landelijke apothekersvereniging deed een soortgelijke oproep. Prins zei in juli: “Het is zaak dat in Nederland alle relevante partijen met de hoogste spoed beslissingen nemen over oplossingen. Het duurt allemaal te lang.”

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: