Een ongeluk zit in een klein hoekje. De schade vaak niet.

Partnerbijdrage
Evert Hoekstra.
Evert Hoekstra. (Foto: aangeleverd)

Vroeger waren het vooral auto’s, scooters en gladde stoepen. Tegenwoordig lijkt de Nederlandse letselschadepraktijk er een nieuwe hoofdrolspeler bij te hebben gekregen: de fatbike.

Wie regelmatig door Alkmaar, Amsterdam of waar dan ook in Nederland rijdt, weet precies wat ik bedoel. Jongeren die met indrukwekkende snelheid over fietspaden schieten, vaak zonder helm, soms met twee of drie personen tegelijk op één fiets. Het is wachten op ongelukken. En helaas: die gebeuren inmiddels dagelijks.

Maar letselschade gaat over veel meer dan fatbikes.

Laatst zag ik iemand in de supermarkt spectaculair onderuitgaan over een verdwaald druifje. Geen grap. Winkelwagen links, boodschappentas rechts en de man zelf maakte een beweging die zelfs een olympisch turner niet direct zou nadoen. Gelukkig leek het mee te vallen. Een paar schaafwonden, wat gekrenkte trots en waarschijnlijk een mooi verhaal voor thuis.

Tenminste, dat dacht iedereen

Want dat is precies het verraderlijke van letselschade. Wat op het eerste gezicht een klein ongeluk lijkt, kan maanden of zelfs jaren later grote gevolgen blijken te hebben. Een nek die klachten blijft geven, een schouder die niet meer volledig herstelt, een ondernemer die maandenlang minder kan werken, een werknemer die tijdelijk of zelfs blijvend uitvalt.

De meeste mensen denken bij letselschade direct aan zware verkeersongevallen of grote rechtszaken. De werkelijkheid is veel alledaagser. Een valpartij in een winkel, een aanrijding op de fiets, een bedrijfsongeval, een sportongeval, een verkeersdrempel die meer weg heeft van een schans dan van een snelheidsremmer. Dagelijks lopen duizenden Nederlanders letsel op door toedoen van een ander.

En dan ontstaat vaak een tweede probleem

Want waar de fysieke pijn meestal direct voelbaar is, komt de financiële schade vaak pas later. U kunt niet werken, uw inkomen loopt terug, u maakt medische kosten, u heeft hulp nodig in huis. Vakanties worden geannuleerd. Afspraken gaan niet door. Voor u het weet loopt de schade op tot bedragen waar niemand vooraf rekening mee hield.

Opvallend genoeg weten veel slachtoffers niet dat zij recht hebben op vergoeding van die schade. Sterker nog: veel mensen vinden het ongemakkelijk om daar überhaupt over na te denken. “Ach, laat maar zitten, ik heb geen zin in gedoe.” Dat hoor ik regelmatig.

Nederlanders zijn van nature behoorlijk nuchter. Soms zelfs iets te nuchter. Want als iemand anders verantwoordelijk is voor uw letsel, dan is het niet meer dan redelijk dat de gevolgen niet volledig op uw bord terechtkomen. Dat is geen geldklopperij. Dat is gewoon rechtvaardigheid. En daarmee kom ik op een onderwerp dat dicht tegen mijn eigen professie aanligt.

Mijn compagnon Kees Meijer en ik hebben enkele jaren geleden mede aan de wieg gestaan van Kroon Letselschade, samen met Eva Kooijman en Ruud Duis. Inmiddels is dat een snelgroeiende speler binnen de Nederlandse letselschademarkt, met als basis een hecht, op elkaar ingespeeld team.

Waarom? Omdat wij zagen dat letselschade een steeds specialistischer vakgebied wordt. Natuurlijk behandelt ons advocatenkantoor ook letselschadezaken, maar dat is meer vanuit juridisch perspectief. Maar de praktijk vraagt tegenwoordig veel meer dan alleen juridische kennis. Medische vraagstukken, arbeidsdeskundige beoordelingen, inkomensschade, huishoudelijke hulp, re-integratie en toekomstschade vragen om specialisten die dagelijks niets anders doen. Maar minstens zo belangrijk is iets anders.

De kern van letselschade lijkt namelijk verrassend veel op de kern van de advocatuur. Mensen voelen zich benadeeld. Mensen voelen zich soms niet gehoord. Mensen staan tegenover een partij die groter, sterker en beter georganiseerd is dan zijzelf. En dan hebben zij iemand nodig die naast hen gaat staan. Bij een zakelijk conflict is dat vaak een advocaat. Bij letselschade is dat vaak een gespecialiseerde belangenbehartiger.

Want laten we eerlijk zijn: een slachtoffer staat meestal tegenover een verzekeraar met ervaren schadebehandelaars, juristen, medisch adviseurs en deskundigen. Dat is ongeveer hetzelfde als wanneer AZ aantreedt tegen een elftal dat elkaar tien minuten voor de aftrap voor het eerst ontmoet.

Natuurlijk hoeft niet iedere zaak uit te monden in een juridisch gevecht. Integendeel. De meeste zaken worden uiteindelijk in goed overleg opgelost. Maar dan moet er wel iemand aan tafel zitten die weet hoe het spel gespeeld wordt.

Wat mij daarbij steeds opvalt, is dat het uiteindelijk zelden alleen om geld gaat. Mensen willen erkenning. Zij willen gehoord worden. Zij willen weten dat iemand hun belangen serieus neemt. En vooral: zij willen niet alleen tegenover een grote verzekeraar staan. Dat begrijp ik goed. Want uiteindelijk draait recht niet om dossiers, procedures of papier.

Het draait om mensen

Dus mocht u binnenkort in de supermarkt een druif op de grond zien liggen, dan raad ik u aan daar met een ruime boog omheen te lopen. Maar mocht het toch misgaan - in het verkeer, op het werk, op een fatbike, tijdens het sporten of gewoon ergens in het dagelijks leven - weet dan dat u niet alles zelf hoeft uit te zoeken.

Een ongeluk zit immers in een klein hoekje. De gevolgen soms helaas niet.

Meer nieuws uit Hoorn?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: