Opperdoezer Ronde: Al bijna negentig jaar thuis in de polder, maar hoe lang nog?

Als een mooie open buffer tussen het noordelijk en zuidelijk deel van Agriport aan de Oostlanderweg liggen tuinbouwgronden. Sinds 1937 telen tuinders uit Opperdoes daar, op ambachtelijke wijze, een oud streekgebonden aardappelras: de Opperdoezer Ronde. Hoe kwamen zij in de Wieringermeer?
In de dertiger jaren richtte de Wieringermeerdirectie de poldergronden in voor landbouw, veeteelt en gemengde bedrijven. Tuinbouw kwam amper aan bod. Dat had een reden. Voor het uitoefenen van tuinbouw gold in die tijd een teeltvergunning. Voorgeschreven door de agrarische crisiswetgeving uit de 30-er jaren. Vergunningen werden alleen afgegeven aan mensen die langere tijd een tuindersbedrijf exploiteerden. Onder de vroege Wieringermeerpachters waren nauwelijks mensen die ervaring hadden met tuinbouw. Zij konden onmogelijk zo’n vergunning krijgen. Toch waren tuinders welkom in de nieuwe polder. De directie regelde dat via een omweg. Onder bepaalde voorwaarden mochten pachters een deel van de gronden verhuren aan tuinders met een teeltvergunning. Er werd dankbaar gebruik van gemaakt en tuinbouw kon in de polder opkomen.
Ook mochten in 1937 de zuidelijke randgemeenten, waaronder Medemblik 340 ha Wieringermeergrond pachten. Speciaal voor tuinders, waaronder kwekers met een teeltvergunning voor de Opperdoezer Ronde. Zij brachten hun mooie product naar de Wieringermeer. Na al die jaren is de teeltvergunning voor dat gebied ongewijzigd gebleven. De gemeente Medemblik pacht nog altijd deze grond van het Rijksvastgoedbedrijf met de toestemming om die grond door te verpachten aan de betrokken telers van de Opperdoezer Ronde. Maar voor hoelang nog? Tuinders zijn bezorgd.
Hanneke Koolen






Meer nieuws uit Hollands Kroon?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie