Brahim Abid neemt afscheid: ‘Noord is een dorp. Mensen zeggen recht voor z’n raap wat ze vinden’

Nieuws
De laatste foto van Brahim Abid als stadsdeelvoorzitter op de hoek Walenbursingel-Volendammerweg.
De laatste foto van Brahim Abid als stadsdeelvoorzitter op de hoek Walenbursingel-Volendammerweg. (Foto: Rob Beense)

NOORD – Vier jaar geleden werd Brahim Abid (Pro, toen PvdA) stadsdeelvoorzitter van stadsdeel Noord waar hij samen met Yassmine el Ksaihi (D66) en Esther Lagendijk (Pro, toen GroenLinks) het stadsdeelbestuur vormde. Nu hij wethouder in Utrecht is geworden, is het afscheid van Noord in gang gezet. Het zal nog wel een jaartje duren, maar Abid gaat op den duur wel verhuizen naar Utrecht.

We treffen hem op de laatste werkdag als stadsdeelvoorzitter. Zijn werkkamer verraadt dat hij al wat interviews achter de rug heeft. Het vergt veel tijd om van iedereen afscheid te nemen en alles voor zijn opvolging netjes achter te laten, terwijl zijn volgende baan ook al aan hem trekt. Toch maakt hij tijd vrij om terug te kijken op de afgelopen bestuursperiode. Hij blikt terug op woningbouw, de strijd om kleinschaligheid en de kracht van een stadsdeel waar mensen elkaar nog kennen.

Te eenzijdig

Vier haar geleden ondervond Abid dat er te eenzijdig naar Noord werd gekeken. Er was boosheid over de mooie woningen die werden gebouwd. De oorspronkelijke bewoners hadden het idee dat de nieuwe woningen aan het IJ niet voor hen werden gebouwd, maar voor nieuwe bewoners die meer te besteden hebben. Het idee was ontstaan dat de oudere wijken geen aandacht kregen. Nu, vier jaar later, hoopt Abid dat hij wordt herinnerd als iemand die zijn best heeft gedaan om te luisteren en benaderbaar te zijn. “Toen ik begon was het voor mij een opdracht om samen met bewoners de aandacht te verleggen. Meer aandacht voor de al bestaande wijken en voor de mensen die daar wonen. En meer aandacht voor wat we wél doen voor die groep.”

Als voorbeeld van deze onterechte gedachte noemt hij de wijk Overhoeks waar woningen zijn gebouwd in de vrije sector, maar waar inmiddels ook sociale huurwoningen in dezelfde gebouwen zijn gerealiseerd. “Maar die zie je niet omdat het kwalitatief goede woningen zijn. Er zijn zelfs penthouses, de bovenste woningen, voor rolstoelhouders. Die zijn normaal het duurst. En er stromen ook mensen uit Noord in. We bouwen dus ook voor Noorderlingen die hier al woonden.” De strijd ging om het sentiment versus de cijfers en die liegen er niet om. “Cijfers zeggen wat anders als je kijkt naar het aantal verhuisbewegingen en de resultaten. Het dominante geluid dat het anders zou zijn, komt van mensen waar het niet goed gaat. Maar wanneer er weer nieuwe woningen worden opgeleverd, zie je nieuwe en oude bewoners die intens gelukkig zijn, die een nieuwe start maken en doorstromen.”

Recht voor zijn raap

Overigens kan Abid het wel waarderen wanneer hem recht voor zijn raap wordt verteld wat er niet deugt. “Dat is inherent aan dorpse mentaliteit en Noord is ook een soort dorp. Het mooie is dat het nooit persoonlijk is en het ettert niet na. Ik heb ook gemerkt dat er in Noord compassie voor elkaar is en er is interactie. Niet alleen wordt ruimte gegeven aan kritiek, maar ook ruimte om te kijken wat er wel gebeurt met mensen waar we het voor doen. En het is nooit goed genoeg, maar dat is niet erg, want tot nu toe klopt dat vaak. We moeten de lat hoog leggen en het algemeen belang zo goed mogelijk bedienen.” En wat betreft het bouwen van woningen heeft hij woningcorporaties geadviseerd aan welke woningen behoefte is.

Abid beperkte zijn adviezen niet tot woningcorporaties. Ook projectontwikkelaars hield hij voor dat de ontwikkeling van Amsterdam-Noord niet alleen moet draaien om woningen en commerciële rendementen. Volgens hem dreigt de kleinschaligheid en persoonlijkheid die Noord kenmerkt onder druk te komen staan als ontwikkelaars vooral kiezen voor grote commerciële huurders. "Ontwikkelaars verhuren het liefst grote oppervlakten aan partijen als Ahold. Dat is vanuit hun businessmodel een veilige keuze, maar niet per se goed voor Noord," zegt hij. “Bewoners hebben juist vaak ook behoefte aan andere, kleine bedrijven, zoals de fietsenmaker en de bakker op de hoek.” Daarom adviseerde hij om bedrijfs- en winkelruimten juist in kleinere eenheden aan te bieden, met een maximale oppervlakte van ongeveer vijfhonderd vierkante meter. Zo blijft er ruimte voor lokale ondernemers en ontstaat een gevarieerder straatbeeld.

‘Fijne korrel’

Die aandacht voor de ‘fijne korrel’ van de wijk, voor dat wat bewoners belangrijk vinden, speelde volgens hem ook een belangrijke rol bij de plannen voor het Hamerkwartier. Volgens Abid heeft Amsterdam-Noord juist geprofiteerd van de kleinschalige bedrijvigheid die zich dankzij tijdelijke beschikbaarheid van gebouwen kon ontwikkelen. Bij de transformatie van oude industriegebieden zoals het Hamerkwartier dreigt die diversiteit te verdwijnen als commerciële afwegingen de overhand krijgen. Daarom heeft hij ontwikkelaars steeds geadviseerd bewust ruimte te reserveren voor kleine ondernemers en creatieve bedrijven. "Zo voorkom je dat één type onderneming gaat domineren en hou je de variatie.” Die visie sluit aan bij aanbevelingen van de Rekenkamer, die eveneens waarschuwt voor het verlies van kleinschaligheid en functiemenging in nieuwe gebiedsontwikkelingen.

Abid kan Noord als stadsdeel zeer waarderen. Hij loopt naar de landkaart die in zijn kamer hangt en wijst aan wat hij zo mooi vindt. “Op de fiets kom je binnen veertig minuten van groen buitengebied door zoveel verschillende soorten stedenbouw in de stad. Via Tuindorp Nieuwendam aan de Nieuwendammerdijk, via een historische dijklint, fiets je door naar volkshuisvestingbuurten uit de jaren 30 en door het industriegebied. Je komt door buurten als Plan Van Gool met de status gemeentelijk beschermd stadsgezicht vanwege de bijzondere architectuur en cultuurhistorische waarde, de Van der Pek-buurt hebben we gered en is fantastisch. Jammer is Markengouw, waar de woningen wel echt uitgeleefd zijn. Daar ben ik er niet in geslaagd om woningcorporaties te overtuigen om nieuwbouw te plegen”, kijkt hij kritisch naar zichzelf.

Daktuin

De mooiste plek van Noord vindt hij overigens de daktuin van zijn eigen woning, maar vooral vanwege de rust. Daarna volgen het Nieuwdammer Molendpad en de Grote Die en de MS. Van Riemsdijkweg. “Daar heb je het gevoel dat er nog nautische activiteit is, omdat er ooit een haven was. Het uitzicht over de ponthaven en het IJ is prachtig.”

Uiteraard kan Abid een hoogte- en dieptepunt noemen in de afgelopen vier jaar. Een hoogtepunt voor hem is dat er geen erotisch centrum in Noord kwam, dankzij een goede advisering samen met de stadsdeelcommissie. “Het is het grootste politieke issue in deze bestuursperiode geweest en we hebben door samen te werken goed werk gedaan.” Het moeilijkst vindt hij de ingrijpende gebeurtenissen waarbij mensen om het leven komen, zoals verkeersongevallen of suïcides. "Dat raakt je en daar wen je niet aan," zegt hij. Als stadsdeelvoorzitter voelt hij zich dan verantwoordelijk voor de nazorg richting nabestaanden, omwonenden en andere betrokkenen. “Maar als je naar ons werk kijkt, zijn er eigenlijk geen dieptepunten, wel teleurstellingen.”

Noord missen

Abid gaat Amsterdam Noord bestuurlijk missen. “Het is superleuk om hier te mogen besturen. En ik ga zeker contact houden met vrienden.” Hij heeft alle vertrouwen in zijn opvolger Yassmine el Ksaihi. “Ik heb vier jaar fijn met haar gewerkt.” En heeft hij een boodschap voor haar? “Gewoon zichzelf blijven, dan komt het goed.”

Meer nieuws uit Amsterdam-Noord?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: