
ALKMAAR - Wekelijks een column van Pieter Visscher.
Het was allemaal wat euforischer dan bij andere clubs die wat winnen. Zondagavond al in De Kuip en afgelopen dinsdag naast het stadion. Wat een betoverende roes van emoties. AZ won weer eens een prijs. Ein-de-lijk. De club die er steeds zó dicht bij was en het goud maar niet deed klateren de afgelopen dertien seizoenen. In het zicht van de haven. ‘Zo Dichtbij. Je danst voor m’n ogen. Ik raak je bijna aan. Zo dichtbij, en toch zo ver.’ Huub van der Lubbe zong het met De Dijk in 1982. Nederpopparel die we veel te weinig horen op radiozenders. Muziek was een belangrijk ingrediënt tijdens de huldigingen in Rotterdam en Alkmaar. Blikkendag: ‘We weten dat de zon gaat schijnen en alles mag.’ We zagen het terug in Alkmaar, waar Wouter Goes ná de huldiging opnieuw op het podium verscheen en ‘meezong’ met Sven Versteeg. Kees Smit, toen alle festiviteiten al voorbij waren, dook hij plots op, op een stellage op de parkeerplaats, tussen supporters, waar hij nógmaals hartstochtelijk werd toegezongen. Kees uit z’n plaat. Onuitputtelijke feestenergie. De pure voetballer, de pure mens. Geen opsmuk bij de klassespeler uit Heiloo. Oprechte emoties. Analoog daaraan de tranen bij Jordy Clasie, die voor het eerst in zijn carrière het gevoel had écht een prijs te hebben gewonnen. Het kampioenschap met Club Brugge voelde niet zo. Het waren ook tranen van opluchting, na alle blessureleed, dat hem ook dit seizoen uit zijn ritme als voorbeeldig profvoetballer trok. De tranen van een natuurlijke leider. Puurheid.






Meer nieuws uit Heiloo?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie