‘Ik ben uit irritatie met mollenvangen begonnen en heb het er heel druk mee’

REGIO – Het zijn drukke weken voor Ruud Schouten (62) uit Scharwoude. Naast zijn baan bij de verkeerspolitie is hij twee dagen in de week professioneel mollenvanger en juist nu liggen tuinen en weilanden bezaaid met de bekende hopen. En dus rijdt hij in een ruime kring om zijn woonplaats met zijn klemmen en prikstokken van de ene onheilsplek naar de andere om boeren en huiseigenaars van dienst te zijn.
Door Marcel van Stigt
Soms dwing je het geluk af. Ruud Schouten moet voor het verhaal in de krant op de foto, maar die moet bij voorkeur wel bij een molshoop worden geschoten. Kan hij meteen even demonstreren welke techniek en tactiek hij gebruikt om mollen te vangen. We hoeven niet ver te zoeken. Op het grasveldje op honderd meter van zijn huis dat hij al op het oog had liggen twee verse hopen.
Nadat hij in camouflagepak voor de foto heeft geposeerd laat Ruud Schouten zien hoe hij te werk gaat. Hij prikt met een stok op verschillende plekken rond de hoop in de grond en daar waar die diep doorschiet is het raak. Daar stuit hij op de tunnel die de mol heeft gegraven en die als hoofdroute dient. “Die hopen zeggen niet zo veel”, verduidelijkt hij. “Daar zijn mollen geweest en komen ze niet meer terug. Tijdens het graven hebben ze grond naar boven geduwd om het tunnelstelsel uit te kunnen breiden. Wormen, torretjes en andere diertjes die naar beneden vallen eten ze op.”
Zodra Ruud de hoofdroute heeft gelokaliseerd, graaft hij die een beetje uit, maakt een gaatje, plaatst er een klem in en drukte er een graszode op. De plek markeert hij. Na een paar dagen komt hij terug en dan weet hij al wat hij aantreft: een dode mol. Hij verzamelt ze en brengt ze naar een roofvogelhouder in de buurt die daar bijzonder blij mee is.
Juni is mollenmaand en dat heeft een reden. Mollen paren in februari, jongen in april, zogen in april en mei en daarna mogen de kinderen het zelf uitzoeken. Ze worden op pad gestuurd om zichzelf te kunnen redden en slaan aan het graven. Vandaar dus het overschot aan molshopen. Volgens Ruud had elk dorp vroeger een mollenvanger, maar hebben we te maken met een uitstervend vak. Oudere mollenvangers gaan dood en er zijn geen opvolgers. Maar zelf is hij voorlopig niet van plan om te stoppen.
Hij heeft het vak van zijn vader geleerd. “Mollen vangen was zijn hobby en toen ik vier à vijf jaar was, ging ik met hem mee. We woonden in Zwaag, daar ben ik geboren, en aan beide kanten van het dorp lag alleen maar grasland. Als een mol ergens aan het wroeten was, en we een hoopje aarde zagen bewegen, wipte mijn vader dat omhoog en pakte hij de mol bij zijn staart. De mollen liet hij daarna los; hij heeft ze nooit gedood. Ik ben ook mollen gaan vangen. Er kwam een soort jachtinstinct bij me op.”
Later heeft Ruud er zijn bijbaan van gemaakt. Hij is daartoe geïnspireerd toen hij bij een boer op zijn akker werkte. Zijn werk bestond onder meer uit grasmaaien, maar dat werd regelmatig belemmerd door molshopen die op zijn weg lagen. Die begonnen hem stevig te irriteren. Reden genoeg om zich te bekwamen in de kunst van het mollen vangen. Hij is gaan oefenen met klemmen en bleek nogal bedreven in dit vak te zijn.
De boer werd verlost van de mollen. Andere boeren uit de buurt kregen hier lucht van en riepen eveneens de hulp van Ruud in. Particulieren volgden en het klantenbestand breidde zich gestaag uit. En de klanten belden terug als ze opnieuw molshopen ontdekten. “Ik bestrijk heel Noord-Holland. Als het niet te ver van huis is, binnen de driehoek Purmerend-Enkhuizen-Alkmaar, ga ik zelf, en anders schakel ik mollenvangers in, die onder mijn naam werken. Daarmee bestrijk ik dus heel Noord-Holland. Ik ben hier dus eigenlijk uit irritatie mee begonnen en heb het er heel druk mee.”
Meer weten? Zie www.mollenweg.nl






Meer nieuws uit Koggenland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie