Meerpalen op drift, het enige restant van het IJ-paviljoen

NOORD - Dirk Roos heeft afgelopen zomer diverse keren in het Nieuwsblad Amsterdam Noord geschreven over de Amsterdamse Schoolarchitectuur. Nu schrijft hij over de meerpalen.
Dirk Roos, vrijwillig medewerker Historisch Centrum Amsterdam-Noord
Deze keer wil ik u meenemen in mijn zoektocht naar een paar hardstenen meerpalen die ooit bij het IJ-paviljoen hebben gestaan. Dit paviljoen was een geliefde ontspanningsplek voor Amsterdammers die op zondag elkaar ontmoetten aan de overkant van het IJ, met uitzicht op de stad en op het scheepvaartverkeer. Deze palen dienden om de boot die bezoekers bracht af te meren, en vormen nu het enige overblijfsel van dit paviljoen. Ik zal u laten zien waar deze palen zijn gebleven, hoe fraai ze zijn gebeeldhouwd in de stijl van de Amsterdamse School, welke symbolen erop te zien zijn en wie ze heeft ontworpen en vervaardigd.
Het IJ-paviljoen werd in twee etappes gebouwd in 1913-1917. Het eerste paviljoen bestond uit een laag gebouw evenwijdig aan het IJ met een overdekt terras en een aanlegsteiger ervoor. Aan weerszijden stonden de meerpalen. Dit was juist op tijd klaar voor de Eerste Nederlandse Tentoonstelling op Scheepvaartgebied (ENTOS) in 1913. Het gebouw stond pal ten oosten van het Buiksloterkanaal, met de Tolhuistuin erachter. Het tweede gebouw, dat in 1917 gereed kwam, stond haaks op het eerste en bevatte een echt restaurant, alles uitgevoerd in klassieke Amsterdamse Schoolstijl. De architect van het eerste bouwsel was waarschijnlijk Joan van der Meij (1878-1949), van het tweede Piet Kramer (1881-1961). Het IJ-paviljoen werd door de gemeente overgedaan aan het Tolhuis, heeft gefunctioneerd tot 1932 en kwam uiteindelijk in handen van de Bataafse Petroleum Maatschappij, dochtermaatschappij van Shell. Er werden eerst opslagtanks en later laboratoria neergezet op het omringende terrein. Shell heeft het voormalige IJ-paviljoen tot 1977 gebruikt als bedrijfskantine. Daarna is het gesloopt.
Zoals vermeld, de meerpalen vormen het enige restant van het paviljoen. Shell heeft de palen eerst verplaatst naar een plek achter hun Groot Laboratorium (nu A-Lab) en later, bij de ontwikkeling van de woonwijk Overhoeks, naar hun nieuwgebouwd Shell Technology Centre Amsterdam (nu Energy Transition Campus Amsterdam), iets verderop naar het westen tussen het IJ en de Grasweg. Daar staan ze in de tuin, helaas niet meer zichtbaar of toegankelijk voor iedereen. Na veel speurwerk en soebatten is het mij gelukt om ze van dichtbij te mogen bekijken, en toen pas viel mij op hoe groot en indrukwekkend deze palen zijn (zie foto). En ook hoe mooi ze zijn, stoer en toch prachtig gemodelleerd. Opvallend zijn de bekroningen van de palen met een keizerskroon en de gebeitelde reliëfs met Andreaskruisen (het wapen van Amsterdam) en SPQA letters in Amsterdamse School typografie. Beide aspecten zal ik nader toelichten.
De keizerskroon verwijst naar het recht van Amsterdam om een kroon boven haar stadswapen te mogen voeren. Dat recht werd aan de stad toegekend na het bezoek van koning Maximiliaan van Oostenrijk aan Amsterdam in 1488. Deze koning van het Heilige Roomse Rijk was getrouwd met Maria van Bourgondië, hertogin van Bourgondië, Brabant, Limburg, Luxemburg en Gelre, gravin van Vlaanderen, Artesië, Holland, Zeeland, Henegouwen, Namen en Franche-Comté, alsmede vrouwe van Mechelen. Door al deze titels was zij samenvattend vorstin van de Nederlanden. Toen zij in 1482 overleed was Maximiliaan de feitelijke machthebber in de Nederlanden. Hij werd in Amsterdam dermate goed ontvangen, waarschijnlijk ook financieel gesteund, dat hij dus de stad het voorrecht schonk zijn kroon op het stadswapen te zetten. Maximiliaan werd later door de paus tot keizer benoemd, waarmee zijn koningskroon vervangen werd door een keizerskroon. Direct veranderde ook Amsterdam de kroon boven haar wapen.
Deze keizerskroon bestaat uit een combinatie van een koningskroon en een bisschopsmijter, symbolen van wereldlijke en geestelijke macht. De geestelijke macht berustte weliswaar bij de paus, maar werd symbolisch door de paus voor de uitvoering gedeeld met de keizer. Amsterdam was zo trots op deze onderscheiding dat ze deze kroon bleef uitbeelden, bijvoorbeeld op de Westertoren, ook na de reformatie (waarbij in 1578 het katholieke stadsbestuur werd vervangen door een protestants bestuur) en zelfs na erkenning van de
onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden van Spanje (en dus van de nazaten van Maximiliaan) bij de vrede van Munster in 1648. Dat was omdat Amsterdam inmiddels was uitgegroeid tot een machtige handelsstad en zich verheven voelde boven de macht van de stadhouder, die niet eens een koningskroon mocht dragen, en boven de macht van concurrerende steden in Europa. Vondel dichtte: Aen d’Amstel en aen’t Y, daer doet sich heerlijck ope, Sy die, als Keyserin, de kroon draeght van Europe.
De letters SPQA verwijzen naar het oude Rome, waar SPQR staat voor Senatus Populusque Romanus, de Senaat en het Volk van Rome. Deze afkorting werd gebruikt als beeldkenmerk van de macht en de bescherming van de overheid tot in de uithoeken van het Romeinse rijk. SPQR stond op documenten, triomfbogen, vaandels en werd zelfs als brandmerk gebruikt. Later is dit kenmerk overgenomen door andere steden, die dan de R vervingen door de beginletter van hun eigen stad. Zo ook Amsterdam, waar SPQA dus staat voor Senatus Populusque Amstelodamensis. Het grenst aan grootheidswaanzin, maar het geeft wel aan hoe trots Amsterdam in het begin van de vorige eeuw was op de hernieuwde bloei van de stad in die periode.
En door wie zijn die meerpalen nu ontworpen en uitgevoerd? Daarover bestaat geen uitsluitsel, maar wel een sterk vermoeden. Soortgelijke zuilen worden namelijk gevonden op de vier hoekpunten van de Johanna Borskibrug in de Vijzelstraat over de Keizersgracht, gebouwd in 1923. Deze zuilen lijken heel sterk op de meerpalen, maar zijn niet precies hetzelfde. Bovenop weer de keizerskroon, daaronder SPQA en Andrieskruisen, en verder
kartels en versieringen. Maar kijk bijvoorbeeld naar SPQR en let op de vorm van de letter P, dan zie je het verschil. Niettemin, de overeenkomsten zijn zo duidelijk dat ze wel haast zeker door de zelfde kunstenaar ontworpen moeten zijn. Welnu, van de brug weten we zeker dat Piet Kramer de architect is, inclusief alle metselwerk, beeldhouwwerk en smeedwerk. Dus is hij ook bijna zeker de ontwerper van de meerpalen. De palen zijn gehouwen in de werkplaats van Publieke Werken van de gemeente, maar door wie precies weten we niet. Duidelijk is wel dat het uitstekende vaklieden zijn geweest.
Voor meer informatie:
Marcel Westhoff, IJ-paviljoen, Amsterdam, Op: Wendingen, platform voor de Amsterdamse School (amsterdamse-school.nl).
Stadsarchief Amsterdam, Keizerskroon.
Wikipedia, Keizer Maximiliaan, SPQR en Johanna Borskibrug.
Amsterdam Monumentenstad, Database van de Amsterdamse binnenstad, Amsterdam kreeg de keizerskroon op 11 februari 1489.








Meer nieuws uit Amsterdam-Noord?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie