
Marjolein van Goor werkt als vrijwilliger in de weidevogelbescherming. Iedere maand schrijft ze over de grootsheid van de natuur in en rondom Heiloo.
Het jaar was amper begonnen of we werden verrast door een ouderwetse winterse week vol sneeuw en ijs. Op tv was uitgebreid te zien hoe de Nederlander daarmee omging. En dat was niet al te best. Er was pret natuurlijk, maar vooral opwinding, ergernis en chaos. Na corona werd besloten dat we beter voorbereid moesten zijn op grootschalige ontwrichtingen. Een weekje sneeuw liet zien dat het met onze weerbaarheid nog niet helemaal snor zit.
Ondergesneeuwd
Met de lawine aan berichten over onszelf, raakte een ander belangrijk winteronderwerp ondergesneeuwd: hoe verging het de dieren in de natuur? Ook zij kregen immers te maken zeer uitdagende omstandigheden. Vooral vogels blijken het dan ontzettend moeilijk te hebben. Overal in Noord-Holland stroomden de dierenopvangcentra vol met uitgeputte vogels.
Een gewaagde gok
Omdat onze winters milder worden, blijven meer en meer vogels liever in Nederland dan dat ze naar het zuiden trekken. Zo’n reis zit namelijk vol gevaren. Blauwe reigers bijvoorbeeld blijven daarom steeds meer hier. Ze gokken erop dat er geen strenge vorst komt. Bovendien kunnen grote vogels zoals zij enkele dagen teren op hun vetreserves. Pas als er langer dan een week sneeuw en ijs ligt, komen ze in de problemen. Dan kan het zomaar zijn dat 30 procent de winter niet overleeft.
’s Nachts kilo’s afvallen
Kleine vogels zoals winterkoning en pimpelmees hebben het tijdens vorst nog lastiger. Omdat ze niet in een lekker warm bed slapen zoals wij, verbranden ze in razend tempo vet om ’s nachts warm te blijven. Tijdens ijskoude nachten kunnen ze tot wel 20 procent van hun lichaamsgewicht verliezen. Stel je voor dat dit ook bij mensen zo zou zijn. Dan zou een persoon van 70 kilo bij het opstaan 14 kilo kwijt zijn!
Levens redden
Om van zo’n koude nacht te herstellen, moeten vogels direct eten als het licht wordt. In de winter is voedsel echter schaars. In een vorstweek zoals begin januari gaan dan ook duizenden vogels per nacht dood.
Gelukkig kan iedereen helpen door bij te voeren. Merels maak je blij met stukjes appel en (biologische) rozijnen. Ook vogels die in Heiloo overwinteren, zoals koperwieken en kramsvogels, houden hiervan.
Andere tuinvogels kun je vogelpindakaas, ongekookte havermout, zaadjes, meelwormen, ongezouten pinda’s en zonnebloempitjes geven. Verkruimel vetbollen of hang ze op zonder netje, want daarin raken hun pootjes verstrikt.
Zo kun je niet alleen genieten van al die prachtige vogels. Je redt er letterlijk levens mee!
Marjolein van Goor






Meer nieuws uit Heiloo?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie