Uit de Fabriek Geklapt

De portiersloge

Algemeen
De oude ingang met loge aan de Oostzijde 95.
De oude ingang met loge aan de Oostzijde 95. (Foto: aangeleverd)

ZAANSTREEK - Koos van der Woude kwam op 11 oktober 1965 als 20-jarige knaap als monteur in dienst bij de productiebedrijven van Albert Heijn. Het leverde hem veel mooie verhalen op die de inmiddels 76-jarige Zaandammer heeft opgeschreven.

Toen ik in 1965 in de technische dienst begon zat Jan de Beer in de portiersloge. Ik woonde aan de haven en heb hem een keer als vijftienjarige te pakken genomen. Hij zat toen bij de terreinpolitie van de AI.

Toen De Beer de leiding kreeg over het ontspanningsgebouw, hebben na hem diverse portiers in de loge gezeten. Klaas Jonkman was er een van. Hij deed vaak uit de hoogte en liet zich graag receptionist noemen en had als hobby magnetiseur. We noemden hem Klaas de strijker. Collega Jan van Tiel zat op een dag in de postkamer met Klaas tegenover zich. Met rustige bewegingen gleden zijn handen langs de knie van Jan. Hierna sloeg hij zijn handen af. Dat ging zo een aantal minuten door, totdat ik met stoffer en blik binnenkwam en de vloer begon te vegen. ‘Wat doe jij nou man, je onderbreekt mijn sessie’. Ik antwoorde; ‘Nou even de rotzooi opvegen die jij op vloer gooit.’

Op een ochtend duwde ik een aantal overhemden door het loket op zijn bureau. ‘Wat stelt dit voor, ben je wel goed bij je hoofd?’ riep hij gepikeerd. ‘Nou jij bent toch een strijker, het hoeft niet voor niks hoor.’ Met een woedend gebaar smeet hij ze weer naar buiten. Sinds die tijd had hij de pik op me in. Dat bleek later. We konden op vrijdag pakketten kopen met diverse producten, genummerd A-B of C. Ik liep met zo’n pakket langs de loge. Klaas stak arrogant zijn hoofd door het loket en vroeg: ‘Heeft u daar een passeerbon voor?’. Er stonden net een paar belangrijke figuren bij hem. Ik hield de doos omhoog en zei: ‘Niet nodig, personeel pakket’.

Op maandag moest ik me melden bij de chef huishoudelijke dienst. Waarom ik spullen zonder passeerbon meenam. Ik vertelde de reden, maar daar nam hij geen genoegen mee. ‘Die man zit er niet voor Piet Snot’. Gepikeerd draaide ik me om en kon niet nalaten te zeggen: ‘Jij bent zeker klant bij hem’. Ik kon me nog net inhouden om de deur dicht te slaan. Maar de strijdbijl was wel opgegraven. Ik ging Klaas vanaf nu het leven zuur maken. 

Op een late avond tijdens Klaas zijn dienst, maakte ik een korte wandeling en zag dat de loge onbemand was. Het hek en de deur van de loge waren open. Er klonken stemmen uit de dokterskamer. ‘Is hier iemand?’ brulde ik. Na wat gestommel kwam Klaas naar buiten. ‘Wat moet jij hier?’ stamelde hij met een rood hoofd. ‘Ik zag het hek open staan en de loge leeg, dat vond ik vreemd. Nou tot morgen dan maar’. Ik liet de Klaas verbouwereerd en vol twijfels achter. Aan de overkant, op de hoek van de Molenstraat besloot ik even te wachten en zag verbaasd dat de klant iemand van kantoor was.

Afbeelding

Meer nieuws uit Zaanstad?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: