
LANDSMEER - Waterland was vroeger hét gebied voor de Pottenschuit. Voordat de wegen goed begaanbaar waren, was transport over water de beste manier om goederen bij de mensen thuis te brengen. De pottenbaas hoorde je al van verre toeteren en bij elke beweging die de schuit over de wegsloot maakte, klonk het zachte gerinkel van de potten en pannen.
De Pottenschuit was een varende winkel voor huishoudelijke artikelen. Piet Stam verkocht pannen en potten, borstelwaren, dweilen, mattenkloppers, zwabbers, ragebollen, emmers en stampers voor de wastobbe. Als specialiteit had hij kistjes, met stro, gevuld met luxe aardewerk, waar de boerinnen zo blij mee waren. Koppies en bakkies (schotels), stroopkannetjes, koekdozen en biscuitbeeldjes, die vaak als ‘spannetje’ werden verkocht. Mannetje-vrouwtje, twee paardjes, twee hondjes, altijd twee stuks. Dit noemde men ‘boerenkits.’
Door modderige wegsloot
Hij wist van kwaliteit en zocht de spullen zelf uit bij de beste pakhuizen in de Amsterdamse haven, waar het Maastrichtse en Engelse aardewerk van de grote fabrieken per vrachtschip binnenkwam. Stam voer met zijn handel door de modderige wegsloot, onder de hoge bruggetjes door van de Noord naar de Zuid.
De vrouwen konden zo vanaf hun eigen erf over de slootkant de voorraad bekijken. De Pottenschuit was een noodzakelijke voorziening. De voorraadpotten voor de inmaak waren op, de piespot was gebroken, en als er een geëmailleerde pan lek was, deed Stam ook ter plekke een kleine reparatie en zette hij er een lekstroom in.
Een melkkan en Keulse boterpot
Boerenvrouwen waren kritisch. Ze bekeken de waar goed of er een barst in zat en tikten met een knokkel tegen het aardewerk. Ze voelden of de bodem vlak was, want een pot die wiebelde op de kachel was waardeloos. Een goede melkkan of Keulse boterpot was een investering die jaren mee moest gaan, en een barstje betekende dat de wintervoorraad kon bederven. De vrouwen zeiden niet veel. Ze vroegen de prijs, dongen wat af en als de koop rond was, liepen ze met de buit direct weer terug naar de keuken of de stal.
Piet Stam zette zijn vaarboom in de modderige wegsloot en remde de zware Pottenschuit precies tussen twee hoge bruggetjes. Die waren vroeger nog hoog, dan konden boten en schuiten er onderdoor varen.
Een schuit vol met prachtig aardewerk
Vanaf de boerderij kwamen twee vrouwen aanlopen. Daar stonden ze, de boerinnen op hun zware klompen bij het walletje bij de sloot. Van verre hadden ze het al gezien. Ze bogen zich voorover en keken hun ogen uit. De schuit lag vol met prachtig aardewerk. Waarschijnlijk had Stam net een partijtje opgekocht. Ze kwamen niet voor een flinke Keulse pot voor de slacht, pitten voor het oliestel of ‘Zebralin’ om de kachel op te poetsen. Ze wilden iets moois kopen voor in de kast.
Stam zocht even tussen het aardewerk en diepte er een kop en schotel uit. Hij reikte het aan over het water. Het was geen alledaags spul, maar mooi licht aardewerk met een gekleurde rand. De vrouwen op de wal pakten het behoedzaam aan. Op hun gezichten verscheen een glimlach. Voor even vergaten ze hun harde werken op het land en in de huishouding. Ze vonden het oprecht mooi. Het ging niet over de prijs of het nut, maar over de kleur van de rand en de glans van de kop en schotel. Het was een klein stukje luxe dat via de wegsloot op het erf kwam.
Een krachtige duw
De oudste vrouw haalde een beursje uit haar diesek (witte of zwarte katoenen zak) onder haar rok vandaan en telde de munten uit. Stam knikte en liet de centen in zijn beurs glijden. Hij groette en zette de vaarboom weer op en stevig tegen de wal. Met een krachtige duw kwam de schuit in beweging.
De vrouwen liepen zij aan zij over het erf naar huis. De klompen kletterden op de stenen van de stoep. Ze zeiden niet veel, maar de glimlach bleef. De kop en schotel zou een mooie plek krijgen in de pronkkast.
Terwijl Stam langzaam onder het hoge bruggetje doorgleed, concentreerde hij zich op de nauwe wegsloot. De volgende boerderij lag alweer in zicht.
Horlogeketting
Piet Stam droeg een grijze stofjas en een horlogeketting hing met een boogje uit zijn vestzak. Je kon zien dat de zaken hem voor de wind gingen. In de Dorpsstraat had hij een winkel, die gedreven werd door zijn vrouw. Zij deed niet alleen de verkoop, maar onderhield ook de sociale contacten. Zij wist precies wie er ging trouwen (en dus nieuwe pannen of keukengerei nodig had) of wie er een jubileum vierde. In de winkel stonden naast de dagelijkse gebruiksvoorwerpen op de bovenste planken, de pronkstukken. Dit waren de artikelen waarvoor gespaard werd of die men cadeau gaf bij een trouwerij of een kroonjaar. Zoals een kristallen koektrommel of bonbonnière met een deksel erop, theekistjes voor de losse thee met twee vakjes, dan kon je mengen, of een decoratieve vaas voor in de pronkkast. Ook voor een luxe nikkelen koffie - en theeservies kon men in de winkel uitstekend terecht.
Piet Stam was een koopman die kwaliteit leverde, terwijl zijn vrouw met zorg de winkel dreef. Samen stonden zij bekend om hun vakmanschap en het betrouwbare advies dat zij hun klanten gaven.
Sonja Duba en Frans Poulain







Meer nieuws uit Landsmeer?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie