Van stekje tot stadsboom: zo leeft een boom in Amsterdam

AMSTERDAM – Een boom in Amsterdam heeft het niet gemakkelijk. Onder de grond moet hij ruimte delen met kabels, leidingen en funderingen. Boven de grond krijgt hij te maken met verkeer, droogte, stormen en soms ook ziekten en plagen. Toch vormen de ongeveer 300.000 laan- en straatbomen een onmisbaar onderdeel van de stad. Van het eerste stekje tot het moment waarop een boom plaatsmaakt voor een nieuwe aanplant: iedere boom wordt gedurende zijn hele leven zorgvuldig gevolgd en onderhouden.
Het leven van een Amsterdamse boom begint meestal op een kwekerij. Daar groeit hij jarenlang uit tot een sterke jonge boom. In die periode wordt hij meerdere keren verplant, zodat een stevig wortelstelsel ontstaat dat bestand is tegen het leven in de stad. Pas na acht tot twaalf jaar is een boom groot genoeg om een plek in Amsterdam te krijgen.
Maatwerk
Het vinden van de juiste boom voor de juiste locatie is maatwerk. Er wordt gekeken naar de beschikbare ruimte, de ondergrond, de grootte van de boom en de omgeving. Niet iedere boomsoort is geschikt voor iedere straat of plein. Ook onder de grond moet voldoende ruimte zijn voor de wortels om zich te kunnen ontwikkelen.
Voordat een boom wordt geplant, krijgt hij vaak een groeiplaats met speciaal bomenzand. Deze voedingsrijke bodem zorgt ervoor dat wortels zich goed kunnen ontwikkelen, ondanks de beperkte ruimte in de stad. Nieuwe bomen worden voornamelijk tussen november en april geplant. Daardoor kan een lege boomspiegel soms enige tijd leeg blijven.
Eerste jaren cruciaal
De eerste jaren zijn cruciaal. Jonge bomen krijgen extra verzorging en worden regelmatig gesnoeid. Vooral de onderste takken worden verwijderd, zodat de boom gezond kan uitgroeien en er voldoende ruimte ontstaat voor voetgangers, fietsers en verkeer.
Elke boom in beheer van de gemeente wordt eens in de drie jaar gecontroleerd. Dat betekent dat jaarlijks ongeveer 100.000 bomen worden geïnspecteerd. Boomdeskundigen beoordelen de gezondheid en stabiliteit van iedere boom. Wanneer daar aanleiding voor is, wordt aanvullend onderzoek gedaan met speciale apparatuur die de binnenkant van de stam zichtbaar maakt.
Karakteristieke bomen
Snoeien gebeurt niet alleen om bomen gezond te houden, maar ook om gevaarlijke situaties te voorkomen. Takken die over fietspaden hangen of tegen gevels slaan, worden verwijderd. Monumentale en oude bomen krijgen extra aandacht. Waar nodig worden zware takken ondersteund met speciale boomankers om deze karakteristieke bomen zo lang mogelijk te behouden.
Een boom verdwijnt niet zomaar uit het straatbeeld. Kap vindt alleen plaats wanneer een boom ernstig ziek of onveilig is, of wanneer hij moet wijken voor nieuwbouw of een herinrichting van de openbare ruimte. Voordat een besluit wordt genomen, volgen uitgebreide inspecties en vergunningstrajecten.
Houtsnippers
Soms kan een boom zelfs dan nog niet direct worden verwijderd, bijvoorbeeld wanneer er broedende vogels, vleermuizen of beschermde planten aanwezig zijn. Voor iedere gekapte boom wordt uiteindelijk een nieuwe geplant, al gebeurt dat niet altijd op dezelfde locatie.
Ook na het einde van zijn leven blijft een Amsterdamse boom van waarde. Takken worden verwerkt tot houtsnippers voor wandelpaden in parken. Grote stammen krijgen een tweede bestemming via de Houtwerf in het Amsterdamse Bos. Een deel van het hout wordt verkocht, terwijl ander hout wordt verwerkt tot producten voor de openbare ruimte, zoals picknickbanken, plantenbakken en nestkasten.
Zo blijft een boom, zelfs nadat hij is verdwenen uit het straatbeeld, op een andere manier onderdeel van de stad.





Meer nieuws uit Amsterdam-Noord?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie