Pablo en het poldermonster

Nieuws
De draaiende wieken lieten Pablo niet los.
De draaiende wieken lieten Pablo niet los. (Foto: (foto: Sonja Duba))

OOSTZAAN/LANDSMEER - Aan de kust was het leven overzichtelijk. Pablo was gewend aan de oneindige leegte van het strand, het zachte zand onder zijn pootjes en de zee die de ene dag wild was met hoge golven en de andere dag rimpelloos. Maar logeren in Oostzaan was een heel ander verhaal.

Vandaag wandelde hij aan de lange lijn door Het Twiske. De riem gaf hem de ruimte om lekker te snuffelen aan het poldergras, totdat ze de dijk opliepen en de wereld er ineens heel anders uitzag. Daar, vlak voor zijn neus, stond een reusachtig gevaarte… De Twiskemolen.

Er waaide een frisse wind en de grote poldermolen was hard aan het werk. Zijn houten lijf kraakte en piepte in al zijn voegen. Maar het waren vooral de enorme wieken die Pablo de schrik van zijn leven bezorgde. Loeiend suisden de houten armen met hun strakgespannen zeilen door de lucht. Woesj… Woesj… Woesj…

Pablo reageerde onmiddellijk. Dit was geen zeemeeuw die opvloog of een woeste golf, dit was een levend wezen met reusachtige armen dat wild naar hem zwaaide.

Verschrikt sprong hij achteruit, waarbij de hondenriem strak kwam te staan. De haartjes op zijn rug kwamen overeind, hij zette zijn pootjes rotsvast in het gras van de dijk, wierp zijn kop ver achterover in zijn nek en zette zijn diepe, zware blaf in. ‘Baf! Baf! Baf!’

Zijn zware stem galmde over de dijk en het water. Telkens als er weer een wiek met een rotgang voorbij zoefde, gaf Pablo een extra felle snauw. Hij was doodsbang, maar hij week geen millimeter, vastbesloten zijn baasje te beschermen tegen dit zwaaiende gevaar.

Zijn baasje moest lachen en haalde de lange lijn een stukje in om Pablo een geruststellend klopje te geven. “Rustig maar, jongen, het is maar een molen, die doet niks.”

Pablo bleef nog even zachtjes grommen, zijn blik strak op de zeilen gericht. Pas toen hij merkte dat het monster braaf op zijn plek bleef staan en niet achter hem aan kwam, zakte de spanning in zijn lijf. Met zijn neus in de wind en zijn staart in de lucht liep hij uiteindelijk met een groot boogje, en met een schuin oog naar de wieken, om de molen heen. Was dat schrikken! Maar deze dappere kustteckel liet zich toch echt niet zomaar wegjagen.

Weer thuis aan het Zuideinde, was Pablo niet van plan om te gaan slapen. Hij zat kaarsrecht op de bank met zijn voorpootjes op de bovenrand van de leuning. Zijn ogen waren wijd open en staarden strak in de verte uit het raam. In zijn gedachten stond hij daar weer op de dijk in Het Twiske. Hij rook het polderwater en voelde de wind in zijn vacht. Hij zag weer de grote molen, waarvan de enorme wieken angstaanjagend dicht langs de dijk leken te scheren. Wat was dat voor een raadselachtig wezen? Waarom zwaaide het naar hem? En waarom bleef het op dezelfde plek staan?

Het poldermonster was nog niet vergeten.

Sonja Duba

Meer nieuws uit Landsmeer?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: