‘Elk klein kind ziet hier wel iets terug van zijn familie’

LANDSMEER – Nog één vitrine inrichten en dan is alles klaar. Dan kunnen belangstellenden, na de officiële opening voor genodigden, zich vergapen aan de jubileumtentoonstelling ‘Kinderen en hun speelgoed van 1850 tot en met 1950’ van het vijfenveertigjarige Museum Grietje Tump, genoemd naar de laatste bewoonster. Die mogelijkheid is er vanaf half oktober tot het voorjaar van 2026.
Door Marcel van Stigt
Zoals we dat van directeur Frans Poulain mogen verwachten is de tentoonstelling smaakvol ingericht. Alle poppenhuizen, beren, schooltassen, schaatsattributen, doopjurken en wat al niet meer zijn zorgvuldig neergezet of opgehangen. Zo bij elkaar vormt de uitgebreide collectie een aanlokkelijk geheel. Leuk om bij weg te dromen. Dat geldt voor degenen voor wie dit allemaal heel herkenbaar is, maar ook voor kinderen. Die krijgen een beeld van waarmee hun opa’s en oma’s vroeger hebben gespeeld.
“Elk klein kind ziet hier wel iets terug van zijn familie”, stelt Poulain. En dus mag hij ervan uitgaan dat de tentoonstelling weer tientallen belangstellenden op de been brengt – uit Landsmeer, maar ook uit andere plaatsen in Nederland.
Winkels van vroeger
De tentoonstelling staat straks als een huis. Maar hoe zit dat met Frans Poulain? Met zijn zesenzeventig jaren is hij aardig op leeftijd, maar het enthousiasme en de energie zijn nog onverminderd bij hem aanwezig. Hij denkt zelfs alweer verder, aan het zevenhonderdjarig bestaan van Landsmeer in 2026, waarin hij met zijn museum ook een rol ziet weggelegd. Hij weet ook al hoe, want aan ideeën heeft hij geen gebrek.
“Ik denk aan de neringdoenden in Landsmeer, oftewel: de winkels van vroeger. Dat wordt het thema van mijn tentoonstelling, en daar heb ik genoeg spullen voor. Ik ben trouwens ook al bezig met het vijftigjarig bestaan van het museum. Er is een film in de maak, waarin onder meer beelden van Grietje Tump voorkomen.”
Verzamelen was zijn grote passie
Het was het vorige jubileum van Landsmeer – het zeshonderdvijftigjarig bestaan – dat hem heeft geïnspireerd zijn museum te openen. Poulain nam met een tentoonstelling deel aan een reeks activiteiten in het Dorpshuis en mocht zich verheugen in een enorme toeloop. Het presenteerde spullen van zijn tante, Grietje Tump, die graag wilde dat de inboedel van haar huisje bewaard bleef en aan Landsmeer werd getoond.
Een betere vertegenwoordiger dan Frans had ze zich niet kunnen wensen. Zijn moeder heeft hem weliswaar eerst nog geholpen, maar toen zij stopte en het runnen van het museum aan hem overliet nam hij dat met een enorme gedrevenheid op zich. Veel moeite kostte hem dat niet. Integendeel: verzamelen was zijn grote passie en daar kon hij nu dus naar hartenlust mee doorgaan.
Uit de hand gelopen hobby
“Met verzamelen met ik op mijn zevende begonnen”, vertelt hij. “Ik was een druk kind – nu zouden ze het ADHD noemen – en als ik met mijn moeder meeging als ze koffie ging drinken bij familie, kreeg ik al snel een stofdoek in mijn handen gedrukt. ‘Ga die spullen maar afstoffen’, zei ze dan, ‘dan is-ie tenminste rustig’. Ik mocht allerlei spullen meenemen, zoals een oud koffieapparaat, en daar is het niet bij gebleven.”
De hobby is in de loop der jaren ernstig uit de hand gelopen. Poulain startte op de plek van het originele woonhuis van Grietje Tump zijn museum en heeft het enkele malen uitgebreid. Eigenlijk is hij weer aan een uitbreiding toe, maar daar begint hij nu maar niet meer aan, al zou het nog wel kunnen.
“Verhalen in mijn hersenen opgeslagen”
Mede door schenkingen is zijn collectie tot duizelingwekkende proporties uitgegroeid. En nog komen er regelmatig spullen bij. Poulain is er altijd weer blij mee. Met de spullen zelf, maar vooral met de verhalen die erachter schuilen. Eenmaal aangehoord, vergeet hij die nooit meer. En hij vertelt ze aan zijn bezoekers. “In elk museum krijg je een headset, maar ik vertel die verhalen. Die verhalen zitten in mijn hersenen opgeslagen.”
Juist dat aspect maakt zijn rol als museumdirecteur en -beheerder zo leuk. Aan stoppen wil hij dan ook nog niet denken. Maar toch lijkt het bereiken van zijn tachtigste verjaardag hem een mooi moment voor een overdracht. Als hij daar tenminste de juiste mensen voor weet te vinden. En als het hem daadwerkelijk lukt zijn museum los te laten.






Meer nieuws uit Amsterdam-Noord?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie