Wat weten we over de geschiedenis van de Lutkemeerpolder?

Nieuws
Clea Conijnenberg zet zich al jarenlang met hart en ziel in voor de buurt, om mensen in haar omgeving te ondersteunen en te versterken.
Clea Conijnenberg zet zich al jarenlang met hart en ziel in voor de buurt, om mensen in haar omgeving te ondersteunen en te versterken. (Foto: aangeleverd)

NIEUW-WEST - Stadslandbouw bevindt zich aan de randen van Amsterdam, van Noord tot Nieuw-West en van Zuid-Oost tot Amstelveen. Vaak zijn het kleine stukken land die om allerlei redenen niet voor iedereen gemakkelijk toegankelijk zijn. Meestal moet je voor een stukje land veel betalen om het te bewerken of het ligt op een afgelegen plek.

Door Mattea Wuethrich

Maar wat als het ook anders kan? In Nieuw-West zijn gelukkig al veel mooie initiatieven die hier op eigen wijze verandering in brengen en die als voorbeeld en inspiratie dienen. Toch blijft het een uitdaging om toegang en vertegenwoordiging voor iedereen vanzelfsprekend te maken, zeker bij grotere stadslandbouwprojecten. Juist daarom willen we in de Lutkemeerpolder, waar bewoners al jaren strijden om behoud van de laatste vruchtbare zeeklei van Amsterdam, een stap verder zetten: een voedselpark voor en door de buurt. Daarom hebben studenten en buurtbewoners uit Nieuw-West zich verdiept in de geschiedenis van de Lutkemeerpolder – een geschiedenis waarin hopelijk meer mensen uit onze wijk zichzelf kunnen herkennen.

“Het verhaal van de Lutkemeerpolder verdient het om bekend te worden”, vertelt Clea Conijnenberg. “Door dit verhaal zichtbaar te maken, erkennen we wat hier is gebeurd en krijgt het zijn plek in de geschiedenis. Dit kan bijvoorbeeld met informatieborden op een aantal cruciale plaatsen. Juist door het verleden eerlijk onder ogen te zien, kunnen we werken aan herstel, bewustwording en gelijkwaardigheid in Nederland.”

Archiefonderzoek van historicus Marlies van Opheusden laat zien dat de Lutkemeerpolder, net als veel polders en landgoederen in Nederland, verbonden is met het koloniale verleden. Het is vrijwel zeker dat L.H. Rutgers van Rozenburg de polder heeft aangelegd met geld dat hij ontving na de afschaffing van de slavernij in 1863. Dit geld kreeg hij via zijn investering in het W.G. Deutz-fonds. Dit fonds was mede-eigenaar van drie plantages in Suriname en ontving in 1863 compensatie van de Nederlandse staat voor de emancipatie van meer dan 600 tot slaaf gemaakte Afrikanen die daar werden uitgebuit. Deze plantages waren gevestigd op land dat was gestolen van Inheemse volkeren.

Daarmee is het ontstaan van de Lutkemeerpolder direct verbonden met kolonialisme en slavernij. De afschaffing van de slavernij kwam er alleen door langdurig verzet van tot slaaf gemaakte mensen en Marrons. Deze geschiedenis werkt vandaag nog steeds door: veel grond, gebouwen en infrastructuur in Nederland zijn tot stand gekomen met koloniale winsten en de Inheemse volken en Marrons in Suriname moeten nog altijd strijden voor hun (land)rechten. Het erkennen hiervan helpt om beter te begrijpen hoe onze samenleving is opgebouwd, wie daarvoor geleden hebben en nog steeds moeten lijden, en hoe wij vandaag de dag bewuste keuzes kunnen maken.

Clea: “De erkenning door koning Willem-Alexander dat Nederland een actieve rol heeft gespeeld in de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij is een belangrijke stap. Die erkenning maakt zichtbaar dat deze geschiedenis niet abstract is, maar tot op de dag van vandaag doorwerkt. Ook onze agrarische gronden zijn verbonden met slavernij en koloniale uitbuiting. Dit besef is van waarde voor iedere Nederlander.”

Clea organiseerde een bijeenkomst over het slavernijverleden van Nederland, waar kunstenaar André Mosis sprak over de Surinaamse Marrons. Hij legde uit dat hun historische strijd tegen koloniale machten lijkt op de huidige strijd om de Lutkemeerpolder te beschermen tegen grootschalige buitenlandse investeringen. Net als de Marrons dromen wij van een plek die de gemeenschap dient, biodiversiteit bevordert en ruimte biedt voor ontmoeting en heling, in plaats van een centrum voor vervuilende logistiek en opslag, zoals de gemeente Amsterdam wil.

Die droom krijgt steeds meer vorm. Het Inheems Kenniscentrum Internationaal (IKCI) werkt samen met Voedselpark Amsterdam aan een bijzonder initiatief: het Bos der Heling, dat als voedselbos met een Inheems Kenniscentrum onderdeel zal worden van het Voedselpark, is een ruimte voor herinnering, kennis, genezing en ceremonie, vormgegeven door Inheemse mensen. Het is bedoeld als een symbolische teruggave van land – een erkenning dat ook Inheemse gemeenschappen slachtoffer werden van kolonialisme en slavernij. Zij verloren hun land, hun cultuur en hun vrijheid, en dat land vormde vaak de basis voor de plantages waar tot slaaf gemaakten moesten werken. Het Bos der Heling moet een plek worden waar die geschiedenis erkend wordt, en waar genezing kan plaatsvinden; voor Inheemse en Afro-Surinaamse gemeenschappen, en voor iedereen die wil leren. IKCI zet zich hier nu heel hard voor in via het beleid van de gemeente Amsterdam voor de Route naar Herstel, dat na de excuses voor het slavernijverleden nu vorm begint te krijgen.

Dat de geschiedenis leeft in de buurt, bleek op zondagmiddag 22 februari, toen bewoners uit Nieuw-West samenkwamen in Cinema De Vlugt voor de vertoning van Bodem van de Toekomst, een aflevering van de tv-serie Nederland van Binnen, waarin ook de Lutkemeerpolder voorkomt. De documentaire laat zien hoe de gemeente Amsterdam omgaat met de bodem en welke keuzes daarbij worden gemaakt. Tijdens het nagesprek brachten bewoners onder meer de komst van het Bos der Heling ter sprake. Ook werd benoemd dat er rondom Keti Koti nauwelijks budget beschikbaar is. Het gesprek maakte duidelijk dat de geschiedenis hier leeft - in de grond én in de gemeenschap - en dat de wijk bereid is om daar samen verdere stappen in te zetten.

Het leren kennen van de geschiedenis is geen schuldvraag, maar een verantwoordelijkheidsvraag. Doen we het nu beter?

Land als handelswaar

In het weekend van 9 februari bezochten Servische boeren en studenten de Lutkemeerpolder. In Servië raakt veel landbouwgrond verloren door mijnbouw, corruptie en klimaatverandering, extreme droogte. In Amsterdam zagen zij grotendeels lege distributiehallen die staan op de laatste vruchtbare zeeklei van de stad.

De geschiedenis waarin land vooral wordt gezien als iets om geld mee te verdienen, gaat door. Nu gebeurt dat met logistiek en datacenters, vroeger met koloniale handel. Zo verliest een rijke stad als Amsterdam waardevolle bodem, terwijl die juist nodig is voor een gezonde en duurzame toekomst.

Dit voorjaar komen opnieuw studenten naar de Lutkemeerpolder om te leren wat er misgaat als geschiedenis, bodem en beleid niet samenkomen. Maar ze gaan het ook hebben over wat wel kan. De studenten hebben een plan: ze gaan kijken of een duurzame Voedselhub, waarbij zoveel mogelijk land onverhard blijft, hier mogelijk is.

De strijd is nog niet voorbij - er worden nog steeds distributiecentra gepland -  maar in 2025 won Voedselpark Amsterdam een gemeentelijke tender voor 9,5 hectare in de Lutkemeerpolder. Op die grond zal het Bos der Heling ontstaan, en samen met de buurt ontwikkelen we daar een Voedselpark voor Nieuw-West.

Inspraaksessie

Voedselpark Amsterdam nodigt bewoners uit voor een inspraaksessie op zondag 5 april om 13:00 uur bij bioboerderij De Boterbloem, na afloop van het maandelijkse Lutkemeerommetje. Iedere vrijdagmiddag van 11:30 tot 14:30 uur zijn medewerkers van Voedselpark Amsterdam aanwezig bij De Boterbloem voor vragen. Het Lutkemeerommetje, een korte informatieve wandeling, vertrekt elke eerste zondag van de maand om 13:00 uur bij bioboerderij De Boterbloem, Lutkemeerweg 262B in Amsterdam.

Meer informatie via voedselparkamsterdam.nl/agenda



Meer nieuws uit Amsterdam Nieuw-West?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: