Tachtig jaar na de ‘ramp’ van Hollandia-Kattenburg: druk bezochte herdenking

Algemeen
Indrukwekkend beeld van de herenking
Indrukwekkend beeld van de herenking (Foto: photocouprie.com)

NOORD - “Toen we met de herdenkingen van Hollandia-Kattenburg begonnen”, zegt comitévoorzitter Christian Meyer, “leek het fascisme ver weg. Nu wordt herdenken steeds belangrijker.” Precies tachtig jaar nadat ‘de ramp’ plaatsvond (toen was het ook 11 november, eind van de middag) stroomt gebouw De Valk aan de Meeuwenlaan vol voor de herdenking. Ook Monica Kattenburg, een kleindochter van de fabrikantenfamilie, is aanwezig.

door John Jansen van Galen

Honderden werknemers verplicht tot het maken van uniformen

In een lange stoet begeeft men zich naar het sobere monument op het IJplein, op de plaats waar de kledingfabriek Hollandia-Kattenburg stond, een enorm gebouw met honderden werknemers, voor 1940 succesvol in de productie van waterdichte regenjassen (merk: Falcon), in de oorlog verplicht tot het maken van uniformen voor de Wehrmacht.

Een leerling van de IJpleinschool draagt zijn gedicht voor: “De oorlog was een ramp”. 

Op die novembermiddag in 1942 werd de fabriek omsingeld door Duitse vrachtwagens, soldaten renden de fabriek door en arresteerden 376 Joodse werknemers en daarna in de hele stad honderden van hun familieleden. Het gedicht: “Drie nachten in de trein, niets te eten. Wat stond hen te wachten? Alle Joden hadden verdriet”. Slechts 8 van de 826 arrestanten overleefden het.

De nabestaanden spraken later altijd van ‘de ramp’, vertelt Martijn Eickhoff, directeur van het NIOD (voorheen Instituut van Oorlogsdocumentatie). 

De massale deportatie, zegt hij, was volkomen ‘onverwachts’ en het gevolg van ‘interne machtsstrijd’ tussen Duitsers die deze oorlogsindustrie in stand wilden houden en SS’ers die meer belang hechtten aan Jodenvervolging. 

De laatsten beweerden dat Hollandia-Kattenburg een ‘communistische verzetsgroep’ herbergde en daarom werd de uitzonderingspositie van het bedrijf, dat aanvankelijk was vrijgesteld van de vervolgingen, opgeheven.

De jonge ‘erfgoeddrager’ Ot Schnitger leest het relaas voor van zijn opa Bob van den Berg: hoe ‘indrukwekkend’ die het vond toen alle Joden in de trein ‘op weg naar hun ondergang begonnen te zingen’. Maar ook hoe hij er als door een mirakel aan wist te ontkomen.

Ze ‘gingen’ niet maar werden weggevoerd

‘Aan hen die gingen’ luidde aanvankelijk het motto van de herdenkingen, maar dat zou ons tegenwoordig ‘te verbloemend’ zijn: ze ‘gingen’ niet maar werden weggevoerd. Volgend jaar wordt het Boek der Tranen, dat alle slachtoffers van Hollandia-Kattenburg memoreert, opgenomen in het Holocaustmuseum. Eickhoff: 

“Het is symbool voor de geschiedenis van de Joden en de antisemitische waandenkbeelden over hen. De ramp was totaal zinloos, er was geen aanleiding voor, geen enkele grond, alleen Jodenhaat.” Die wij, als hij weer de kop opsteekt, “onmiddellijk een halt moeten toeroepen’’.

Dan zegt Samuel de Leeuw kaddisj, wordt een minuut stilte in acht genomen en volgt de kranslegging. Waarna alle aanwezigen langs het monument defileren. 

De najaarszon verdwijnt achter de horizon.

Stadsdeelbestuur aanwezig

Meer nieuws uit Amsterdam-Noord?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: