Terug in de tijd: de molen aan de Haarlemmerweg in Slotermeer

Nieuws
De molen toen…
De molen toen… (Foto: De Jong/Stadsarchief Amsterdam)
Shirley Brandeis Redacteur

NIEUW-WEST - Onze molen in Slotermeer. Een bekend gezicht. In 2002 ging de Westerpost langs bij de toenmalige bewoners, Hendrik en Maartje van Beem.

Ze mochten in de krant. Niet alleen vanwege hun bijzondere woning – wie woont er nou in een molen? – maar vooral omdat ze vijftig jaar getrouwd waren. Of ze bij de voordeur wilden poseren, vroegen we. Dat was niet de eerste keer dat ze die vraag kregen. “Dat hebben we al zo vaak gedaan!” Maar ze deden het altijd graag.

Ze vertelden hoe ze in 1952 kwamen wonen in de 1200 Roe, zoals de naam van de molen aan de Haarlemmerweg ter hoogte van de Willem Molengraaffstraat luidt. Kort lesje over de Roe: dat is een oude lengtemaat. Eén Roe is 3,767 meter. Deze molen ligt 1200 Roe – dat is 4,5 kilometer – van de Haarlemmerpoort, dat tot 1870 aan de westelijke kant van Amsterdam de stadsgrens was.

Met open armen

Woonruimte lag niet voor het oprapen begin jaren vijftig van de twintigste eeuw. Vandaar dat molenaarszoon Hendrik van Beem het voorstel van de bewoners van de 1200 Roe (anno 1632) met open armen ontving. “Je kon vier hoog op zolder wel iets vinden, maar dit was een stuk beter.” Van Beem groeide op in een molen dicht bij zijn huidige woning. Hij kwam er als schooljongen regelmatig over de vloer en toen de toenmalige bewoners verhuisden, kregen hij en zijn verloofde het aanbod om de molen over te nemen. De dochters van de molenaar waren niet geïnteresseerd. Te ver buiten Amsterdam en omgeven door gras, koeien en boeren. Nee, geef het dan maar aan Hendrik van Beem, die driftig aan de slag ging om de gemeente en het bestuur van de polder zover te krijgen om de woning aan hem en zijn vrouw toe te wijzen.

Treintjes

Zonder zijn technische kennis (Hendrik van Beem werkte 46 jaar in de techniek) had hij het niet aangedurfd. Eigenhandig verbouwde hij de molen tot een geschikte woning voor zijn gezin. Inventief heeft hij al die jaren steeds weer oplossingen gevonden voor het leefbaar maken van de niet praktisch ingerichte woning. In de keukenmuur een ingebouwde droger, een badkamer onder in de molen en een zolderruimte voor zijn treintjes (succes gegarandeerd bij de twee kleinkinderen). Van een kale molen met niks, zoals hij het omschreef, tot een fraai huis aan wat in 1952 de rand van Amsterdam was.

Suikerpotje

De Westerpost herinnert zich de inrichting. Enorm veel schilderijen, een uitgebreide verzameling vingerhoedjes en vele Delfts blauwe molenbeeldjes en zelfs een Delfts blauw suikerpotje en thee in een kopje met een molen erop. Je werd er continu aan herinnerd dat je je bij de familie van Beem niet in een gewoon rijtjeshuis bevindt. Ze zagen als echt allereerste bewoners van Slotermeer alles om hen heen gebouwd worden en veranderen. “Dat was wel even wennen,” zeiden ze. “De eerste vier jaar hadden we een prachtig uitzicht. Opeens hadden we tweeëndertig buren die op ons keken.” Veel aandacht kregen ze in al die jaren door hun originele woning aan de Haarlemmerweg. In het begin vol verbazing (“Hoe haal je het in je hoofd om daar te gaan wonen?”), later vol bewondering.

Van de bewondering is nu alleen de molen nog over. Als je zo naar de foto’s kijkt is niets en alles veranderd.

Meer verhalen over de stad lees je in de boeken van de Memorabele Mokumse Mikmak: www.mokumsemikmak.nl.

… en nu.

Meer nieuws uit Amsterdam Nieuw-West?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: