Historische gevelklok en Haagse ooievaar duiken op in loods in Loosduinen

Een imposante klok die ooit de gevel van het voormalige Gemeentelijk Slachthuis in Laak sierde, blijkt al decennialang opgeslagen te staan in een loods in het Haagse stadsdeel Loosduinen. Naast deze klok bevindt zich daar ook een 450 kilo wegend wapenschild met de iconische Haagse ooievaar. Aan het eind van dit jaar moet er een nieuwe eigenaar gevonden zijn voor deze bijzondere stukken industrieel erfgoed.
Door Gerard van den IJssel
Het slachthuis aan de Neherkade was van 1908 tot 1986 in gebruik. Het complex besloeg zeven hectare en bestond uit meer dan vijftig ruimtes, waaronder slachtkamers en grote koelcellen. Ronald Sikking (75) was in 1986 eigenaar van een wasserette die gespecialiseerd was in bedrijfskleding voor de vleesindustrie. Dagelijks haalde hij in het slachthuis de bebloede jassen en schorten op van tientallen slagers. “Ik had de sleutels van alle ruimtes en was daar kind aan huis. Dat kwam plotseling tot een einde toen het slachthuis, dat een jaar eerder door de gemeente in een bv was ondergebracht, opeens failliet ging”, vertelt Sikking. “Ik had veel geld geïnvesteerd in mijn wasserette, gevestigd op wat nu bedrijventerrein ZKD heet, en vreesde voor mijn eigen faillissement.” Via de curator kon Sikking de gevelklok en het wapenschild overnemen uit de boedel. “Ik was vroeger horlogemaker, dus die klok had mijn bijzondere interesse. Ik dacht dat het misschien een goede investering zou zijn en mij wel eens een mooie winst zou kunnen opleveren.” Na de sluiting werd het slachthuisterrein herontwikkeld tot woonwijk. De huidige Slachthuisstraat en het Slachthuisplein zijn vernoemd naar de vroegere functie van het terrein.
Vervuild en beschadigd
Het gietijzeren wapenschild, voorzien van een kroon met parels en twee decoratieve zijlussen in plaats van de gebruikelijke leeuwen, werd in 1911 vervaardigd door de firma Enthoven. Het sierde de nok van het slachthuis, met daaronder de klok van bijna 2,5 meter doorsnede. “Het was een vertrouwd gezicht aan de Neherkade”, zegt Sikking. “Het slachthuis met de poortgebouwtjes en de grote verkoophal. Als je erlangs liep, keek je altijd even naar boven om te zien hoe laat het was.” Met behulp van een hoogwerker haalde hij na het faillissement beide objecten van de gevel en bracht ze naar zijn loods in Loosduinen. Jarenlang werkte hij aan het restaureren van de klok en het wapenschild. “Ze waren zwaar vervuild en beschadigd. Ik heb ze helemaal schoongemaakt en opnieuw geschilderd. Nu zie je weer goed met hoeveel vakmanschap ze begin vorige eeuw zijn gemaakt.”
Gestolen
In de jaren daarna probeerde Sikking tevergeefs een koper te vinden. “Ik heb echt iedereen benaderd: de gemeente Den Haag, de Nederlandse Spoorwegen, zelfs het Koninklijk Huis. Maar niemand wilde ervoor betalen.” Ook het Haags Gemeentearchief werd ingeschakeld. Daar kreeg Sikking te horen dat de objecten volgens hun informatie tijdens het faillissement gestolen zouden zijn. “Gelukkig had ik de verkoopakte en het bonnetje van de curator bewaard. Het lijkt erop dat die destijds is vergeten de verkoopopbrengst te vermelden in het faillissementsverslag. Dat is daarna rechtgezet.”
Nieuwe auto
Aan het eind van dit jaar verkoopt Sikking zijn loods op het bedrijventerrein, en moeten ook de klok en het wapenschild een nieuw onderkomen krijgen. Idealiter ziet hij beide objecten op een nieuwe Haagse locatie samen terugkeren. “Het zijn echt twee unieke objecten, dus het zou heel erg mooi zijn als dat voor de toekomst bewaard kan blijven.” Als zich voor het eind van het jaar geen koper meldt, laat Sikking de stukken veilen. “Ik heb maar twee bieders nodig die tegen elkaar opbieden”, zegt hij lachend. “Ik hoop dat ik er genoeg aan verdien om een nieuwe auto te kopen.”






Meer nieuws uit Den Haag?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie