Landsmeer 700

Frans Poulain bouwde in Landsmeer een levend stukje geschiedenis

Landsmeer 700
Jantje Poulain-Leguijt en Frans Poulain, oprichters Museum Grietje Tump. Beiden gekleed in Waterlandse klederdracht.
Jantje Poulain-Leguijt en Frans Poulain, oprichters Museum Grietje Tump. Beiden gekleed in Waterlandse klederdracht. (Foto: Sonja Duba)

LANDSMEER - Grietje Tump overleed in 1973 en zij bepaalde in haar testament dat alles bij het oude moest blijven en uitgedragen worden aan de gemeenschap. In 1976, tijdens het 650 jarig bestaan van Landsmeer, kwamen er in tien dagen tijd 6500 bezoekers naar de door Frans Poulain ingerichte tentoonstelling in het dorpshuis. Dit was de reden, waarom er na de restauratie in oktober 1979, door voormalig burgemeester Arnold Martini, een museum werd geopend met de naam ‘Grietje Tump’.

Dat museum bestond uit een woonkamer met bedsteden, een keuken, een pronkkamer en een schuur. De inkomsten van het museum bestonden uit schenkingen, legaten en giften. Op aanraden van de notaris is het na twee jaar in een stichting ondergebracht.

Om in de eigen kosten te voorzien, werden er in de wintermaanden cursussen kralen breien en sieraden maken gegeven in het museum, evenals op locaties in Huizen, Volendam en Alphen aan de Rijn. De patronen van de kralen beursjes en tassen van Grietje Tump werden nagetekend en nagemaakt door de cursisten. Gedurende een kwart eeuw was het geven van de cursussen een succes. Bovendien organiseerde Frans Poulain, vergezeld door zijn moeder, Waterlandse klederdrachtshows voor vrouwenverenigingen.

Nostalgische spullen

In de zomermaanden stond Frans Poulain, samen met zijn moeder, op diverse markten en braderieën met een verzameling nostalgische spullen uit grootmoeders tijd. En in bladen, zoals ‘Tussen de rails’ van de Spoorwegen, ‘Vogelvlucht’ van de KLM en ‘Handwerken zonder grenzen’ werd reclame gemaakt.

In de tussentijd werden er diverse verbouwingen en aanpassingen gedaan. Zo kwam er een klein zaaltje om cursussen en lezingen te geven en groepen te ontvangen voor een kleine verjaardag of een high tea.

Schenking

Rond 2000 konden door een schenking de grote zaal en de theekoepel worden gerealiseerd. Er kwam een einde aan de cursussen en braderieën en er werd een begin gemaakt met thuis activiteiten in het museum. Het werd een trouwlocatie en tevens diende het als rouwlocatie voor opbaringen in samenwerking met Uitvaartverzorging de Vries.

De Lions club, de Rotary club en de Prominentensoos hielden er hun maandelijkse bijeenkomsten. Kleine bruiloften en partijen en veel verjaardagen werden er gevierd. De Amsterdamse artiestenclub kwam bij elkaar voor de onderlinge gezelligheid, maar met het wegvallen van de oudere generatie muzikanten, cabaretiers en acteurs, viel, jammer genoeg, het doek.

Expositieruimte

De moeder van Frans Poulain wilde het wat rustiger aandoen, en kwam ook in het museum wonen. De grote zaal veranderde langzamerhand in een expositieruimte voor culturele doelstellingen.

Het begon met een tentoonstelling ‘Bergen op Zoom’ aardewerk (bruin steengoed), en daarna een ‘Petrus Regoût’ tentoonstelling met serviezen en kop en schotels van aardewerk en porselein.

Het werd almaar drukker en de theekoepel werd als ‘goedjaarsend’, een historisch Zaans gebruik, aan de achterzijde bijgebouwd. Wanneer je een goed jaar had gehad, liet je een stukje aan je huis bouwen als teken dat het je voor de wind ging. In de theekoepel wisselden diepe rouw en gezelligheid elkaar af. De ruimte werd gebruikt voor zowel opbaringen als high teas.

Er werd een tentoonstelling ingericht die volledig in het teken stond van ‘rouw’, onder de titel ‘Rouwen door de eeuwen heen’. Bezoekers maakten kennis met de interessante geschiedenis van de uitvaart.

Witte lakens voor de ramen

Tot ongeveer in de jaren zestig van de vorige eeuw, werden er witte lakens voor de ramen gespannen wanneer er iemand thuis was overleden. De vitrages werden dichtgetrokken of de luiken werden gesloten. Plotseling kwam het ritme van het dagelijks leven tot stilstand. Men geloofde dat de intieme sfeer van de dood niet mocht worden verstoord door het leven op straat. En omgekeerd mochten voorbijgangers niet zomaar naar binnen kijken.

De klok werd stilgezet op het tijdstip van overlijden, de eeuwigheid was begonnen. De spiegel werd omgekeerd en over de doofpot werd een doek gelegd. Het bijgeloof vertelde, dat wanneer de ziel zich zou spiegelen, deze gevangen zou raken in de spiegelwereld of in de glans van de koperen doofpot en niet naar de hemel kon reizen.

Zwart zijden tafelkleed

De welgestelde burgerij gebruikten een zwart zijden tafelkleed en een zwart rouwservies. De arme families sloten de luiken van hun huisjes of boerderijen en de fleurige spulletjes die ze hadden, werden weggestopt of omgedraaid. Elk arm gezin had een koperen doofpot en met een doek er overheen werd de glans gedoofd. In het sterfhuis heerste slechts doffe somberheid.

De dood was een periode waarin het huis zich sloot voor de buitenwereld, de tijd werd stilgezet en de glans verdween, tot de overledene naar zijn of haar laatste rustplaats was gebracht.

De huilebalk ging in die tijd de huizen langs, om al huilend te vertellen wie er was overleden. Zij droeg een zwarte kap die tot over haar ogen viel, waardoor ze alleen naar de grond kon kijken. Een bekende huilebalk was Neel Saljade, die op de Landsmeerderdijk woonde. Ze kwam ook langs als er een baby was geboren. Voor dit ‘aanzeggen’ kreeg ze dan één of twee centen. Om rond te komen, moest ze daarnaast ook bedelen.

‘Kinderspeelgoed van vroeger’

In 2024 bestond het museum vijfenveertig jaar en ter ere van het jubileum werd de tentoonstelling ‘Kinderspeelgoed van vroeger’ gehouden. Negentiende-eeuwse poppen met porseleinen gezichtjes. Poppenkleding en wiegjes. Victoriaanse poppenwagens met spaakwielen, afgeknuffelde antieke beren met een spitse snuit en een bocheltje. Opwindbaar blikken speelgoed, houten treinen, stoommachines en de oude meccanodoos. Klassieke bordspellen, zoals ‘Ganzenbord’ en ‘Mens erger je niet’. Antieke kinderserviesjes en paardjes op wielen.

De tentoonstelling trok jong en oud en vanwege het grote succes werd Frans Poulain door verschillende musea, Textieloverleg en de Oudheidkundige vereniging Landsmeer voorgedragen voor een onderscheiding. Het werd bekroond met de orde in Oranje Nassau.

In het kader van Landsmeer 700, werd de tentoonstelling. ‘De winkeltjes van vroeger’ ingericht, in samenwerking en met schenkingen van diverse winkels. Deze tentoonstelling loopt tot het eind van het jaar.

Het Museum Grietje Tump bloeit en groeit aan alle kanten, en gaat vol vertrouwen op naar het vijftigjarig jubileum in 2029.

Sonja Duba en Frans Poulain

Meer nieuws uit Landsmeer?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: